PSYCHOMOTORISCHE ONTWIKKELING
SEMESTER 1
1. SITUERING VAN HET VAKGEBIED
1.1 Psychomotoriek
1.1.1 psychomotoriek begrippen door de jaren
‘BEGRIP 1’ : Vallaey 1990
= studie vd motoriek waarin gedragingen tot uiting komen
‘BEGRIP 2’ : Samaey
= langzaam gepaard opbouwen v denken en bewegen
tot handelend denken en/of doelbewust bewegen
wat gebeurt dr interactie vd (≠) motorische en psychische functies
‘BEGRIP 3’ :
= juist en aangepast bewegen
1.1.2 psychomotoriek definitie
definitie psychomotoriek : PEERLINGS 2020
= motorisch – intentioneel bewegen of doelgericht inzetten v lichaam om
vooraf bepaald doel te bereiken
vraagt samenwerking in 4 aspecten
motorische aspect cognitieve aspect
= proces WR kind spieren leert gebruiken = leren, onthouden, probleem oplossend
en beheersen denken en intelligentie vh kind
sociale aspect emotionele aspect
= ontwikkeling eigen persoonlijkheid = leren omgaan met gevoelens v zichzelf
en leren omgaan met andere mensen en anderen en leren begrijpen hoe hiermee
goed om te gaan
1.2 Wat is PMO?
1.2.1 PMO definitie
psychomotorische ontwikkeling is...
= studie v levenslang proces, WRBIJ sequentieel en quasi continue veranderingen
in motorisch gedrag optreden, alsook vd op elkaar inwerkende factoren die daarbij een rol spelen
4 aspecten
> verandering in functionele capaciteit VB : eerste keer huppelen 5jaar lang huppelen
> levenslang proces gerelateerd aan leeftijd
> niet lineair MR sprongen
> naast PMO ook ontwikkeling op andere domeinen + int/ext factoren
Shari Wiel | 1
, !! gemiddelde individu bestaat niet :
variatie v ontwikkeling = enige constante !!
→ enkel vanuit kennis vd ‘normale PMO’ kan men inzicht krijgen in
het onstaansmechanisme v afwijkend gedrag
1.2.2 verschillende motorieken
PsychoMotoriek (PM) : 9 maand – 25 jaar
= intentioneel bewegen – doelgericht met juiste bewegingsmogelijkheden
WR ook sociale en emotionele component rol spelen
SensoMotoriek (SM) : 4 maand – 2 jaar
software = leren gebruiken v hardware,
al doende neem je waar wat je kunt,
al voelend ontdek je de bruikbaarheid van NM system
ZODAT je leert besturen en verder ontwikkelen
Neuromotoriek (NM) : 0 – 4 maand
hardware v psychomotoriek = neurologie + anatomie
motoriek = interne organisatie v bewegingen
neuromotoriek = interne neurologische organisatie v bewegingen
Shari Wiel | 2
,2. THEORETISCHE CONCEPTEN OVER MOTORISCHE ONTWIKKELING
2.1 Maturatie- of rijpingstheorie
1930 – 1940 : descriptief – normatief
focus op individu : genetische factoren (DNA) en interne factoren zoals rijping CZS
ontwikkeling is vooraf bepaald dor OA interne klok
Arnold Gesell : groei en ontwikkeling cephalo-caudal en proximo-distaal
ontwikkeling v bewegingen gaat af v enkelvoud NR samengesteld
v lokaal NR totaal
leren en maturatie ≠ processen
theorie verlaten door ... ↓
2.2 Informatie- theoretische benadering
1960 – 1970
mens = computer DUS informatieverwerkingssysteem (binnen CZS)
3 opeenvolgende stadia in informatieverwerkingssysteem (CZS)
- stimulus identificatie
- respons selectie
- respons programmering
theorie verlaten door ... ↓
2.3 Ecologische of contextuele theorie
constraintsmodel van Newell
1968 – nu
voorgaande visies : focus op interne (individu) processen en sturing CZS
visie Newell : ook externe (omgeving) factoren zijn belangrijk vr ontwikkeling
- individu
- omgeving (VB : zachte mat stenen)
- taak
elk gedrag of evolutie v dit gedrag is resultaat v samenspel, wisselwerking, of interactie tssn
veranderende individuele, omgevings- en taakgebonden kenmerken/voorwaarden (constrains)
DUS motorisch gedrag, het leren en de ontwikkeling is slechts te begrijpen als omgeving WR actie
plaatsvindt, de specifieke taakvereiste en kenmerken v individu in rekening w gebracht
Shari Wiel | 3
, constrains = beperking, mogelijkheid, voorwaarde
I. individuele of intrinsieke CS
- structureel : neuroloog (maturatie – CZS) VB: fysieke groei, spiermassa,...
