Samenvatting interactief college embryologie
Vroege embryonale ontwikkeling: vorming en differentiatie kiembladen
Nadat een zaadcel de eicel heeft bevrucht is het een zygote, deze daalt in de tuba
uterina af naar de uterus. Tijdens de klievingsdelingen neemt het aantal cellen wel
toe maar het totale volume van de cellen niet.
Na 3-4 dagen: zygote morula
Nu beginnen de cellen zich te differentiëren. Er ontstaan dan twee celgroepen:
- Perifeer: trofoblast (wordt epitheel
waar cellen aan elkaar zijn verbonden
met junctions via o.a. E-cadherine)
- Centraal: embryoblast
De embryoblast bevat formatieve en niet-
formatieve cellen. De niet-formatieve cellen
vormen samen met de trofoblast de extra-
embryonale membranen en de placenta. Op
dag 4 gaat er vloeistof ophopen en ontstaat
er een blastocystholte/ blastocoel. Het embryo is nu een blastocyst. Deze bevat
een embryonische kant en een abembryonische kant.
Dag 6: implantatie in de uteruswand. De trofoblast cellen aan de kant van het embryo
prolifereren en maken syncytiotrofoblast, cellen die de baarmoederwand in
kunnen. De andere cellen vormen nu de cytotrofoblast (excretie van proteolytische
enzymen om ECM af te breken tussen de endometriale cellen). Verder in de
ontwikkeling wordt de blastocyt volledig omringd door syncytiotrofoblasten behalve
bij de coagulation plug.
Binnen de inner cell mass kun je voor de innesteling al 2 lagen onderscheiden, de
epiblast en de hypoblast. Deze vormen een tweebladige kiemschijf. Tussen
epiblast en hypoblast ontstaat een holte, de amnionholte. De blastocystholte wordt
vanuit de hypoblast bekleed, de primitieve dooierzak wordt gevormd.
Dag 14-15: in de epiblast ontstaat een primitief groeve. Aan het craniale deel
onstaat een primitief knop. De epiblast cellen aan weerzijden van de primitief
groeve gaan prolifereren. Ze migreren (= ingressie) vervolgens naar de andere zijde
van de epiblast. Ze verplaatsen en vervangen de cellen van de hypoblast. Als ze zijn
vervangen wordt de endoderm laag gevormd. De epiblastcellen blijven in laterale en
craniale regio migreren en vormen het mesoderm. De overgebleven epiblastcellen
vormen het ectoderm. Er is nu een driebladige kiemschijf ontstaan, dit proces heet
de gastrulatie. (dan worden ook de belangrijkste lichaamsassen gevormd).
Week 4-8: organogenese -> de kiemschijven gaan specifieke weefsels en organen
vormen.
Het mesoderm gaat zich verder differentiëren, van mediaal naar lateraal:
- Chorda dorsalis = axiaal mesoderm
, - Somieten= paraxiaal mesoderm
- Intermediair mesoderm
- Laterale plaat mesoderm tegen endoderm splanchnisch blad en tegen
ectoderm somatisch blad.
Hiertussen bevindt zich het
intraembryonale
coeloom, aan de
buitenzijde heet dit het
extraembryonale
coeloom.
Het craniale membraan heet het oropharyngeale membraan (mondholte) en het
caudale membraan heet het cloacale membraan (anus/ urine).
De differentiatie van het mesoderm wordt bepaald door de mate waarin regulatie
genen tot expressie komen.
Embryonale stamcellen worden ook wel pluripotente stamcellen genoemd, uit deze
cellen kunnen nog alle andere typen cellen ontstaan door differentiatie.
Uit één bevruchte eicel ontstaan heel veel verschillende celtypen:
- Intern: Door polariteit van de intracellulaire eiwitten in het cytoplasma, zo
bevatten beide dochtercellen andere concentraties, dit kan leiden tot
differentiatie.
- Extern: cellen worden beïnvloed door eiwitten van buiten de cel,
inductiefactoren. Bij een bepaalde gradiënt differentieert een cel tot een
bepaalde andere cel, mate van differentiatie is dan afhankelijk van de
concentratie (van buurcellen of uit ECM).
Na de vorming van de primitief streep komt BMP4/ Wnt tot expressie in de hele
embryonale kiemschijf, er vindt differentiatie plaats in de laterale richting. De
expressie van BMP4/Wnt wordt door andere genen in de primitief knop (organizer)
geblokkeerd. Op deze manier ontstaan er gradiënt verschillen in de expressie van
BMP4/ Wnt. De mesodermale onderdelen zullen zich differentiëren in een mediaal-
lateraal patroon.
