PNEUMOLOGIE
ASTMA EN COPD
= Astma en COPD zijn 2 verschillende ziektebeelden. Astma wordt niet meer gezien als
deel uitmakend van de term COPD, maar wordt als een afzonderlijke entiteit beschouwd.
Beide ziektebeelden hebben echter ook gelijkenissen.
GEMEENSCHAPPELIJK KENMERK
= obstructie van de luchtwegen
Bij astma en COPD is er een luchtweginflammatie met zwelling van de mucosa en
mucusproductie.
Dit veroorzaakt de luchtwegvernauwing.
BIJ ASTMA
= rekken de gladde spieren soms samen.
BIJ COPD
= draagt luchtweg collaps bij tot de luchtwegvernauwing.
VEEL VOORKOMENDE ZIEKTEBEELDEN ZIJN:
Hoesten
Opgeven van sputum
Dyspnoe
Benauwd gevoel door belemmering van de uitademing
Piepende ademhaling
,VERSCHIL TUSSEN ASTMA EN COPD
ASTMA
= wordt veroorzaakt door complexe en niet volledig bekende interactie tussen
omgevings- en genetische factoren. Erfelijkheid speelt zeker een rol, maar niet alle
gevallen van astma zijn genetisch te verklaren
ER ZIJN VELE VORMEN VAN ASTMA
VB: met allergie en zonder allergie, vaak optredend op jonge leeftijd maar soms pas op
oudere leeftijd.
Er zijn ook veel gradaties in de ernst van de aandoening gaande van lichte en of
intermittente klachten van piepende AH (wheezing) en dyspnoe tot
levensbedreigende acute situaties.
De obstructie bij astma wordt mede veroorzaakt door een hyperreactiviteit van de
bronchiën.
, ASPECIFIEKE HYPERREACTIVITEIT
= wordt verstaan dat de luchtwegen extra gevoelig zijn voor allerlei aspecifieke prikkels,
en men reageert hierop met een droge hoest en/of dyspnoe.
VB: door vochtig weer, koude rook, bètablokkers, luchtweginfecties,..
Iemand met astma zal al last krijgen bij een relatief lage dosis van dergelijke
prikkels. De aspecifieke reactiviteit zal ook veel langer duren en heftiger
verschijnselen geven.
De belangrijkste en meest schadelijke aspecifieke prikkel voor patiënten met
astma is tabaksrook.
Naast uitwendige aspecifieke prikkels kunnen ook inwendige factoren een rol
spelen. Zo kunnen inspanning en emoties ook als aspecifieke prikkel fungeren.
SPECIFIEKE HYPERREACTIVITEIT
= een hyperreactiviteit van de bronchiën, met andere woorden dan is er sprake van een
allergie.
Andere benamingen hiervoor zijn: atopie of atopische constitutie,
waarmee bedoeld wordt dat de persoon een genetische aanleg heeft om
allergieën te ontwikkelen.
De recidiverende bronchitis met kortademigheid staat dan ook vaker meer op de
voorgrond dan de astma-aanval
DE BEKENDSTE ALLERGIEËN ZIJN
huisstofmijt
pollen van grassen en bomen
stuifmeel
huisdieren, vooral katten
…
= Na contact met een bepaalde stoffen (allergeen) ontstaan IgE antilichamen die zich
vasthechten op de mestcellen = sensibilisatie.
Bij een volgend contact met het allergeen zal bij een gesensibiliseerd persoon een
allergeen-antilichaamreactie ontstaan waardoor de mestcellen barsten en stoffen
vrijgeven (o.a. histamine) die bronchospasmen veroorzaken.
Mestcellen komen bij de mens voor in losmazig bindweefsel van alle organen, rond bloed-
en lymfevaten,rond zenuwen, in de huid, in de luchtwegen
ASTMA EN COPD
= Astma en COPD zijn 2 verschillende ziektebeelden. Astma wordt niet meer gezien als
deel uitmakend van de term COPD, maar wordt als een afzonderlijke entiteit beschouwd.
Beide ziektebeelden hebben echter ook gelijkenissen.
GEMEENSCHAPPELIJK KENMERK
= obstructie van de luchtwegen
Bij astma en COPD is er een luchtweginflammatie met zwelling van de mucosa en
mucusproductie.
Dit veroorzaakt de luchtwegvernauwing.
BIJ ASTMA
= rekken de gladde spieren soms samen.
BIJ COPD
= draagt luchtweg collaps bij tot de luchtwegvernauwing.
VEEL VOORKOMENDE ZIEKTEBEELDEN ZIJN:
Hoesten
Opgeven van sputum
Dyspnoe
Benauwd gevoel door belemmering van de uitademing
Piepende ademhaling
,VERSCHIL TUSSEN ASTMA EN COPD
ASTMA
= wordt veroorzaakt door complexe en niet volledig bekende interactie tussen
omgevings- en genetische factoren. Erfelijkheid speelt zeker een rol, maar niet alle
gevallen van astma zijn genetisch te verklaren
ER ZIJN VELE VORMEN VAN ASTMA
VB: met allergie en zonder allergie, vaak optredend op jonge leeftijd maar soms pas op
oudere leeftijd.
Er zijn ook veel gradaties in de ernst van de aandoening gaande van lichte en of
intermittente klachten van piepende AH (wheezing) en dyspnoe tot
levensbedreigende acute situaties.
De obstructie bij astma wordt mede veroorzaakt door een hyperreactiviteit van de
bronchiën.
, ASPECIFIEKE HYPERREACTIVITEIT
= wordt verstaan dat de luchtwegen extra gevoelig zijn voor allerlei aspecifieke prikkels,
en men reageert hierop met een droge hoest en/of dyspnoe.
VB: door vochtig weer, koude rook, bètablokkers, luchtweginfecties,..
Iemand met astma zal al last krijgen bij een relatief lage dosis van dergelijke
prikkels. De aspecifieke reactiviteit zal ook veel langer duren en heftiger
verschijnselen geven.
De belangrijkste en meest schadelijke aspecifieke prikkel voor patiënten met
astma is tabaksrook.
Naast uitwendige aspecifieke prikkels kunnen ook inwendige factoren een rol
spelen. Zo kunnen inspanning en emoties ook als aspecifieke prikkel fungeren.
SPECIFIEKE HYPERREACTIVITEIT
= een hyperreactiviteit van de bronchiën, met andere woorden dan is er sprake van een
allergie.
Andere benamingen hiervoor zijn: atopie of atopische constitutie,
waarmee bedoeld wordt dat de persoon een genetische aanleg heeft om
allergieën te ontwikkelen.
De recidiverende bronchitis met kortademigheid staat dan ook vaker meer op de
voorgrond dan de astma-aanval
DE BEKENDSTE ALLERGIEËN ZIJN
huisstofmijt
pollen van grassen en bomen
stuifmeel
huisdieren, vooral katten
…
= Na contact met een bepaalde stoffen (allergeen) ontstaan IgE antilichamen die zich
vasthechten op de mestcellen = sensibilisatie.
Bij een volgend contact met het allergeen zal bij een gesensibiliseerd persoon een
allergeen-antilichaamreactie ontstaan waardoor de mestcellen barsten en stoffen
vrijgeven (o.a. histamine) die bronchospasmen veroorzaken.
Mestcellen komen bij de mens voor in losmazig bindweefsel van alle organen, rond bloed-
en lymfevaten,rond zenuwen, in de huid, in de luchtwegen