Samenvatting H1
1.1 De Nederlandse landbouw
Bloemen, zuivel en vlees.
De landbouw is de ruimtegebruiker van Nederland. De helft van ons land bestaat uit akker en
weilanden. Veel eten we zelf op maar exporteren ook veel.
Bloemen, bloembollen en sierplanten zijn de belangrijkste exportproducten van de Nederlandse
landbouw.
De koeien produceren veel melk die wordt verwerkt tot zuivelproducten. Een groot deel van de kaas,
boter en melkpoeder wordt uitgevoerd.
Vlees is het derde belangrijkste exportproduct. Nederland produceert vier keer zo veel vlees dan dat
we opeten.
Steeds minder boeren
De meeste boerderijen zijn heel groot. In 1950 werkten er 580.000 mensen in de landbouw nu nog
maar 170.000. Dat komt door de mechanisatie van de landbouw. Er wordt meer werk gedaan met
machines en daardoor kon een boer in zijn eentje een groter stuk grond bewerken, dit heet
schaalvergroting.
De meeste boeren telen, verbouwen of houden vaak een product. Dat heet specialisatie.
Sommige werkzaamheden kunnen niet door machines gedaan worden en zijn er veel mensen nodig.
Dat werk is een bepaald deel van het jaar, het werk heet dan seizoenarbeid.
Voor-en nadelen van de landbouw
Door schaalvergroting en specialisatie produceren we steeds meer voedsel en steeds goedkoper.
Nederland heeft meer veevoer nodig voor de veeteelt. We importeren veevoer uit andere landen. De
biodiversiteit van de natuur wordt kleiner door het vele mest en de schaalvergroting. Producten uit
de biologische landbouw zijn duurder omdat de opbrengsten per hectare lager zijn. Alles is op een
milieuvriendelijke manier geproduceerd.
1.1 De Nederlandse landbouw
Bloemen, zuivel en vlees.
De landbouw is de ruimtegebruiker van Nederland. De helft van ons land bestaat uit akker en
weilanden. Veel eten we zelf op maar exporteren ook veel.
Bloemen, bloembollen en sierplanten zijn de belangrijkste exportproducten van de Nederlandse
landbouw.
De koeien produceren veel melk die wordt verwerkt tot zuivelproducten. Een groot deel van de kaas,
boter en melkpoeder wordt uitgevoerd.
Vlees is het derde belangrijkste exportproduct. Nederland produceert vier keer zo veel vlees dan dat
we opeten.
Steeds minder boeren
De meeste boerderijen zijn heel groot. In 1950 werkten er 580.000 mensen in de landbouw nu nog
maar 170.000. Dat komt door de mechanisatie van de landbouw. Er wordt meer werk gedaan met
machines en daardoor kon een boer in zijn eentje een groter stuk grond bewerken, dit heet
schaalvergroting.
De meeste boeren telen, verbouwen of houden vaak een product. Dat heet specialisatie.
Sommige werkzaamheden kunnen niet door machines gedaan worden en zijn er veel mensen nodig.
Dat werk is een bepaald deel van het jaar, het werk heet dan seizoenarbeid.
Voor-en nadelen van de landbouw
Door schaalvergroting en specialisatie produceren we steeds meer voedsel en steeds goedkoper.
Nederland heeft meer veevoer nodig voor de veeteelt. We importeren veevoer uit andere landen. De
biodiversiteit van de natuur wordt kleiner door het vele mest en de schaalvergroting. Producten uit
de biologische landbouw zijn duurder omdat de opbrengsten per hectare lager zijn. Alles is op een
milieuvriendelijke manier geproduceerd.