100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Read online or as PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Staatsrecht samenvatting reader

Rating
2.0
(2)
Sold
1
Pages
50
Uploaded on
30-01-2018
Written in
2017/2018

De gehele reader samengevat staatsrecht gedeelte

Institution
Module

Content preview

Staatsrecht Reader
Bijeenkomst 1. De internationale rechtsorde en de nationale
rechtsorde
Parlementaire instemming bij de inzet van de krijgsmacht
De inbreng van de Kamers dient aangemerkt te worden als een factor van betekenis voor het
handelen van de regering.

Artikel 100 GW
1. De regering verstrekt de Staten-Generaal vooraf inlichtingen over de inzet of het ter beschikking
stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde.
Daaronder is begrepen het vooraf verstrekken van inlichtingen over de inzet of het ter beschikking
stellen van de krijgsmacht voor humanitaire hulpverlening in geval van gewapend conflict.

2. Het eerste lid geldt niet, indien dwingende redenen het vooraf verstrekken van inlichtingen
verhinderen. In dat geval worden inlichtingen zo spoedig mogelijk verstrekt.

Uit dit artikel kan volgens de Tweede Kamer een instemmingsrecht en wel in materiële zin worden
afgeleid. De Tweede Kamer gaf te kennen niet te zullen instemmen met een nieuwe missie aldaar,
werd door de regering naast zich neergelegd. Dit laatste suggereert dat de Staten-Generaal geen
doorslaggevende stem bezitten inzake het besluit tot inzet van de krijgsmacht. In dit verband rijst dan
ook de constitutionele vraag of in de parlementaire praktijk uitgegaan kan worden van een materieel
instemmingsrecht.

De inbreng van de Kamers dient aangemerkt te worden als een factor van betekenis voor het
handelen van de regering. Gezien de ingrijpende gevolgen van een beluit tot inzet van strijdkrachten,
mag een dergelijke inspanning van het parlement niet vreemd gevonden worden. Vanuit de Kamers is
er daarom ook naar gestreefd om een bijzondere bevoegdheid, een parlementair instemmingsrecht,
te verwerven bij uitzending van Nederlandse troepen. Dit streven heeft uiteindelijk geresulteerd in
het sinds 2000 geldende artikel 100 van de Grondwet.

Formeel instemmingsrecht  Komt erop neer dat grondwettelijk verankerd is dat het regeringsbesluit
tot inzet van de krijgsmacht de voorafgaande toestemming nodig heeft van het parlement.

Materieel instemmingsrecht Niet expliciet verankerd in de Grondwet, maar dient daarentegen
afgeleid te worden uit de inlichtingenplicht van artikel 100 Grondwet.

Het gros van de Tweede Kamer is van mening dat artikel 100 Grondwet weliswaar geen formeel maar
wel een materieel instemmingsrecht voor de Staten-Generaal met zich meebrengt. Dit suggereert dat
dit instemmingsrecht in beginsel gebaseerd zou moeten zijn op geschreven recht. In de doctrine is
sinds jaar en dag nadrukkelijk de stelling verworpen dat artikel 100 Grondwet een parlementair
instemmingsrecht vestigt. De argumentatie die aan deze bevindingen ten grondslag ligt, is veelal
gebaseerd op de volgende drie hoofdargumenten:
1) De tekst van het artikel spreekt niet van een instemmingsrecht
2) Een inlichtingenplicht creëert geen instemmingsrecht
3) De instemming van het parlement betreft geen constitutief vereiste om het besluit tot inzet
van Nederlandse strijdkrachten tot stand te doen komen

Gezien het feit dat van een formeel instemmingsrecht geen sprake is en het besluit tot inzet van de
krijgsmacht alleen een zaak van de regering betreft, kan de Tweede Kamer niet meer doen dan in een

,motie een oordeel uitspreken over het betreffende besluit. Staatsrechtelijk gezien is de betekenis van
zo’n motie slechts beperkt: zij bindt immers niet de regering. De enige uitzondering hierop vormt de
motie van wantrouwen. Deze motie verplicht de minister(s) of het kabinet zijn ontslag aan te bieden,
tenzij de regering op grond van artikel 64 Grondwet de Kamer ontbindt.
Een motie van wantrouwen doet echter geen afbreuk aan de bevoegdheid van het kabinet
om het besluit tot uitzending van de troepen voort te zetten.

