Samenvatting hst 18 Koster: wat is wetenschap
Hedendaagse wetenschap kenmerkt zich door schaalgrootte, publicatiedruk, strategisch gedrag,
invloed van politiek en bedrijfsleven op onderzoeksresultaten en patentering.
> Kernidee is dat maatschappij, politiek, levensbeschouwing en economie geheel verstrengeld zijn
geraakt met wetenschap en technologie.
Kenmerkend voor hedendaagse wetenschap is dat het zich afspeelt in de context van toepassing en
gebruik waardoor wetenschap en technologie steeds meer verweven raken met economie, politiek
en maatschappij. Dit zorgt voor veranderingen in waarden en normen die wetenschappers erop na
houden, de noodzakelijkheid om de vraag naar betrouwbare kennis opnieuw te stellen en voor
veranderde processen van consensusvorming.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen academische en post academische wetenschap.
a. Post academisch: een meer multidisciplinaire wetenschapscultuur waarin groepen
wetenschappers de dragende eenheden zijn + de toenemende rol van de politiek zichtbaar in
wetenschapsbeleid en toenemende bureaucratisering.
b. Academische wetenschap = de normen van Merton.
De toenemende economisering van wetenschap kenmerkt zich door de industrialisatie van
wetenschap. De vraag naar rendement en nut spelen een steeds grotere rol. Fundamentele vragen
worden minder belangrijk dan het zoeken naar oplossingen van praktische problemen binnen een
specifieke context. Deze economisering van de wetenschap is een van de belangrijkste
veranderingen sinds de jaren 80. Resultaten van onderzoek worden steeds meer gezien als
consumptiegoederen en gebruiksartikelen en handelswaar als mogelijkheid om winst te maken.
Bedrijven treden steeds vaker op als opdrachtgever. Innovatie is het kernwoord geworden. Er
worden steeds meer bruikbare innovaties ontwikkeld die commercieel aantrekkelijk zijn.
Ondernemen wordt steeds belangrijker en in de schoolbanken al aan de studenten geleerd. De
invloed van de industrie kan echter gepaard gaan met een schending van het onderzoeksmoraal.
(vertekenen van onderzoeksresultaten vanwege financiële belangen bijvoorbeeld.)
Het bedrijfsleven komt de wetenschap binnen via het onderwijs, door een directe verdediging van
zijn belangen en via indirecte vormen van marktwerking. (Door indirecte druk op onderzoekers) De
invloed van de industrie is toegenomen (bv door ADHD als een genetische afwijking te zien krijgt
medicijn gebruik een grotere rol).
Politiek speelt ook een steeds grotere rol wat zichtbaar is in wetenschapsbeleid en toenemende
bureaucratisering.
De geleidelijke omarming van het bussinesmodel heeft ertoe geleid dat universiteiten steeds meer
op ondernemingen zijn gaan lijken. Het neoliberale klimaat zorgt dat universiteiten geleidelijk aan
veranderen in publicatiefabrieken. Managers hebben het meer voor het zeggen en wetenschappers
hebben steeds minder invloed op de gang van zaken
De persoonlijke creativiteit van wetenschappers is ondergeschikt aan de vaardigheden van het
oplossen van problemen. Universiteiten leiden studenten op tot succesvolle ondernemers.
Hedendaagse wetenschap kenmerkt zich door schaalgrootte, publicatiedruk, strategisch gedrag,
invloed van politiek en bedrijfsleven op onderzoeksresultaten en patentering.
> Kernidee is dat maatschappij, politiek, levensbeschouwing en economie geheel verstrengeld zijn
geraakt met wetenschap en technologie.
Kenmerkend voor hedendaagse wetenschap is dat het zich afspeelt in de context van toepassing en
gebruik waardoor wetenschap en technologie steeds meer verweven raken met economie, politiek
en maatschappij. Dit zorgt voor veranderingen in waarden en normen die wetenschappers erop na
houden, de noodzakelijkheid om de vraag naar betrouwbare kennis opnieuw te stellen en voor
veranderde processen van consensusvorming.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen academische en post academische wetenschap.
a. Post academisch: een meer multidisciplinaire wetenschapscultuur waarin groepen
wetenschappers de dragende eenheden zijn + de toenemende rol van de politiek zichtbaar in
wetenschapsbeleid en toenemende bureaucratisering.
b. Academische wetenschap = de normen van Merton.
De toenemende economisering van wetenschap kenmerkt zich door de industrialisatie van
wetenschap. De vraag naar rendement en nut spelen een steeds grotere rol. Fundamentele vragen
worden minder belangrijk dan het zoeken naar oplossingen van praktische problemen binnen een
specifieke context. Deze economisering van de wetenschap is een van de belangrijkste
veranderingen sinds de jaren 80. Resultaten van onderzoek worden steeds meer gezien als
consumptiegoederen en gebruiksartikelen en handelswaar als mogelijkheid om winst te maken.
Bedrijven treden steeds vaker op als opdrachtgever. Innovatie is het kernwoord geworden. Er
worden steeds meer bruikbare innovaties ontwikkeld die commercieel aantrekkelijk zijn.
Ondernemen wordt steeds belangrijker en in de schoolbanken al aan de studenten geleerd. De
invloed van de industrie kan echter gepaard gaan met een schending van het onderzoeksmoraal.
(vertekenen van onderzoeksresultaten vanwege financiële belangen bijvoorbeeld.)
Het bedrijfsleven komt de wetenschap binnen via het onderwijs, door een directe verdediging van
zijn belangen en via indirecte vormen van marktwerking. (Door indirecte druk op onderzoekers) De
invloed van de industrie is toegenomen (bv door ADHD als een genetische afwijking te zien krijgt
medicijn gebruik een grotere rol).
Politiek speelt ook een steeds grotere rol wat zichtbaar is in wetenschapsbeleid en toenemende
bureaucratisering.
De geleidelijke omarming van het bussinesmodel heeft ertoe geleid dat universiteiten steeds meer
op ondernemingen zijn gaan lijken. Het neoliberale klimaat zorgt dat universiteiten geleidelijk aan
veranderen in publicatiefabrieken. Managers hebben het meer voor het zeggen en wetenschappers
hebben steeds minder invloed op de gang van zaken
De persoonlijke creativiteit van wetenschappers is ondergeschikt aan de vaardigheden van het
oplossen van problemen. Universiteiten leiden studenten op tot succesvolle ondernemers.