Hoorcollege psychologie
Hoorcollege 1
Introductie in de psychologie
Leren toets:
H1 t/m 6 en 9, 11, 14
Boek:
- Psychologie een inleiding
Wat is psychologie?
à Meerdere definities mogelijk
Reden verschillende definities à wat is het onderwerp van onderwerp van
studie/ onderzoek?
- Letterlijk: zielkunde
- Van Dale: “Wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoek van de
bewustszijnsverschijnselen”
Dus wat is psychologie?
- Zimbardo et al: psychologie is de wetenschap van het gedrag en de
psychische processen, die uit vele dikwijls tegenstrijdige tradities is
ontstaan.
à Studie van alle gedrag van een individu, ook afwijkend gedrag.
à Sociologie richt zich op gedrag van groepen mensen.
Een psycholoog mag geen medicijnen voorschrijven een psychiater wel want
heeft geneeskunde gestudeerd, behandelen wel dezelfde mensen.
Waarom psychologieà Omdat het jou inzicht geeft in het gedrag van anderen.
Waar kom je psychologen tegen?
- Meeste in jeugd en gezondheidszorg, ook in arbeid & organisatie en
onderwijs.
- Marketing.
,à Verschil psycholoog en een psychiater?
Twee specialisaties
1. Experimentele psychologie
2. Toegepaste psychologie
Wat kun je hier mee doen à
- Onderzoek
- Toepassen
- Onderwijs over geven
Experimentele psychologie
1. Hypothese ontwikkelen (Verwachting schetsen, moet wel gebaseerd zijn
op dingen)
2. Experiment uitvoeren
3. Data verzamelen
4. Resultaten analyseren en hypothese verwerpen of accepteren. (Vanuit
data kun je dus kijken of het klopt of niet)
5. Resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren.
Hypothese ontwikkelen
(Onderzoek opstarten, over kaal zijn 2 willekeurige groepen maken 1 placebopil
geven de andere echte pil)
- Moet falsifieerbaar zijn
- Dus NIET beginnen met de conclusie en daar bewijzen voor zoeken ( en
tegenbewijs negeren)
Experiment uitvoeren
- Twee uitslagen mogelijk
à Nulhypothese, jij hebt ongelijk
à Alternatieve hypothese, je mag na genoeg onderzoek concluderen dat
je gelijk hebt.
- Gecontroleerd experiment
- Onafhankelijke variabel
, - Randomiseren
- Dubbelblind (Mensen van onderzoek en de wetenschappers mogen niet
weten welke pil ze krijgen.
Data verzamelen
- Objectieve, empirische data
- Afhankelijke variabelen
Analyse en conclusie
- Resultaten analyseren en hypothese verwerpen of accepteren:
- Statistiek
- Significantie
- Verwerpen of accepteren
Peer review
- Resultaten publiceren bekritiseren en repliceren. (Alles vertellen)
- Publiceren
- Bekritiseren/bekritiseerd worden
- Repliceren: Replicatie studie (Het onderzoek exact nadoen, om het
nogmaals te checken)
Onderzoeksmethoden
1. Experimentonderzoek
(Onderzoek 1000 mensen bijvoorbeeld)
2. Correlatie-onderzoek
(Je weet niet wat oorzaak gevolg is van iets. Wel een relatie tussen 2
dingen) voorbeeld à er bestaat een correlatie tussen postbode en IQ)
3. Survey
(Steekproef, enquête)
4. Natuurlijke observaties
5. Gevalstudie
( in of 2 casussen helemaal tot in diepte uitzoeken, kun je niets zegen
over andere, wel een breedbeeld gekregen)
Hoorcollege 1
Introductie in de psychologie
Leren toets:
H1 t/m 6 en 9, 11, 14
Boek:
- Psychologie een inleiding
Wat is psychologie?
à Meerdere definities mogelijk
Reden verschillende definities à wat is het onderwerp van onderwerp van
studie/ onderzoek?
- Letterlijk: zielkunde
- Van Dale: “Wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoek van de
bewustszijnsverschijnselen”
Dus wat is psychologie?
- Zimbardo et al: psychologie is de wetenschap van het gedrag en de
psychische processen, die uit vele dikwijls tegenstrijdige tradities is
ontstaan.
à Studie van alle gedrag van een individu, ook afwijkend gedrag.
à Sociologie richt zich op gedrag van groepen mensen.
Een psycholoog mag geen medicijnen voorschrijven een psychiater wel want
heeft geneeskunde gestudeerd, behandelen wel dezelfde mensen.
Waarom psychologieà Omdat het jou inzicht geeft in het gedrag van anderen.
Waar kom je psychologen tegen?
- Meeste in jeugd en gezondheidszorg, ook in arbeid & organisatie en
onderwijs.
- Marketing.
,à Verschil psycholoog en een psychiater?
Twee specialisaties
1. Experimentele psychologie
2. Toegepaste psychologie
Wat kun je hier mee doen à
- Onderzoek
- Toepassen
- Onderwijs over geven
Experimentele psychologie
1. Hypothese ontwikkelen (Verwachting schetsen, moet wel gebaseerd zijn
op dingen)
2. Experiment uitvoeren
3. Data verzamelen
4. Resultaten analyseren en hypothese verwerpen of accepteren. (Vanuit
data kun je dus kijken of het klopt of niet)
5. Resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren.
Hypothese ontwikkelen
(Onderzoek opstarten, over kaal zijn 2 willekeurige groepen maken 1 placebopil
geven de andere echte pil)
- Moet falsifieerbaar zijn
- Dus NIET beginnen met de conclusie en daar bewijzen voor zoeken ( en
tegenbewijs negeren)
Experiment uitvoeren
- Twee uitslagen mogelijk
à Nulhypothese, jij hebt ongelijk
à Alternatieve hypothese, je mag na genoeg onderzoek concluderen dat
je gelijk hebt.
- Gecontroleerd experiment
- Onafhankelijke variabel
, - Randomiseren
- Dubbelblind (Mensen van onderzoek en de wetenschappers mogen niet
weten welke pil ze krijgen.
Data verzamelen
- Objectieve, empirische data
- Afhankelijke variabelen
Analyse en conclusie
- Resultaten analyseren en hypothese verwerpen of accepteren:
- Statistiek
- Significantie
- Verwerpen of accepteren
Peer review
- Resultaten publiceren bekritiseren en repliceren. (Alles vertellen)
- Publiceren
- Bekritiseren/bekritiseerd worden
- Repliceren: Replicatie studie (Het onderzoek exact nadoen, om het
nogmaals te checken)
Onderzoeksmethoden
1. Experimentonderzoek
(Onderzoek 1000 mensen bijvoorbeeld)
2. Correlatie-onderzoek
(Je weet niet wat oorzaak gevolg is van iets. Wel een relatie tussen 2
dingen) voorbeeld à er bestaat een correlatie tussen postbode en IQ)
3. Survey
(Steekproef, enquête)
4. Natuurlijke observaties
5. Gevalstudie
( in of 2 casussen helemaal tot in diepte uitzoeken, kun je niets zegen
over andere, wel een breedbeeld gekregen)