Werkgroep week 7: Strafuitsluitingsgronden
Literatuur
Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht, hoofdstukken 4 en 11 (herhaling)
Rechtspraak
HR 15 oktober 1923, NJ 1923/1329 (Opticien)
HR 14 februari 1916, NJ 1916/681 (Melk en water)
HR 22 november 1949, NJ 1950/180 (Motorpapieren)
Rechtbank Leeuwarden 26 november 2009, ECLI:NL:RBLEE:2009:BK4564
(samoeraizwaard)*
* Zelf raadplegen via universiteiten.rechtsorde.nl of kluwernavigator.nl. Op Canvas staat in de map ‘Werkgroepen’
een document waarin wordt uitgelegd hoe u dat kunt doen.
NB zorg ervoor dat u tijdens de werkgroep beschikt over een geprinte/digitale versie.
Kernbegrip
Strafuitsluitingsgronden
Leerdoelen
Onderscheiden van rechtvaardigingsgronden van schulduitsluitingsgronden.
Rechtvaardigingsgronden
Nemen de wederrechtelijkheid weg
Noodweer
Zie werkgroepopdrachten
Overmacht als noodtoestand
Er doet een situatie voor waar er een keuze moet worden gemaakt tussen 2
conflicterende plichten: enerzijds de plicht om de strafwet na te leven, en anderzijds
een zwaarwegende maatschappelijke plicht.
Als laatstgenoemde zwaarder weegt dan is het juridisch juist de strafwet te overtreden.
Voorbeeld: een arts die veels te hard rijdt om een patiënt te redden.
Bevoegd ambtelijk bevel
Een strafbare handeling wordt gepleegd door het bevoegd gegeven ambtelijk bevel op
te volgen.
Voorbeeld: een politieagent die een burger opdracht geeft een strafbare gedraging te
verrichten.
Wettelijk voorschrift
Dit geldt wanneer iemand de strafwet overtreedt ter uitvoering van een wettelijk
voorschrift.
Voorbeeld: een agent die ter aanhouding van bankovervallers de vluchtauto klemrijdt,
en de auto vernield of beschadigd.
Ontbreken van materiele wederrechtelijkheid (ongeschreven: Veeartsarrest)
1
, Zie werkgroepopdrachten
Schulduitsluitingsgronden
Nemen de verwijtbaarheid weg
Noodweerexces
Zie werkgroepopdrachten
o Tardief noodweerexces
Dit is het geval wanneer iemand reageert op een aanranding, terwijl die al is
afgelopen. Er is geen sprake meer van verdediging, omdat de aanval al voorbij is.
Voorwaarde : ten tijde van de aanval moet een noodweersituatie hebben
bestaan.
(Psychische) overmacht
Een van buiten komende drang waaraan men redelijkerwijs geen weerstand kan of
behoeft te bieden. Er is dan sprake van een zodanige (psychische) pressie dat van de
dader gedrongen is tot een strafbaar handelen.
Voorbeeld: een kassier die geld overhandigt aan een bankovervaller, omdat
laatstgenoemde een medewerker dreigt te vermoorden.
o Absolute overmacht
In dit geval is er geen sprake van een menselijke gedraging, en is er dus
geen strafbaar feit begaan.
Voorbeeld: door een ruit geduwd worden door een windstoot.
Onbevoegd ambtelijk bevel
In dit geval wordt er een bevel gegeven door iemand die t.a.v. bevolene hoger in rang
is, maar dat hij een bevel geeft dat niet ligt binnen de kring van zijn
bevelsbevoegdheid.
Als het voor de bevolene niet mogelijk is om de precieze contouren van de
bevelsbevoegdheid te kennen, en het bevel opvolgt dan zal hij niet strafbaar zijn op
grond van deze schulduitsluitingsgrond.
Ontoerekeningsvatbaarheid
De invloed van de stoornis of het gebrek in de ontwikkeling wordt zo groot geacht, dat
de wil van de dader niet meer in vrijheid is gevormd.
Afwezigheid van alles schuld (ongeschreven: Melk-en-waterarrest)
Dit komt neer op verontschuldigbare dwaling : de dader heeft iets niet geweten en
behoefde het ook niet te weten.
o Feitelijke dwaling : dwaling omtrent wat feitelijk juist is.
o Rechtsdwaling: men weet niet dat een bepaalde gedraging bij wet verboden is
(Motorpapierenarrest).
Voorwaarde: de verdachte heeft onderzocht welke rechtsregel van
toepassing was.
Benoemen van de voorwaarden van de diverse strafuitsluitingsgronden.
Zie bovenstaand kopje.
Beoordelen of in een casus een succesvol beroep op een strafuitsluitingsgrond kan worden
gedaan.
