ORGANISATIESOCIOLOGIE
1:
- Introductie
- Definitie van organisaties
2:
- Strategie, doel en effectiviteit
- Kritische reflectie op de rationele organisatie
3:
- Inleiding het meubelfabriekje
- Externe omgeving en ontwerp
4:
- Arbeidsdeling
- Globalisering
5: Bureaucratie
6: Lidmaatschap en organisatie
7:
- Dienstenorganisaties
- Kennis in organisaties
8: Technologie
9: Platformorganisaties
,1: Introductie
Organisatiemaatschappij
Globalisering, digitalisering, tijd- en plaatsonafhankelijk werken, e-commerce, ‘deel’-
economie, diversiteit, duurzaamheid en Corporate Social Responsibility
Organisaties zijn de centrale actoren in de samenleving
ons leven is gestructureerd en georganiseerd door verschillende organisaties
,1: Definitie van organisaties
(video: slide 3)
Definitie
Organisaties zijn:
(1) Door mensen opgericht: sociale systemen die
(2) Bewust ontworpen (en constant herontworpen) worden: gericht op een
doel
(3) als systemen van bewust gestructureerde en gecoördineerde
activiteiten en
(4) verbonden met de externe omgeving
4 elementen
1. SOCIALE SYSTEMEN
"Een sociaal systeem is een veelheid van individuen die met elkaar in interactie staan om
essentiële activiteiten uit te voeren die nodig zijn om doelen te bereiken; daarbij
onderscheiden zij zich van de omgeving."
Begrensd via lidmaatschap!
- Grote heterogeniteit van leden
- Afhankelijk van functie/rol
- Hiërarchie en bevoegdheden
- Expertise
- Contracten: grensvervaging!
2. DOELGERICHT
- Heterogeniteit van doelen
- Richtlijn voor gedrag en beslissingen
- Basis voor evaluatie en controle op prestaties
, Duncan
Transformatieproces!
3. FUNCTIONALISEREN EN COÖRDINEREN
- Functionalisatie
- Coördinatie
Transformatieproces
- Rationale finalisatie in functie van het doel Organisatiestructuur
Organisatiestructuur:
- Formele versus informele
organisatie
- Organisatie=chaos
4. OPEN SYSTEEM
Een systeem is
- een serie van onderling verbonden elementen
- die haar input uit de omgeving krijgt
- deze transformeert
- en de output terugstuurt
- naar de externe omgeving
TYPES ORGANISATIES
- Utilitaire – normatieve – dwingende organsiaties
- Productorganisaties – dienstenorganisaties
- Profit- non/social profit
- Levenscyclus van organisaties
DYNAMIEK EN STABILITEIT
Steeds snellere en continue verandering. De voorspelbaarheid neemt af. De evolutie
Soms radicaal. Hoge pieken en diepe dalen. van technologie, economie,
Geen stabiliteit. Grote variabiliteit. maatschappij, ... is onzeker.
VOLATIEL - ONZEKER ONZEKER
Grenzen vervagen. Steeds meer is Problemen hebben niet altijd een
verweven en interacties zijn moeilijk te eenduidige oplossing, Dingen kunnen
doorgronden. verschillend worden geïnterpreteerd.
AMBIGU
COMPLEX
De organisatie sociologisch bekeken
Organisatiesociologie:
- Rationaliteit of non-rationaliteit?
- Organisaties zijn een hoeksteen van de sociale orde
- Moderne organisaties zijn een hoeksteen van de moderne samenleving
- Sociologische analyse impliceert een
Kritisch
, Reflexief
Multi-causaal
Probleem-georiënteerd
Onderzoek
Van de moderne organisatie
SOCIOLOGISCHE STROMINGEN
- Wereldbeeld gebaseerd op een aantal assumpties
- Over de mensheid
- Over hoe je de sociale orde kan waarnemen
- Die onze waarneming sturen
- Onze geprefereerde theorie verklaren
- Onze interpretaties van de geobserveerde werkelijkheid sturen
4 centrale stromingen
Rationalisme (Weber)
- Protestantse ethiek én de onttovering van de wereld (wetenschap centraal)
- Organisatie als rationeel gebeuren
- Bureaucratisch perspectief
- Sociaal contract
- Rationeel handelend en berekend individu, kosten-baten
- Bureaucratie als de ideaaltypische orde:
Gelegitimeerd hiërarchisch gezag (versus traditioneel en charismatisch)
Efficiëntie en coördinatie
Positief gewaardeerd
Rationaliteit: functioneel en substantief
Tegenstelling tussen kapitalistische organisatie en individuele levenssfeer
Interactionisme (Follet)
- Organisatie als relationeel gebeuren gebaseerd op interacties tussen individuen
die betekenisgeving scheppen
- Geeft zin, verbondenheid en betekenis