Nu het geschreven recht geen uitkomst biedt voor het vestigen van een parlementair
instemmingsrecht, dient het ongeschreven recht als mogelijkheid te worden onderzocht. Of het
materieel instemmingsrecht daadwerkelijk tot het ongeschreven recht behoort, is niet eenvoudig aan
te nemen. Er zijn twee vereisten aan het gewoonterecht gesteld:
1) Regelmatig terugkerend gedrag
2) De rechtsovertuiging dat dit gedrag vereist is

Aangezien er niet aan beide vereisten wordt voldaan, is er geen sprake van gewoonterecht.

Wel heeft de regering geconcludeerd dat er sprake is van een algemeen instemmingsrecht, door te
stellen dat alle zaken door de vertrouwensregel in feite aan de Kamer worden voorgelegd.
Interessant aan de uitlatingen is voort de verwijzing naar de vertrouwensregel. De
rechtsgevolgen van een motie van wantrouwen en een instemmingsrecht verschillen namelijk enorm.
Een motie van wantrouwen is gericht op het vragen van ontslag van een minister: het laat de
rechtskracht van het omstreden besluit dus onverlet. Een instemmingsrecht daarentegen is een
uitdrukkelijke goedkeuring van het parlement om een besluit tot inzet van de strijdkrachten tot stand
te laten komen.

,Bijeenkomst 2. De Europese Unie en de Nederlandse
rechtsorde
Methoden van omzetting van EU-recht in het Nederlandse recht
Europese wetgeving is het product van de samensmelting van 27 rechtsstelsels. Zij vervangt de
nationale stelsels niet, maar vult deze aan en is er nauw mee verbonden. Nationale wetgeving is het
product van één rechtsstelsel dat vaak een lange en beproefde geschiedenis heeft. Het vormt
daardoor in de regel een meer coherent systeem met duidelijke en innerlijk consistente normen.

Relevante criteria in verband met EU-implementatiestelsels voor de nationale wetgever zijn
rechtszekerheid, in het bijzonder de kenbaarheid en toegankelijkheid van de normstelling,
consistentie en coherentie, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.

Bij de vraag naar wat de meest geschikte omzettingsmethode is om nationale wetgeving zoveel
mogelijk aan te doen sluiten bij EU-wetgeving, kan onderscheid gemaakt worden tussen twee
uitersten:
1) Segregatie: de te implementeren EU-wetgeving wordt gescheiden van de nationale
wetgeving. EU-wetgeving wordt omgezet in een aparte nationale wet of in een apart
hoofdstuk of paragraaf van de relevante nationale wet.
2) Integratie: EU-wetgeving wordt geïntegreerd in de nationale wetgeving, niet apart.

Wanneer men kiest voor integratie in nationale wetgeving of op zijn minst voor nauwe aansluiting
daarbij, dan zijn vervolgens opnieuw verschillende varianten denkbaar van de wijze waarop de
integratie gestalte krijgt:
 Handhaving van de eigen wetssystematiek en terminologie
De om te zetten EU-wetgeving wordt zoveel mogelijk aan de nationale wetgeving aangepast.
Hier hoort ook de vertaling bij van de Europese terminologie in bekende nationale termen en
concepten. Het nationale recht is uiteindelijk leidend.
 Maximale integratie van het EU-recht in nationaal recht. Het EU-recht wordt onzichtbaar,
het nationale recht is leidend.

 Overname van de EU-wetssystematiek en terminologie
De nationale wetgeving wordt aangepast aan de EU-wetgeving, vaak gepaard gaande met
doorharmonisatie. Dit betekent dat de reikwijdte van EU-wetgeving verruimd wordt tot
nationale gevallen. Er wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de terminologie van de
EU-wetgeving, met als uiterste vorm het letterlijk overnemen: cut- and-paste. Het EU-recht is
leidend, voor zover nodig wordt het nationale recht aangepast.
 Minimale integratie van het EU-recht in nationaal recht. Het EU-recht is leidend, voor zover
nodig wordt het nationale recht juist aangepast.

Segregatie zal daar voor de hand liggen waar bij de inpassing van EU-wetgeving in nationale
wetgeving ofwel de betreffende EU-wetgeving ofwel de bestaande nationale wetgeving (of beide)
geweld zou worden aangedaan. Door middel van segregatie kunnen moeizame integratie-exercities
met kans op verwrongen resultaten voorkomen worden. Segregatie heeft als voordeel dat de
Europese origine van de regels beter zichtbaar blijft. Een nadeel is dat er dubbele regimes kunnen
ontstaan over belangrijke onderwerpen.
Het is niet mogelijk om te zeggen welke methode het beste is in de praktijk. De keuze voor de
methode die gehanteerd wordt, of beter gezegd voor welke mix van verschillende varianten gekozen
wordt, wordt dan van geval tot geval bepaald.