- functioneel : los v lichaam – cognitief – psychosociaal – affectief VB : inzicht, motivatie, aandacht
II. externe CS
- omgevingsgebonden → fysisch : VB : ondergrond
→ sociocultureel : VB : thuissituatie, aanmoedigingen, verwachtingen
Shari Wiel | 4
SEMESTER 1
1. SITUERING VAN HET VAKGEBIED
1.1 Psychomotoriek
1.1.1 psychomotoriek begrippen door de jaren
‘BEGRIP 1’ : Vallaey 1990
= studie vd motoriek waarin gedragingen tot uiting komen
‘BEGRIP 2’ : Samaey
= langzaam gepaard opbouwen v denken en bewegen
tot handelend denken en/of doelbewust bewegen
wat gebeurt dr interactie vd (≠) motorische en psychische functies
‘BEGRIP 3’ :
= juist en aangepast bewegen
1.1.2 psychomotoriek definitie
definitie psychomotoriek : PEERLINGS 2020
= motorisch – intentioneel bewegen of doelgericht inzetten v lichaam om
vooraf bepaald doel te bereiken
vraagt samenwerking in 4 aspecten
motorische aspect cognitieve aspect
= proces WR kind spieren leert gebruiken = leren, onthouden, probleem oplossend
en beheersen denken en intelligentie vh kind
sociale aspect emotionele aspect
= ontwikkeling eigen persoonlijkheid = leren omgaan met gevoelens v zichzelf
en leren omgaan met andere mensen en anderen en leren begrijpen hoe hiermee
goed om te gaan
1.2 Wat is PMO?
1.2.1 PMO definitie
psychomotorische ontwikkeling is...
= studie v levenslang proces, WRBIJ sequentieel en quasi continue veranderingen
in motorisch gedrag optreden, alsook vd op elkaar inwerkende factoren die daarbij een rol spelen
4 aspecten
> verandering in functionele capaciteit VB : eerste keer huppelen 5jaar lang huppelen
> levenslang proces gerelateerd aan leeftijd
> niet lineair MR sprongen
> naast PMO ook ontwikkeling op andere domeinen + int/ext factoren
Shari Wiel | 1
, !! gemiddelde individu bestaat niet :
variatie v ontwikkeling = enige constante !!
→ enkel vanuit kennis vd ‘normale PMO’ kan men inzicht krijgen in
het onstaansmechanisme v afwijkend gedrag
1.2.2 verschillende motorieken
PsychoMotoriek (PM) : 9 maand – 25 jaar
= intentioneel bewegen – doelgericht met juiste bewegingsmogelijkheden
WR ook sociale en emotionele component rol spelen
SensoMotoriek (SM) : 4 maand – 2 jaar
software = leren gebruiken v hardware,
al doende neem je waar wat je kunt,
al voelend ontdek je de bruikbaarheid van NM system
ZODAT je leert besturen en verder ontwikkelen
Neuromotoriek (NM) : 0 – 4 maand
hardware v psychomotoriek = neurologie + anatomie
motoriek = interne organisatie v bewegingen
neuromotoriek = interne neurologische organisatie v bewegingen
Shari Wiel | 2
,2. THEORETISCHE CONCEPTEN OVER MOTORISCHE ONTWIKKELING
2.1 Maturatie- of rijpingstheorie
1930 – 1940 : descriptief – normatief
focus op individu : genetische factoren (DNA) en interne factoren zoals rijping CZS
ontwikkeling is vooraf bepaald dor OA interne klok
Arnold Gesell : groei en ontwikkeling cephalo-caudal en proximo-distaal
ontwikkeling v bewegingen gaat af v enkelvoud NR samengesteld
v lokaal NR totaal
leren en maturatie ≠ processen
theorie verlaten door ... ↓
2.2 Informatie- theoretische benadering
1960 – 1970
mens = computer DUS informatieverwerkingssysteem (binnen CZS)
3 opeenvolgende stadia in informatieverwerkingssysteem (CZS)
- stimulus identificatie
- respons selectie
- respons programmering
theorie verlaten door ... ↓
2.3 Ecologische of contextuele theorie
constraintsmodel van Newell
1968 – nu
voorgaande visies : focus op interne (individu) processen en sturing CZS
visie Newell : ook externe (omgeving) factoren zijn belangrijk vr ontwikkeling
- individu
- omgeving (VB : zachte mat stenen)
- taak
elk gedrag of evolutie v dit gedrag is resultaat v samenspel, wisselwerking, of interactie tssn
veranderende individuele, omgevings- en taakgebonden kenmerken/voorwaarden (constrains)
DUS motorisch gedrag, het leren en de ontwikkeling is slechts te begrijpen als omgeving WR actie
plaatsvindt, de specifieke taakvereiste en kenmerken v individu in rekening w gebracht
Shari Wiel | 3
, constrains = beperking, mogelijkheid, voorwaarde
I. individuele of intrinsieke CS
- structureel : neuroloog (maturatie – CZS) VB: fysieke groei, spiermassa,...
- functioneel : los v lichaam – cognitief – psychosociaal – affectief VB : inzicht, motivatie, aandacht
II. externe CS
- omgevingsgebonden → fysisch : VB : ondergrond
→ sociocultureel : VB : thuissituatie, aanmoedigingen, verwachtingen
Shari Wiel | 4