Artikel bij HT 3: Change in unit-level job attitudes following strategic
interventions: a meta-analysis of longitudinal studies
Het overleven van organisaties vereist vaak strategische veranderingen
• Knippen in de kosten
• Investeren in werknemers
Echter kunnen we ons de vraag stellen of deze strategische veranderingen effect hebben op
andere zaken zoals job attitudes? Zijn die reacties op strategische verandering tijdelijk of
permanent? En welke verklaring kunnen we hieraan koppelen?
Vorige studies zijn vaak methodologische beperkt en bieden geen theoretisch raamwerk
• Vaak geen controlegroep
• Vaak niet opnemen van drie relevante tijdstippen (T1pre-interventie, T2interventie,
T3post-interventie)
• Vaak wordt er gekeken naar het individu terwijl men eigenlijk zou moeten kijken op
het niveau van de organisatie
o Om deze minpunten te benaderen wordt er in deze studie een meta-analyse
gedaan over hoe die strategische veranderingen/interventies een effect
hebben op attitudes. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de artikels die
gebruikt maakten van de drie tijdstippen. De resultaten van die studies
worden vergeleken met studies waarin geen strategische veranderingen
hebben plaats gevonden.
→ Waardoor dit onderzoek inhoudelijke, theoretische en empirische
bijdragen oplevert
Theoretische ontwikkeling en hypotheses
Job attitudes
→”evaluations that express one’s feelings toward, beliefs about and attachment to one’s job”
→ Evaluaties die iemands gevoelens uitdrukken tegenover de overtuigingen en
gehechtheid aan iemands werk
, • Er zijn veel types van job attitudes waaronder jobsatisfactie, commitment,
involvement
• Job satisfaction en organizational commitment meest bestudeerd
• Job satisfaction: “an evaluative state that expresses contentment with and positive
feelings about one’s job”
• Organizational commitment: an individual’s psychological bond with the organization,
reflected in a combination of affect, cognition and action readiness
Antwoorden op strategische verandering
Cost-oriented change (kosten-georiënteerde interventies)
→cost-oriented interventions: een harde aanpak op strategische verandering
gekarakteriseerd door een nadruk op kosten besparen en verbetering van de operationele
efficiëntheid
• Hard karakter want de menselijke factor is niet in rekening genomen als een criteria
van succes
People-oriented change (mensen-georiënteerde interventies)
→vorm van strategische vernieuwing, gekarakteriseerd door een investering in mensen
• Nieuwe capaciteiten vormen en zorgen voor toewijding van de werknemer
• Mens georienteerde interventies zouden nieuwe mogelijkheden creeren en
capaciteiten verbeteren bij werknemers waardoor de motivatie vergroot
• Zou leiden tot hoge commitment en hoge performance
Kostgeorienteerde interventies zouden negatieve impact hebben om job attitudes terwijl dat
bij mens georienteerde interventies niet zo is. Echter door methodologische beperkingen zijn
die conclusies niet volledig gerechtvaardigd als je rekening houdt met de beschikbare
evidentie. Daarbij blijft de vraag welke theoretische raamwerken deze effecten zouden
kunnen verklaren.
Veel studies vallen voor dat theoretische raamwerk terug op SET
interventions: a meta-analysis of longitudinal studies
Het overleven van organisaties vereist vaak strategische veranderingen
• Knippen in de kosten
• Investeren in werknemers
Echter kunnen we ons de vraag stellen of deze strategische veranderingen effect hebben op
andere zaken zoals job attitudes? Zijn die reacties op strategische verandering tijdelijk of
permanent? En welke verklaring kunnen we hieraan koppelen?
Vorige studies zijn vaak methodologische beperkt en bieden geen theoretisch raamwerk
• Vaak geen controlegroep
• Vaak niet opnemen van drie relevante tijdstippen (T1pre-interventie, T2interventie,
T3post-interventie)
• Vaak wordt er gekeken naar het individu terwijl men eigenlijk zou moeten kijken op
het niveau van de organisatie
o Om deze minpunten te benaderen wordt er in deze studie een meta-analyse
gedaan over hoe die strategische veranderingen/interventies een effect
hebben op attitudes. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de artikels die
gebruikt maakten van de drie tijdstippen. De resultaten van die studies
worden vergeleken met studies waarin geen strategische veranderingen
hebben plaats gevonden.
→ Waardoor dit onderzoek inhoudelijke, theoretische en empirische
bijdragen oplevert
Theoretische ontwikkeling en hypotheses
Job attitudes
→”evaluations that express one’s feelings toward, beliefs about and attachment to one’s job”
→ Evaluaties die iemands gevoelens uitdrukken tegenover de overtuigingen en
gehechtheid aan iemands werk
, • Er zijn veel types van job attitudes waaronder jobsatisfactie, commitment,
involvement
• Job satisfaction en organizational commitment meest bestudeerd
• Job satisfaction: “an evaluative state that expresses contentment with and positive
feelings about one’s job”
• Organizational commitment: an individual’s psychological bond with the organization,
reflected in a combination of affect, cognition and action readiness
Antwoorden op strategische verandering
Cost-oriented change (kosten-georiënteerde interventies)
→cost-oriented interventions: een harde aanpak op strategische verandering
gekarakteriseerd door een nadruk op kosten besparen en verbetering van de operationele
efficiëntheid
• Hard karakter want de menselijke factor is niet in rekening genomen als een criteria
van succes
People-oriented change (mensen-georiënteerde interventies)
→vorm van strategische vernieuwing, gekarakteriseerd door een investering in mensen
• Nieuwe capaciteiten vormen en zorgen voor toewijding van de werknemer
• Mens georienteerde interventies zouden nieuwe mogelijkheden creeren en
capaciteiten verbeteren bij werknemers waardoor de motivatie vergroot
• Zou leiden tot hoge commitment en hoge performance
Kostgeorienteerde interventies zouden negatieve impact hebben om job attitudes terwijl dat
bij mens georienteerde interventies niet zo is. Echter door methodologische beperkingen zijn
die conclusies niet volledig gerechtvaardigd als je rekening houdt met de beschikbare
evidentie. Daarbij blijft de vraag welke theoretische raamwerken deze effecten zouden
kunnen verklaren.
Veel studies vallen voor dat theoretische raamwerk terug op SET