, Factoren op EU-niveau Factoren op nationaal niveau
Type EU-bevoegdheid Nationale terminologie en nationale
Het kan consequenties hebben voor de systematiek
omzettingsmethode. Hoe ingrijpender de EU- Het nationale begrippenkader en de nationale
bevoegdheid is, des te eerder zal worden gekozen systematiek moeten met die van de Europese
voor een specifieke EU-systematiek op nationaal wetgeving vergeleken worden. Hoe dichter ze elkaar
niveau. naderen, des te makkelijker zal de integratie van de
Er zijn drie typen bevoegdheden: Europese regels in de nationale wetgeving zijn.
1. Excessief (EU-systematiek).
2. Aanvullend (nationale systematiek).
3. Gedeeld.

Type EU-instrument Klassiek of modern (functioneel) rechtsgebied
Het type gebruikte type EU-instrument, in het Een andere aanname is dat het voor de keuze van de
bijzonder verordening, richtlijn, kaderbesluit, zal methode uitmaakt of men de EU-regels qua
gevolgen hebben voor de omzettingsmethode. onderwerp zou moeten omzetten in/op een
In geval van richtlijnen en kaderbesluiten wordt traditioneel rechtsgebied, met een verontwikkelde
eerder aansluiting gezocht bij het bestaande eigen terminologie en systematiek (bijv. BW) of dat
nationale wettelijke systeem dan bij verordeningen. de omzetting eerder betrekking zal hebben op een
modern, relatief jong, en functioneel rechtsgebied,
waarin de bakens nog niet zo vastliggen
(milieurecht).
Methode van harmonisatie Wat wordt door de omzetting geraakt:
Bij de methode van harmonisatie gaat het uiteraard algemene wetten of bijzondere wetgeving?
om de vraag of er sprake is van totale harmonisatie, De aanname is dat de nationale wetgever zijn
minimumharmonisatie, optionele harmonisatie, algemene wetten zoveel mogelijk ongeschonden wil
nieuwe aanpak of wederzijdse erkenning. laten en alleen voor maximale integratie zal kiezen
Dat de gekozen harmonisatiemethode gevolgen kan als het kan en in andere gevallen voor segregatie zal
hebben voor de omzettingsmethode blijkt onder opteren.
meer uit het feit dat ingeval van totale Bij bijzondere wetgeving kan er enerzijds eerder tot
harmonisatie aansluiting bij bestaande nationale segregatie besloten worden als het bestaande
wetgeving minder voor de hand ligt dan bij andere systeem toch al bestaat uit een complex van
vormen van harmonisatie. afzonderlijke regelingen, terwijl het soms juist
makkelijker is om EU-wetgeving in bestaande,
sectorspecifieke regelgeving te integreren.
Kwantiteit van EU-regels Mate van Europeanisering van het nationale
De hoeveelheid van EU-regels op een bepaald rechtsgebied
deelterrein van het recht kan een indicator zijn voor Een hoge mat van Europeanisering kan enerzijds
de Europeanisering van het desbetreffende terrein, reden zijn om EU-regelgeving binnen een
dat bezig is uit te groeien tot een eigen afzonderlijk kader te implementeren. Er kan echter
wetgevingscomplex. Het een en ander kan een ook voor een geïntegreerd systeem van wetgeving
aanleiding zijn om het deelterrein in het nationale worden gekozen dat erop toegesneden is om het
recht separaat te regelen. nationale recht aan het Europese aan te passen en
eventueel te kunnen door harmoniseren.
Functie en systematiek/coherentie en Nationale politieke gevoeligheden
consistentie van de betrokken EU-wetgeving Hoewel dit geen wetgevingstechnische of juridische
De verschillen in functie en systematiek van EU- factor betreft, kan verwacht worden dat deze factor
regelgeving enerzijds en het nationale recht dat wel van invloed is op de gekozen
aangepast moet worden anderzijds, zijn vaak implementatiemethode.
belangrijke wringfactoren wanneer men zoekt naar De aanname ligt voor de hand dat in geval van
een goede aansluiting tussen EU- en nationale nationale gevoeligheden er meer aanleiding is om
regels en kan dus een reden zijn om eerder te het Europese recht zoveel mogelijk te isoleren van
segregeren, terwijl integratie gemakkelijker zal zijn nationale regels of anderszins pogingen te

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
January 30, 2018
Number of pages
50
Written in
2017/2018
Type
SUMMARY

Subjects

Reviews from verified buyers

Showing all 2 reviews
6 year ago

7 year ago

2.0

2 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
1
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
shannonstiels Maastricht University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
313
Member since
8 year
Number of followers
180
Documents
103
Last sold
2 weeks ago

3.2

67 reviews

5
22
4
11
3
11
2
4
1
19

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions