10. Het hormonstelsel
Belangrijkste endocriene klieren
10.1 Soorten
hormonen (chem. structuur)
1. Peptidehormonen (bv. ADH, insuline, glucagon, …)
a. Hydrofiele aminozuurketens
b. Grootste groep hormonen
2. Vetderivaten: steroïden (bv. Testosteron, oestrogeen,…)
a. Lipofiele mlcln (afgeleid v cholesterol)
3. Aminozuurderivaten (bv. Adrenaline, thyroxine,…)
a. Kleine mlcln afgeleid v aminozuur
Steroïdehormonen: absorptie maar geen vertering PILLEN
Polypeptiden: vertering maar geen absorptie SPUITEN
, Hormoonwerking
Hormonen wijzigen het functioneren v cellen doordat ze typen, activiteiten, plaatsen of hvlhd v
belangrijke enzymen en structurele eiwitten in versch. doelcellen wijzigen
- Aanwezigheid v specifieke receptoren is de sleutel tot de doelcel
Hormonen en plasmamembraamreceptoren
Hormonen die binden op de receptoren hebben geen
direct effect op de activiteiten vd doelcel
- Gebruik gemaakt v 2 signaalstoffen
o 1ste: hormoon dat op receptor bindt
o 2de: intermediair molecuul
Schakel tss eerste en tweede signaalstof omvat
meestal een G-eiwit
G-eiwit w geactiveerd als het hormoon bindt op de
receptor en zal 2de signaalstof doen ontstaan
- Deze kan enzymactiviteit remmen of activeren
Amplificatie: groter deel aan tweede signaalstoffen die
ontstaat uit hormonen versterkt het effect
Belangrijkste endocriene klieren
10.1 Soorten
hormonen (chem. structuur)
1. Peptidehormonen (bv. ADH, insuline, glucagon, …)
a. Hydrofiele aminozuurketens
b. Grootste groep hormonen
2. Vetderivaten: steroïden (bv. Testosteron, oestrogeen,…)
a. Lipofiele mlcln (afgeleid v cholesterol)
3. Aminozuurderivaten (bv. Adrenaline, thyroxine,…)
a. Kleine mlcln afgeleid v aminozuur
Steroïdehormonen: absorptie maar geen vertering PILLEN
Polypeptiden: vertering maar geen absorptie SPUITEN
, Hormoonwerking
Hormonen wijzigen het functioneren v cellen doordat ze typen, activiteiten, plaatsen of hvlhd v
belangrijke enzymen en structurele eiwitten in versch. doelcellen wijzigen
- Aanwezigheid v specifieke receptoren is de sleutel tot de doelcel
Hormonen en plasmamembraamreceptoren
Hormonen die binden op de receptoren hebben geen
direct effect op de activiteiten vd doelcel
- Gebruik gemaakt v 2 signaalstoffen
o 1ste: hormoon dat op receptor bindt
o 2de: intermediair molecuul
Schakel tss eerste en tweede signaalstof omvat
meestal een G-eiwit
G-eiwit w geactiveerd als het hormoon bindt op de
receptor en zal 2de signaalstof doen ontstaan
- Deze kan enzymactiviteit remmen of activeren
Amplificatie: groter deel aan tweede signaalstoffen die
ontstaat uit hormonen versterkt het effect