- Kwalitatieve en subjectivistische benadering, symboliek en taal dragen bij tot de
(constante) constructie van de realiteit, de omgeving en het individu,
subject=object
- Organisaties: geen controle en hiërarchie maar creatieve en constructieve
processen, mutualisering, verbondenheid en egalitarisme
- Relaties staan centraal
Conflictsociologie (Marx)
- Maatschappijkritisch
- Organisaties dienen voor de sociale orde en voor disciplinering en controle
- Basis: ongelijkheid en macht in en tussen organisaties
- Ongelijkheid die geen oplossing krijgt
- Belang van sociale rechtvaardigheid
- Emancipatorisch: niet enkel bestuderen maar ook veranderen: klassenstrijd
- Aliënatie, vals bewustzijn gecreëerd door dominante ideologie, zelfexploitatie en
onderwerping
,Functionalisme (Durkheim)
- Het consensus-paradigma, positieve sociologie
- Organisaties als constructieve, coöperatieve en stabiele systemen gebaseerd op
instemming en consensus
- Gebaseerd op streven naar evenwicht, overleving en sociale coherentie
- Verandering gebaseerd op grotere functionaliteit
- Non-rationeel gedrag
- Organisaties gebaseerd op solidariteit, vertrouwen en loyauteit (cultuur)
De fundamentele problemen van organisaties
- Coördinatie: mechanistisch en relationeel
- Controle: gedrag stroomlijnen in functie van bepaalde doelen
- Conflict: rekening houden met tegengestelde belangen en doelen
,2: Strategie, doel en effectiviteit
- Topmanagers: evalueren en nemen beslissingen. Ze stellen het doel en stemmen
dit af bij de externe en interne omgeving en interne sterktes en zwaktes.
- Structuur volgt strategie.
Doelen
Types Functie
Officiële doelen, missie Legitimiteit, voortbestaan
Differentiatie tov andere organisaties
(concurrentie)
Operationele doelen Motiveren en sturen van WNs
(= richtlijnen voor werknemers om naar Uit te voeren primair proces
te streven) Sturen van besluitvorming
Prestatiecriteria bepalen
- Doelen moeten ‘meaningful’ blijven om de
organisatie zinvol te laten voortbestaan als een
aparte organisatie. Als het doel wegvalt, heeft
het dan nog zin om te blijven bestaan als aparte
organisatie? Meestal nieuw doel zoeken dan.
- Als de differentiatie wegvalt, fusioneren
bedrijven vaak want het heeft geen nut meer om
een apart bestaan te leiden.
- Doelen moeten worden vertaald in operationele
doelen concreet
Strategie
Een strategie is een plan tot interactie met de externe omgeving om organisatiedoelen te
realiseren.
, PORTER’S STRATEGIETYPOLOGIE
Concurrentiebereik Concurrentievoordeel Strategie Voorbeeld
breed Lage kosten Lage kosten Ryanair,
leiderschap Aldi, Colruyt,
Bol.com
breed Uniek Differentiatie Starbucks
DUUR Coffee
Delhaize
Pegasus
smal Lage kosten Focus op lage Mols
kosten autoverhuur
leiderschap
smal Uniek Focus op Auping
DUUR differentiatie bedden
MILES AND SNOW’S TYPOLOGIE
Goudzoekersstrategie (cfr. Differentiatie)
- Lerende organisatie; flexibel, losjes, gedecentraliseerd,
- Sterk in innovatie
- Beloont creativiteit, risicogedrag en innovatief gedrag, klantencontacten
- VB: Google, Volvo, Apple, Tesla
Organisaties die altijd iets nieuw proberen te bedenken.
Verdedigingsstrategie (cfr. Lagekostenleiderschap)
- Oriëntatie op efficiëntie, krachtig centraal gezag, strenge kostencontrole
- Nadruk op productie-efficiency, lage overhead
- Strakke supervisie, weinig empowerment van WNs
- VB: Ford, Opel
willen behouden dat je hebt
Analytische strategie tussen goudzoeker en verdediger
- Evenwicht tussen efficiency en leren; strakke kostencontrole met flexibiliteit en
aanpassingsvermogen
- Nadruk op creativiteit, research, risico’s en innovatie
- VB: Inbev, H&M, Delhaize
Combinatie van een groot massa product waar je een groot marktaandeel mee
wilt bereiken samen met een strategie om in een bepaalde niche te innoveren.
Reactieve strategie
- Geen duidelijke organisatiestrategie, kan abrupt verschuiven, afhankelijk van
behoeften van het moment
- VB: Kodak, IBM
te lang vastgehouden aan hun eigen product, hun product willen verdedigen en
daarom een groot marktaandeel verliezen.
CONTINGENTIETHEORIE
- De omgeving vraagt aangepast (organisatie-) gedrag.
1:
- Introductie
- Definitie van organisaties
2:
- Strategie, doel en effectiviteit
- Kritische reflectie op de rationele organisatie
3:
- Inleiding het meubelfabriekje
- Externe omgeving en ontwerp
4:
- Arbeidsdeling
- Globalisering
5: Bureaucratie
6: Lidmaatschap en organisatie
7:
- Dienstenorganisaties
- Kennis in organisaties
8: Technologie
9: Platformorganisaties
,1: Introductie
Organisatiemaatschappij
Globalisering, digitalisering, tijd- en plaatsonafhankelijk werken, e-commerce, ‘deel’-
economie, diversiteit, duurzaamheid en Corporate Social Responsibility
Organisaties zijn de centrale actoren in de samenleving
ons leven is gestructureerd en georganiseerd door verschillende organisaties
,1: Definitie van organisaties
(video: slide 3)
Definitie
Organisaties zijn:
(1) Door mensen opgericht: sociale systemen die
(2) Bewust ontworpen (en constant herontworpen) worden: gericht op een
doel
(3) als systemen van bewust gestructureerde en gecoördineerde
activiteiten en
(4) verbonden met de externe omgeving
4 elementen
1. SOCIALE SYSTEMEN
"Een sociaal systeem is een veelheid van individuen die met elkaar in interactie staan om
essentiële activiteiten uit te voeren die nodig zijn om doelen te bereiken; daarbij
onderscheiden zij zich van de omgeving."
Begrensd via lidmaatschap!
- Grote heterogeniteit van leden
- Afhankelijk van functie/rol
- Hiërarchie en bevoegdheden
- Expertise
- Contracten: grensvervaging!
2. DOELGERICHT
- Heterogeniteit van doelen
- Richtlijn voor gedrag en beslissingen
- Basis voor evaluatie en controle op prestaties
, Duncan
Transformatieproces!
3. FUNCTIONALISEREN EN COÖRDINEREN
- Functionalisatie
- Coördinatie
Transformatieproces
- Rationale finalisatie in functie van het doel Organisatiestructuur
Organisatiestructuur:
- Formele versus informele
organisatie
- Organisatie=chaos
4. OPEN SYSTEEM
Een systeem is
- een serie van onderling verbonden elementen
- die haar input uit de omgeving krijgt
- deze transformeert
- en de output terugstuurt
- naar de externe omgeving
TYPES ORGANISATIES
- Utilitaire – normatieve – dwingende organsiaties
- Productorganisaties – dienstenorganisaties
- Profit- non/social profit
- Levenscyclus van organisaties
DYNAMIEK EN STABILITEIT
Steeds snellere en continue verandering. De voorspelbaarheid neemt af. De evolutie
Soms radicaal. Hoge pieken en diepe dalen. van technologie, economie,
Geen stabiliteit. Grote variabiliteit. maatschappij, ... is onzeker.
VOLATIEL - ONZEKER ONZEKER
Grenzen vervagen. Steeds meer is Problemen hebben niet altijd een
verweven en interacties zijn moeilijk te eenduidige oplossing, Dingen kunnen
doorgronden. verschillend worden geïnterpreteerd.
AMBIGU
COMPLEX
De organisatie sociologisch bekeken
Organisatiesociologie:
- Rationaliteit of non-rationaliteit?
- Organisaties zijn een hoeksteen van de sociale orde
- Moderne organisaties zijn een hoeksteen van de moderne samenleving
- Sociologische analyse impliceert een
Kritisch
, Reflexief
Multi-causaal
Probleem-georiënteerd
Onderzoek
Van de moderne organisatie
SOCIOLOGISCHE STROMINGEN
- Wereldbeeld gebaseerd op een aantal assumpties
- Over de mensheid
- Over hoe je de sociale orde kan waarnemen
- Die onze waarneming sturen
- Onze geprefereerde theorie verklaren
- Onze interpretaties van de geobserveerde werkelijkheid sturen
4 centrale stromingen
Rationalisme (Weber)
- Protestantse ethiek én de onttovering van de wereld (wetenschap centraal)
- Organisatie als rationeel gebeuren
- Bureaucratisch perspectief
- Sociaal contract
- Rationeel handelend en berekend individu, kosten-baten
- Bureaucratie als de ideaaltypische orde:
Gelegitimeerd hiërarchisch gezag (versus traditioneel en charismatisch)
Efficiëntie en coördinatie
Positief gewaardeerd
Rationaliteit: functioneel en substantief
Tegenstelling tussen kapitalistische organisatie en individuele levenssfeer
Interactionisme (Follet)
- Organisatie als relationeel gebeuren gebaseerd op interacties tussen individuen
die betekenisgeving scheppen
- Geeft zin, verbondenheid en betekenis
- Kwalitatieve en subjectivistische benadering, symboliek en taal dragen bij tot de
