Samenvatting het seniorenbrein:
,H1:
Mensen zijn bang voor mogelijke achteruitgang van concentratie en geheugen.
Er is een sombere kijk op ouderen, eenzaam, conservatief.
Een positieve kijk op je eigen veroudering heeft een gunstige invloed op een gezonde
levensverwachting. Dit effect is sterker dan het effect van bijvoorbeeld roken of bewegen.
Leven gemiddeld 7,5 jaar langer. Levert minder stress en zorgt voor het ondernemen van
activiteiten die het welzijn verbeteren.
Geheugen gaat al na je 20e achteruit. Komt doordat mensen minder actief hun mentale
vermogens aanspreken.
Korte termijn: iets wat je vasthoudt een minuut lang -> telefoonnummer wat je moet gaan
draaien. Weet je niet meer weet als je wordt gestoord.
Lange termijn: iets wat je langer dan een minuut kan onthouden, weet je ook als je
tussendoor wordt gestoord. Bestaat uit:
Prospectief geheugen: onthouden van dingen die je nog moet doen
Semantisch: gaat over betekenissen
Episodisch: gaat over gebeurtenissen
Werkgeheugen: wanneer er veranderingen plaatsvinden in het korte termijngeheugen, een
getal wat bijvoorbeeld veranderd bij een rekensom.
Episodisch en werkgeheugen worden het meest aangetast bij het ouder worden
Het geheugen van losse woorden neemt aanzienlijk af bij het ouder worden. Ook het visueel
geheugen, iets voor je halen/zien, neemt af bij het ouder worden.
Koken en hoofdrekenen hoort bij het werkgeheugen. Is ook van belang om nieuwe complexe
taken aan te leren.
Niet alleen het geheugen maar ook andere mentale vermogens verminderen, zoals EF. Ook
de denksnelheid neemt af.
Denksnelheid is belangrijk in het verkeer en bij gesprekken.
Vanaf je 20e worden prestaties slechter
Wereldkennis en woordenschat nemen juist alleen maar toe.
Vaardigheden die niet worden aangetast bij ouderen worden -> ‘uitgekristalliseerde
intelligentie’ -> kennis door eerder opgedane evaringen
, Vaardigheden die wel achteruit gaan -> 'fluïde intelligentie’, soms ook ‘vloeiende
intelligentie' -> oplossen van nieuwe problemen
,H1:
Mensen zijn bang voor mogelijke achteruitgang van concentratie en geheugen.
Er is een sombere kijk op ouderen, eenzaam, conservatief.
Een positieve kijk op je eigen veroudering heeft een gunstige invloed op een gezonde
levensverwachting. Dit effect is sterker dan het effect van bijvoorbeeld roken of bewegen.
Leven gemiddeld 7,5 jaar langer. Levert minder stress en zorgt voor het ondernemen van
activiteiten die het welzijn verbeteren.
Geheugen gaat al na je 20e achteruit. Komt doordat mensen minder actief hun mentale
vermogens aanspreken.
Korte termijn: iets wat je vasthoudt een minuut lang -> telefoonnummer wat je moet gaan
draaien. Weet je niet meer weet als je wordt gestoord.
Lange termijn: iets wat je langer dan een minuut kan onthouden, weet je ook als je
tussendoor wordt gestoord. Bestaat uit:
Prospectief geheugen: onthouden van dingen die je nog moet doen
Semantisch: gaat over betekenissen
Episodisch: gaat over gebeurtenissen
Werkgeheugen: wanneer er veranderingen plaatsvinden in het korte termijngeheugen, een
getal wat bijvoorbeeld veranderd bij een rekensom.
Episodisch en werkgeheugen worden het meest aangetast bij het ouder worden
Het geheugen van losse woorden neemt aanzienlijk af bij het ouder worden. Ook het visueel
geheugen, iets voor je halen/zien, neemt af bij het ouder worden.
Koken en hoofdrekenen hoort bij het werkgeheugen. Is ook van belang om nieuwe complexe
taken aan te leren.
Niet alleen het geheugen maar ook andere mentale vermogens verminderen, zoals EF. Ook
de denksnelheid neemt af.
Denksnelheid is belangrijk in het verkeer en bij gesprekken.
Vanaf je 20e worden prestaties slechter
Wereldkennis en woordenschat nemen juist alleen maar toe.
Vaardigheden die niet worden aangetast bij ouderen worden -> ‘uitgekristalliseerde
intelligentie’ -> kennis door eerder opgedane evaringen
, Vaardigheden die wel achteruit gaan -> 'fluïde intelligentie’, soms ook ‘vloeiende
intelligentie' -> oplossen van nieuwe problemen