- Lage expressie: axiaal mesoderm
- Hoge expressie: laterale plaat mesoderm
Vanuit de verschillende kiembladen ontstaan verschillende organen en weefsels in
het lichaam, zo ook het mesoderm:
Vroege embryonale ontwikkeling: vorming en differentiatie kiembladen
Nadat een zaadcel de eicel heeft bevrucht is het een zygote, deze daalt in de tuba
uterina af naar de uterus. Tijdens de klievingsdelingen neemt het aantal cellen wel
toe maar het totale volume van de cellen niet.
Na 3-4 dagen: zygote morula
Nu beginnen de cellen zich te differentiëren. Er ontstaan dan twee celgroepen:
- Perifeer: trofoblast (wordt epitheel
waar cellen aan elkaar zijn verbonden
met junctions via o.a. E-cadherine)
- Centraal: embryoblast
De embryoblast bevat formatieve en niet-
formatieve cellen. De niet-formatieve cellen
vormen samen met de trofoblast de extra-
embryonale membranen en de placenta. Op
dag 4 gaat er vloeistof ophopen en ontstaat
er een blastocystholte/ blastocoel. Het embryo is nu een blastocyst. Deze bevat
een embryonische kant en een abembryonische kant.
Dag 6: implantatie in de uteruswand. De trofoblast cellen aan de kant van het embryo
prolifereren en maken syncytiotrofoblast, cellen die de baarmoederwand in
kunnen. De andere cellen vormen nu de cytotrofoblast (excretie van proteolytische
enzymen om ECM af te breken tussen de endometriale cellen). Verder in de
ontwikkeling wordt de blastocyt volledig omringd door syncytiotrofoblasten behalve
bij de coagulation plug.
Binnen de inner cell mass kun je voor de innesteling al 2 lagen onderscheiden, de
epiblast en de hypoblast. Deze vormen een tweebladige kiemschijf. Tussen
epiblast en hypoblast ontstaat een holte, de amnionholte. De blastocystholte wordt
vanuit de hypoblast bekleed, de primitieve dooierzak wordt gevormd.
Dag 14-15: in de epiblast ontstaat een primitief groeve. Aan het craniale deel
onstaat een primitief knop. De epiblast cellen aan weerzijden van de primitief
groeve gaan prolifereren. Ze migreren (= ingressie) vervolgens naar de andere zijde
van de epiblast. Ze verplaatsen en vervangen de cellen van de hypoblast. Als ze zijn
vervangen wordt de endoderm laag gevormd. De epiblastcellen blijven in laterale en
craniale regio migreren en vormen het mesoderm. De overgebleven epiblastcellen
vormen het ectoderm. Er is nu een driebladige kiemschijf ontstaan, dit proces heet
de gastrulatie. (dan worden ook de belangrijkste lichaamsassen gevormd).
Week 4-8: organogenese -> de kiemschijven gaan specifieke weefsels en organen
vormen.
Het mesoderm gaat zich verder differentiëren, van mediaal naar lateraal:
- Chorda dorsalis = axiaal mesoderm
, - Somieten= paraxiaal mesoderm
- Intermediair mesoderm
- Laterale plaat mesoderm tegen endoderm splanchnisch blad en tegen
ectoderm somatisch blad.
Hiertussen bevindt zich het
intraembryonale
coeloom, aan de
buitenzijde heet dit het
extraembryonale
coeloom.
Het craniale membraan heet het oropharyngeale membraan (mondholte) en het
caudale membraan heet het cloacale membraan (anus/ urine).
De differentiatie van het mesoderm wordt bepaald door de mate waarin regulatie
genen tot expressie komen.
Embryonale stamcellen worden ook wel pluripotente stamcellen genoemd, uit deze
cellen kunnen nog alle andere typen cellen ontstaan door differentiatie.
Uit één bevruchte eicel ontstaan heel veel verschillende celtypen:
- Intern: Door polariteit van de intracellulaire eiwitten in het cytoplasma, zo
bevatten beide dochtercellen andere concentraties, dit kan leiden tot
differentiatie.
- Extern: cellen worden beïnvloed door eiwitten van buiten de cel,
inductiefactoren. Bij een bepaalde gradiënt differentieert een cel tot een
bepaalde andere cel, mate van differentiatie is dan afhankelijk van de
concentratie (van buurcellen of uit ECM).
Na de vorming van de primitief streep komt BMP4/ Wnt tot expressie in de hele
embryonale kiemschijf, er vindt differentiatie plaats in de laterale richting. De
expressie van BMP4/Wnt wordt door andere genen in de primitief knop (organizer)
geblokkeerd. Op deze manier ontstaan er gradiënt verschillen in de expressie van
BMP4/ Wnt. De mesodermale onderdelen zullen zich differentiëren in een mediaal-
lateraal patroon.
- Lage expressie: axiaal mesoderm
- Hoge expressie: laterale plaat mesoderm
Vanuit de verschillende kiembladen ontstaan verschillende organen en weefsels in
het lichaam, zo ook het mesoderm: