1
Spierstelsel > sectie 4 > hoofdstuk 16 Ross en Wilson
Soorten spierweefsels: Soorten spierweefsels:
Willekeurige beheersing > skeletspieren > het spierstelsel
Onwillekeurige beheersing > hartspier > hardwand & gladde spieren > inwendige organen
Skeletspieren zijn direct of indirect verbonden met de botten. Ze hebben vijf functies: bewegingen
van het skelet, behoud van houding en lichaamspositie, steun aan weke delen, beschermen van in-
en uitgangen, behoud lichaamstemperatuur.
Bloedvaten en zenuwen. Tussen de spiervezel >> bloedvaten en zenuwen. Voor zuurstof voor
spiercontracties, voedingsstoffen, afvoeren van afvalstoffen, skeletspieren <> onbewuste en bewuste
aansturing vanuit het zenuwstelsel > zenuwvezels lopen door het epimysium.
Anatomie van skeletspieren > microscopische anatomie van een spiervezel.
Sarcolemma > spiercelmembraan. Sarcoplasma > Spiercelcytoplasma. Sarcoplasmatisch reticulum
(SR) > is een soort glad ER. Myofibrillen (contractieorganellen) > actine en myosine, dunne en dikke
filamenten, sarcomeren <> de kleinste contractie eenheid.
Het contractieproces: interactie tussen actieve plaatsen actine en myosine (kruisbruggen) >> calcium
ionen initiëren de interactie tussen actine en myosine (calciumionen worden afgegeven vanuit het
sarcoplasmatisch reticulum) >> contractie start >> dunne filamenten glijden langs dikke filamenten
(sarcomeer contractie <> theorie van glijdende elementen) >> na de contractie <> rust <> interactie
tussen actine en myosine wordt verbroken en men keert terug naar de oorspronkelijk positie in rust.
Aanhechten (glijden) draaien, losmaken en terugkeren.
Spierstelsel > sectie 4 > hoofdstuk 16 Ross en Wilson
Soorten spierweefsels: Soorten spierweefsels:
Willekeurige beheersing > skeletspieren > het spierstelsel
Onwillekeurige beheersing > hartspier > hardwand & gladde spieren > inwendige organen
Skeletspieren zijn direct of indirect verbonden met de botten. Ze hebben vijf functies: bewegingen
van het skelet, behoud van houding en lichaamspositie, steun aan weke delen, beschermen van in-
en uitgangen, behoud lichaamstemperatuur.
Bloedvaten en zenuwen. Tussen de spiervezel >> bloedvaten en zenuwen. Voor zuurstof voor
spiercontracties, voedingsstoffen, afvoeren van afvalstoffen, skeletspieren <> onbewuste en bewuste
aansturing vanuit het zenuwstelsel > zenuwvezels lopen door het epimysium.
Anatomie van skeletspieren > microscopische anatomie van een spiervezel.
Sarcolemma > spiercelmembraan. Sarcoplasma > Spiercelcytoplasma. Sarcoplasmatisch reticulum
(SR) > is een soort glad ER. Myofibrillen (contractieorganellen) > actine en myosine, dunne en dikke
filamenten, sarcomeren <> de kleinste contractie eenheid.
Het contractieproces: interactie tussen actieve plaatsen actine en myosine (kruisbruggen) >> calcium
ionen initiëren de interactie tussen actine en myosine (calciumionen worden afgegeven vanuit het
sarcoplasmatisch reticulum) >> contractie start >> dunne filamenten glijden langs dikke filamenten
(sarcomeer contractie <> theorie van glijdende elementen) >> na de contractie <> rust <> interactie
tussen actine en myosine wordt verbroken en men keert terug naar de oorspronkelijk positie in rust.
Aanhechten (glijden) draaien, losmaken en terugkeren.