2
Literatuur
Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht, hoofdstukken 4 en 11 (herhaling)
Rechtspraak
HR 15 oktober 1923, NJ 1923/1329 (Opticien)
HR 14 februari 1916, NJ 1916/681 (Melk en water)
HR 22 november 1949, NJ 1950/180 (Motorpapieren)
Rechtbank Leeuwarden 26 november 2009, ECLI:NL:RBLEE:2009:BK4564
(samoeraizwaard)*
* Zelf raadplegen via universiteiten.rechtsorde.nl of kluwernavigator.nl. Op Canvas staat in de map ‘Werkgroepen’
een document waarin wordt uitgelegd hoe u dat kunt doen.
NB zorg ervoor dat u tijdens de werkgroep beschikt over een geprinte/digitale versie.
Kernbegrip
Strafuitsluitingsgronden
Leerdoelen
Onderscheiden van rechtvaardigingsgronden van schulduitsluitingsgronden.
Rechtvaardigingsgronden
Nemen de wederrechtelijkheid weg
Noodweer
Zie werkgroepopdrachten
Overmacht als noodtoestand
Er doet een situatie voor waar er een keuze moet worden gemaakt tussen 2
conflicterende plichten: enerzijds de plicht om de strafwet na te leven, en anderzijds
een zwaarwegende maatschappelijke plicht.
Als laatstgenoemde zwaarder weegt dan is het juridisch juist de strafwet te overtreden.
Voorbeeld: een arts die veels te hard rijdt om een patiënt te redden.
Bevoegd ambtelijk bevel
Een strafbare handeling wordt gepleegd door het bevoegd gegeven ambtelijk bevel op
te volgen.
Voorbeeld: een politieagent die een burger opdracht geeft een strafbare gedraging te
verrichten.
Wettelijk voorschrift
Dit geldt wanneer iemand de strafwet overtreedt ter uitvoering van een wettelijk
voorschrift.
Voorbeeld: een agent die ter aanhouding van bankovervallers de vluchtauto klemrijdt,
en de auto vernield of beschadigd.
Ontbreken van materiele wederrechtelijkheid (ongeschreven: Veeartsarrest)
1
, Zie werkgroepopdrachten
Schulduitsluitingsgronden
Nemen de verwijtbaarheid weg
Noodweerexces
Zie werkgroepopdrachten
o Tardief noodweerexces
Dit is het geval wanneer iemand reageert op een aanranding, terwijl die al is
afgelopen. Er is geen sprake meer van verdediging, omdat de aanval al voorbij is.
Voorwaarde : ten tijde van de aanval moet een noodweersituatie hebben
bestaan.
(Psychische) overmacht
Een van buiten komende drang waaraan men redelijkerwijs geen weerstand kan of
behoeft te bieden. Er is dan sprake van een zodanige (psychische) pressie dat van de
dader gedrongen is tot een strafbaar handelen.
Voorbeeld: een kassier die geld overhandigt aan een bankovervaller, omdat
laatstgenoemde een medewerker dreigt te vermoorden.
o Absolute overmacht
In dit geval is er geen sprake van een menselijke gedraging, en is er dus
geen strafbaar feit begaan.
Voorbeeld: door een ruit geduwd worden door een windstoot.
Onbevoegd ambtelijk bevel
In dit geval wordt er een bevel gegeven door iemand die t.a.v. bevolene hoger in rang
is, maar dat hij een bevel geeft dat niet ligt binnen de kring van zijn
bevelsbevoegdheid.
Als het voor de bevolene niet mogelijk is om de precieze contouren van de
bevelsbevoegdheid te kennen, en het bevel opvolgt dan zal hij niet strafbaar zijn op
grond van deze schulduitsluitingsgrond.
Ontoerekeningsvatbaarheid
De invloed van de stoornis of het gebrek in de ontwikkeling wordt zo groot geacht, dat
de wil van de dader niet meer in vrijheid is gevormd.
Afwezigheid van alles schuld (ongeschreven: Melk-en-waterarrest)
Dit komt neer op verontschuldigbare dwaling : de dader heeft iets niet geweten en
behoefde het ook niet te weten.
o Feitelijke dwaling : dwaling omtrent wat feitelijk juist is.
o Rechtsdwaling: men weet niet dat een bepaalde gedraging bij wet verboden is
(Motorpapierenarrest).
Voorwaarde: de verdachte heeft onderzocht welke rechtsregel van
toepassing was.
Benoemen van de voorwaarden van de diverse strafuitsluitingsgronden.
Zie bovenstaand kopje.
Beoordelen of in een casus een succesvol beroep op een strafuitsluitingsgrond kan worden
gedaan.
2