Psychosomatiek
DEEL I - College– signalering en verwijzing
a. Acute fase: ziekte is aanwezig
b. Curatieve fase: je bent schoon – behandeling en follow up daarna
c. Palliatieve fase: geen genezing meer mogelijk
Psychosomatische klachten
- Enkelvoudige problematiek = patiënt doorverwijzen naar een monodisciplinair behandelaar (fysio,
psycholoog, e.d.)
- Meervoudige problematiek = patiënt doorverwijzen naar multidisciplinaire zorg
- Complexe problematiek = patiënt doorverwijzen naar multidisciplinaire en specialistische zorg
DEEL II Boek
Hoofdstuk 2: Psychologische factoren in het ontstaan en beloop van kanker
Er kan worden geconcludeerd dat er een invloed is van psychologische factoren op het beloop van kanker bij
verschillende soorten kanker met een slechtere prognose.
Hoofdstuk 8: gevolgen van de ziekte
1. Lichamelijk functioneren
a. Na chirurgie: door litteken of beschadiging zenuw/ orgaan o.i.d.
b. Na chemotherapie:
- Door verminderde afweer: kans op infecties en ziekten > kan leiden tot vermoeidheid
- Aantasting slijmvliezen mond, maag, darmen
- Misselijkheid/ braken
- Soms wordt centrale zenuwstelsel aangetast (gevoelloosheid, tintelingen), schade aan perifere
zenuwstelsel blijkt uit neuropathie
> Over het algemeen: moeheid, misselijkheid, smaakveranderingen, braken, kaalheid, gewichtsverlies
c. Radiotherapie:
Meestal zijn de bijwerkingen van tijdelijke aard
- Algehele malaise, vermoeidheid, misselijkheid en braken, huidveranderingen, haarverlies en
veranderingen aan het slijmvlies (mond, ogen, maag en/of darmen)
- Na verloop van tijd: huidafwijkingen, uitblijven van haargroei, darmproblemen, minder goed
werkende speekselklieren (waardoor verhoogde kans op infectie en tandbederf)
- Nieuwe tumoren
- Bestraling van de voortplantingsorganen kan leiden tot onvruchtbaarheid
Verder zijn moeheid en pijn twee erg belangrijke en meest hinderlijke resp. gevreesde lichamelijke klachten die
ontstaan bij de behandeling van kanker.
2. Psychisch functioneren
a. Depressie angst en spanning: Psychologische problemen kunnen echter in de verschillende fasen van de
ziekte veranderen in intensiteit en aard.
- Vlak voor diagnose = spanning
- Vlak na diagnose = stressvol
- Behandeling in gaan = angst als gevolg van onzekerheid van de ziekte en het beloop
- Tijdens behandeling: emotionele spanning
- Na behandeling/ tijdens controles: angst voor terugkeer ziekte en spanning
b. Seksualiteit: er is bij alle typen kanker een seksuele afname gevonden bij patiënt en een afname in
frequentie van seksueel gedrag. Psychosociale factoren die het seksueel functioneren bedreigen:
- Angst
- Depressie of boosheid
- Aantasting van het lichaamsbeeld
- Bijbehorende beleving van mannelijkheid/ vrouwelijkheid
- Gebrek aan controle over het eigen seksuele functioneren
- Verstoring van intieme relaties door gebrek aan seksuele belangstelling tijdens de behandelingen
DEEL I - College– signalering en verwijzing
a. Acute fase: ziekte is aanwezig
b. Curatieve fase: je bent schoon – behandeling en follow up daarna
c. Palliatieve fase: geen genezing meer mogelijk
Psychosomatische klachten
- Enkelvoudige problematiek = patiënt doorverwijzen naar een monodisciplinair behandelaar (fysio,
psycholoog, e.d.)
- Meervoudige problematiek = patiënt doorverwijzen naar multidisciplinaire zorg
- Complexe problematiek = patiënt doorverwijzen naar multidisciplinaire en specialistische zorg
DEEL II Boek
Hoofdstuk 2: Psychologische factoren in het ontstaan en beloop van kanker
Er kan worden geconcludeerd dat er een invloed is van psychologische factoren op het beloop van kanker bij
verschillende soorten kanker met een slechtere prognose.
Hoofdstuk 8: gevolgen van de ziekte
1. Lichamelijk functioneren
a. Na chirurgie: door litteken of beschadiging zenuw/ orgaan o.i.d.
b. Na chemotherapie:
- Door verminderde afweer: kans op infecties en ziekten > kan leiden tot vermoeidheid
- Aantasting slijmvliezen mond, maag, darmen
- Misselijkheid/ braken
- Soms wordt centrale zenuwstelsel aangetast (gevoelloosheid, tintelingen), schade aan perifere
zenuwstelsel blijkt uit neuropathie
> Over het algemeen: moeheid, misselijkheid, smaakveranderingen, braken, kaalheid, gewichtsverlies
c. Radiotherapie:
Meestal zijn de bijwerkingen van tijdelijke aard
- Algehele malaise, vermoeidheid, misselijkheid en braken, huidveranderingen, haarverlies en
veranderingen aan het slijmvlies (mond, ogen, maag en/of darmen)
- Na verloop van tijd: huidafwijkingen, uitblijven van haargroei, darmproblemen, minder goed
werkende speekselklieren (waardoor verhoogde kans op infectie en tandbederf)
- Nieuwe tumoren
- Bestraling van de voortplantingsorganen kan leiden tot onvruchtbaarheid
Verder zijn moeheid en pijn twee erg belangrijke en meest hinderlijke resp. gevreesde lichamelijke klachten die
ontstaan bij de behandeling van kanker.
2. Psychisch functioneren
a. Depressie angst en spanning: Psychologische problemen kunnen echter in de verschillende fasen van de
ziekte veranderen in intensiteit en aard.
- Vlak voor diagnose = spanning
- Vlak na diagnose = stressvol
- Behandeling in gaan = angst als gevolg van onzekerheid van de ziekte en het beloop
- Tijdens behandeling: emotionele spanning
- Na behandeling/ tijdens controles: angst voor terugkeer ziekte en spanning
b. Seksualiteit: er is bij alle typen kanker een seksuele afname gevonden bij patiënt en een afname in
frequentie van seksueel gedrag. Psychosociale factoren die het seksueel functioneren bedreigen:
- Angst
- Depressie of boosheid
- Aantasting van het lichaamsbeeld
- Bijbehorende beleving van mannelijkheid/ vrouwelijkheid
- Gebrek aan controle over het eigen seksuele functioneren
- Verstoring van intieme relaties door gebrek aan seksuele belangstelling tijdens de behandelingen