VERDIEPING IN DE THEORETISCHE ORTHO
LES 4: EXISTENTIEEL – FENOMENOLOGISCH KADER - DE MENS ALS VERHAAL.
1. INTRODUCTIE
Het existentieel fenomenologisch kader gaat over:
- De mens als existentie
Waarom leef ik?
Het leven
De persoon in zijn bestaan
We kijken naar zijn of haar levensverhaal
Staan stil bij het bestaan van het leven
- Over grote levensvragen
Wat is de zin van het bestaan?
Wie ben ik? Waar wil ik naartoe? Wat is mijn kern?
Mens met wat hij voelt en werkelijk verlangt
Denk aan Sartre en Heidegger (filosofen)
Op een bepaald moment in je leven zal je over bepaalde thema’s (de dood, het leven en de
zin van het leven…) vragen stellen
- Intersubjectiviteit
We kunnen niet leven zonder de andere, we zijn wie we zijn in relatie tot de ander
Wat speelt er tussen mensen onderling af?
Wat maken mensen eigenlijk mee?
Relaties tussen mensen en besef dat we allemaal mensen zijn
ze verzamelen individuele ervaringen die elke mens ervaart om zo inzicht te krijgen in
fenomenen zoals bv. herinneringen, gedachten, bewustzijn
- Het fenomeen van de vrijheid
In welke mate is de mens vrij?
Eigenlijk zijn we helemaal niet vrij als dat we denken
De samenleving heeft aan hoe we ons moeten kleden, hoe we ons moeten voelen, hoe we
moeten denken…
1.1. EXISTENTIEEL
= Het leven, het bestaan
- Staan stil bij grote levensvragen: mens staat hierbij stil (Wie ben ik? Waarom ben ik hier?)
- Mens met wat hij voelt en werkelijk verlangt
- Verhalen worden gekleurd door wat erin onszelf afspeelt
, 1.2. FENOMENOLOGISCH
Fenomenen = Wat zich voordoet
- Een gebeurtenis dat zich voordoet
- Ervaring en betekenis die mens eraan geeft als belangrijkste fenomeen
- Waarnemen, zonder oordeel
- Is niet objectief
- Zonder oordeel, er is geen juist of fout, iemand zijn ervaring is de andere niet
“Het leven heeft a priori geen zin… Het is aan jou om de betekenis te geven en waarde is niets anders dan de
betekenis die jij kiest.”
2. PSYCHOANALYSE
= Analyse van het menselijk zijn met aandacht voor het onderbewuste
- Bewuste vs. onbewuste
2.1. GRONDLEGGER VAN DE PSYCHOANALYSE
- Sigmund Freud 1856-1939 heeft de psychoanalyse uitgevonden (19 e eeuw)
Hij was aan het werk in de jaren 90 zijn gedachtegoed kunnen kaderen in deze tijd
Victoriaans tijdperk: Hij werkte vooral met rijke vrouwen die opgesloten werden, een man
werden toegewezen, ze hadden geen vrijheid…
Heel medische ingrepen en hypnose
- Neuroloog, Wenen
- Beïnvloedde alle vormen van psychotherapie
- De grondlegger van de psychologie
- Grote invloed op alle vormen van psychotherapie
- Idee door naar mensen in gesprek te gaan en naar mensen te luisteren dat je iets kan veranderen en
kan betekenen
- Door gewoon te praten kan het al helend zijn zonder hypnose of medische ingrepen
2.2. FREUDS VISIE
- Analyse van het menselijk zijn met aandacht voor het onderbewuste. Beschrijving van de driften.
- Elke mens heeft vanbinnen conflicten en begint hierdoor te worstelen
- Mensen proberen om te gaan met hun innerlijke conflicten en de buitenwereld
- Voorbij gedrag kijken en de subjectieve ervaringen bekijken
LES 4: EXISTENTIEEL – FENOMENOLOGISCH KADER - DE MENS ALS VERHAAL.
1. INTRODUCTIE
Het existentieel fenomenologisch kader gaat over:
- De mens als existentie
Waarom leef ik?
Het leven
De persoon in zijn bestaan
We kijken naar zijn of haar levensverhaal
Staan stil bij het bestaan van het leven
- Over grote levensvragen
Wat is de zin van het bestaan?
Wie ben ik? Waar wil ik naartoe? Wat is mijn kern?
Mens met wat hij voelt en werkelijk verlangt
Denk aan Sartre en Heidegger (filosofen)
Op een bepaald moment in je leven zal je over bepaalde thema’s (de dood, het leven en de
zin van het leven…) vragen stellen
- Intersubjectiviteit
We kunnen niet leven zonder de andere, we zijn wie we zijn in relatie tot de ander
Wat speelt er tussen mensen onderling af?
Wat maken mensen eigenlijk mee?
Relaties tussen mensen en besef dat we allemaal mensen zijn
ze verzamelen individuele ervaringen die elke mens ervaart om zo inzicht te krijgen in
fenomenen zoals bv. herinneringen, gedachten, bewustzijn
- Het fenomeen van de vrijheid
In welke mate is de mens vrij?
Eigenlijk zijn we helemaal niet vrij als dat we denken
De samenleving heeft aan hoe we ons moeten kleden, hoe we ons moeten voelen, hoe we
moeten denken…
1.1. EXISTENTIEEL
= Het leven, het bestaan
- Staan stil bij grote levensvragen: mens staat hierbij stil (Wie ben ik? Waarom ben ik hier?)
- Mens met wat hij voelt en werkelijk verlangt
- Verhalen worden gekleurd door wat erin onszelf afspeelt
, 1.2. FENOMENOLOGISCH
Fenomenen = Wat zich voordoet
- Een gebeurtenis dat zich voordoet
- Ervaring en betekenis die mens eraan geeft als belangrijkste fenomeen
- Waarnemen, zonder oordeel
- Is niet objectief
- Zonder oordeel, er is geen juist of fout, iemand zijn ervaring is de andere niet
“Het leven heeft a priori geen zin… Het is aan jou om de betekenis te geven en waarde is niets anders dan de
betekenis die jij kiest.”
2. PSYCHOANALYSE
= Analyse van het menselijk zijn met aandacht voor het onderbewuste
- Bewuste vs. onbewuste
2.1. GRONDLEGGER VAN DE PSYCHOANALYSE
- Sigmund Freud 1856-1939 heeft de psychoanalyse uitgevonden (19 e eeuw)
Hij was aan het werk in de jaren 90 zijn gedachtegoed kunnen kaderen in deze tijd
Victoriaans tijdperk: Hij werkte vooral met rijke vrouwen die opgesloten werden, een man
werden toegewezen, ze hadden geen vrijheid…
Heel medische ingrepen en hypnose
- Neuroloog, Wenen
- Beïnvloedde alle vormen van psychotherapie
- De grondlegger van de psychologie
- Grote invloed op alle vormen van psychotherapie
- Idee door naar mensen in gesprek te gaan en naar mensen te luisteren dat je iets kan veranderen en
kan betekenen
- Door gewoon te praten kan het al helend zijn zonder hypnose of medische ingrepen
2.2. FREUDS VISIE
- Analyse van het menselijk zijn met aandacht voor het onderbewuste. Beschrijving van de driften.
- Elke mens heeft vanbinnen conflicten en begint hierdoor te worstelen
- Mensen proberen om te gaan met hun innerlijke conflicten en de buitenwereld
- Voorbij gedrag kijken en de subjectieve ervaringen bekijken