(constante) constructie van de realiteit, de omgeving en het individu,
subject=object
- Organisaties: geen controle en hiërarchie maar creatieve en constructieve
processen, mutualisering, verbondenheid en egalitarisme
- Relaties staan centraal
Conflictsociologie (Marx)
- Maatschappijkritisch
- Organisaties dienen voor de sociale orde en voor disciplinering en controle
- Basis: ongelijkheid en macht in en tussen organisaties
- Ongelijkheid die geen oplossing krijgt
- Belang van sociale rechtvaardigheid
- Emancipatorisch: niet enkel bestuderen maar ook veranderen: klassenstrijd
- Aliënatie, vals bewustzijn gecreëerd door dominante ideologie, zelfexploitatie en
onderwerping
,Functionalisme (Durkheim)
- Het consensus-paradigma, positieve sociologie
- Organisaties als constructieve, coöperatieve en stabiele systemen gebaseerd op
instemming en consensus
- Gebaseerd op streven naar evenwicht, overleving en sociale coherentie
- Verandering gebaseerd op grotere functionaliteit
- Non-rationeel gedrag
- Organisaties gebaseerd op solidariteit, vertrouwen en loyauteit (cultuur)
De fundamentele problemen van organisaties
- Coördinatie: mechanistisch en relationeel
- Controle: gedrag stroomlijnen in functie van bepaalde doelen
- Conflict: rekening houden met tegengestelde belangen en doelen
,2: Strategie, doel en effectiviteit
- Topmanagers: evalueren en nemen beslissingen. Ze stellen het doel en stemmen
dit af bij de externe en interne omgeving en interne sterktes en zwaktes.
- Structuur volgt strategie.
Doelen
Types Functie
Officiële doelen, missie Legitimiteit, voortbestaan
Differentiatie tov andere organisaties
(concurrentie)
Operationele doelen Motiveren en sturen van WNs
(= richtlijnen voor werknemers om naar Uit te voeren primair proces
te streven) Sturen van besluitvorming
Prestatiecriteria bepalen
- Doelen moeten ‘meaningful’ blijven om de
organisatie zinvol te laten voortbestaan als een
aparte organisatie. Als het doel wegvalt, heeft
het dan nog zin om te blijven bestaan als aparte
organisatie? Meestal nieuw doel zoeken dan.
- Als de differentiatie wegvalt, fusioneren
bedrijven vaak want het heeft geen nut meer om
een apart bestaan te leiden.
- Doelen moeten worden vertaald in operationele
doelen concreet
Strategie
Een strategie is een plan tot interactie met de externe omgeving om organisatiedoelen te
realiseren.
, PORTER’S STRATEGIETYPOLOGIE
Concurrentiebereik Concurrentievoordeel Strategie Voorbeeld
breed Lage kosten Lage kosten Ryanair,
leiderschap Aldi, Colruyt,
Bol.com
breed Uniek Differentiatie Starbucks
DUUR Coffee
Delhaize
Pegasus
smal Lage kosten Focus op lage Mols
kosten autoverhuur
leiderschap
smal Uniek Focus op Auping
DUUR differentiatie bedden
MILES AND SNOW’S TYPOLOGIE
Goudzoekersstrategie (cfr. Differentiatie)
- Lerende organisatie; flexibel, losjes, gedecentraliseerd,
- Sterk in innovatie
- Beloont creativiteit, risicogedrag en innovatief gedrag, klantencontacten
- VB: Google, Volvo, Apple, Tesla
Organisaties die altijd iets nieuw proberen te bedenken.
Verdedigingsstrategie (cfr. Lagekostenleiderschap)
- Oriëntatie op efficiëntie, krachtig centraal gezag, strenge kostencontrole
- Nadruk op productie-efficiency, lage overhead
- Strakke supervisie, weinig empowerment van WNs
- VB: Ford, Opel
willen behouden dat je hebt
Analytische strategie tussen goudzoeker en verdediger
- Evenwicht tussen efficiency en leren; strakke kostencontrole met flexibiliteit en
aanpassingsvermogen
- Nadruk op creativiteit, research, risico’s en innovatie
- VB: Inbev, H&M, Delhaize
Combinatie van een groot massa product waar je een groot marktaandeel mee
wilt bereiken samen met een strategie om in een bepaalde niche te innoveren.
Reactieve strategie
- Geen duidelijke organisatiestrategie, kan abrupt verschuiven, afhankelijk van
behoeften van het moment
- VB: Kodak, IBM
te lang vastgehouden aan hun eigen product, hun product willen verdedigen en
daarom een groot marktaandeel verliezen.
CONTINGENTIETHEORIE
- De omgeving vraagt aangepast (organisatie-) gedrag.