Week 6
Zelfstudievragen
1. Doen plegen houdt in dat iemand teweegbrengt dat een ander een strafbaar feit
volvoert. In de MvT werd bepaald dat de uitvoerder de doen pleger als een willoos
werktuig gebruikt, zoals dit ook werd bepaald in het arrest Melk en Water. In het
Pastoor-arrest van 1898 werd beslist dat doen plegen nu juist veronderstelt dat de
uitvoerder niet strafbaar is voor datgene wat de middellijke dader deze heeft doen
plegen. In het Terp-arrest van 1910 is door de Hoge Raad beslist dat ook van doen
plegen sprake kan zijn indien de onmiddellijke dader van het strafbare feit straffeloos
is vanwege een bij hem ontbrekende, door de delictsomschrijving vereiste kwaliteit.
Door het Reispas-arrest werd beslist dat persoonlijke bestanddelen tussen plegers en
deelnemers kunnen worden uitgewisseld.
2. Bewuste samenwerking veronderstelt in beginsel een gezamenlijk gemaakte
afspraak, maar dit is niet altijd nodig. Soms kan er sprake zijn van een wederzijds
begrip op het moment van samen handelen.
3. A. Medeplegen is opzettelijk tot het plegen van een strafbaar feit medewerken. Bij
medeplichtigheid wordt de pleger van een misdrijf geholpen en de totstandkoming
van het misdrijf bevorderd en begunstigd.
B. .
4. Er is sprake van doen plegen, A is dus aansprakelijk.
5. .
6. .
Werkgroepopdrachten
Opdracht 1: casus De ongelukkige scheiding
1. Anneke geeft Hans en Jozias opdracht om het schilderij te stelen. Deelnemingsvorm
uitlokking (art. 47 lid 1 sub b): 1. uitlokkingsmiddelen -> beloften van €2000,
aangezien het geld nog niet echt gegeven is, 2. gewekt wilsbesluit (psychische
causaliteit: causaal verband tussen het uitlokkingmiddel en het daardoor plegen van
het feit)-> Hans en Jozias gaan het schilderij stelen aangezien hen €2000 is geboden
door Anneke, 3. accessoriteit -> het gevolg van het bieden van €2000 is dat Hans en
Jozias het schilderij ook echt gaan stelen van Bernhard, grondfeit is hier diefstal met
geweld, 4. dubbel opzet -> opzet op het gronddelict en opzet op
uitlokkingsgedraging, Anneke biedt opzettelijk €2000 aan Hans en Jozias. Zij heeft
geen opzet op diefstal met geweld van het schilderij, alleen op diefstal. Nog kijken
naar voorwaardelijk opzet; willens en wetens de aanmerkelijk kans is aanvaardt. Er is
in casu geen sprake van een aanmerkelijke kans, Anneke heeft geen geweld uit willen
lokken, de kans is niet aanmerkelijk dat er geweld gebruikt zou worden, Anneke wist
niet dat er een pistool meegenomen zou worden. Er is aan alle voorwaarden voldaan,
behalve dubbel opzet. Anneke kan dus niet veroordeeld worden voor uitlokking van
diefstal met geweld, maar wel voor uitlokking van diefstal. Anneke is strafbaar voor
deelneming, namelijk uitlokking van diefstal.
Zelfstudievragen
1. Doen plegen houdt in dat iemand teweegbrengt dat een ander een strafbaar feit
volvoert. In de MvT werd bepaald dat de uitvoerder de doen pleger als een willoos
werktuig gebruikt, zoals dit ook werd bepaald in het arrest Melk en Water. In het
Pastoor-arrest van 1898 werd beslist dat doen plegen nu juist veronderstelt dat de
uitvoerder niet strafbaar is voor datgene wat de middellijke dader deze heeft doen
plegen. In het Terp-arrest van 1910 is door de Hoge Raad beslist dat ook van doen
plegen sprake kan zijn indien de onmiddellijke dader van het strafbare feit straffeloos
is vanwege een bij hem ontbrekende, door de delictsomschrijving vereiste kwaliteit.
Door het Reispas-arrest werd beslist dat persoonlijke bestanddelen tussen plegers en
deelnemers kunnen worden uitgewisseld.
2. Bewuste samenwerking veronderstelt in beginsel een gezamenlijk gemaakte
afspraak, maar dit is niet altijd nodig. Soms kan er sprake zijn van een wederzijds
begrip op het moment van samen handelen.
3. A. Medeplegen is opzettelijk tot het plegen van een strafbaar feit medewerken. Bij
medeplichtigheid wordt de pleger van een misdrijf geholpen en de totstandkoming
van het misdrijf bevorderd en begunstigd.
B. .
4. Er is sprake van doen plegen, A is dus aansprakelijk.
5. .
6. .
Werkgroepopdrachten
Opdracht 1: casus De ongelukkige scheiding
1. Anneke geeft Hans en Jozias opdracht om het schilderij te stelen. Deelnemingsvorm
uitlokking (art. 47 lid 1 sub b): 1. uitlokkingsmiddelen -> beloften van €2000,
aangezien het geld nog niet echt gegeven is, 2. gewekt wilsbesluit (psychische
causaliteit: causaal verband tussen het uitlokkingmiddel en het daardoor plegen van
het feit)-> Hans en Jozias gaan het schilderij stelen aangezien hen €2000 is geboden
door Anneke, 3. accessoriteit -> het gevolg van het bieden van €2000 is dat Hans en
Jozias het schilderij ook echt gaan stelen van Bernhard, grondfeit is hier diefstal met
geweld, 4. dubbel opzet -> opzet op het gronddelict en opzet op
uitlokkingsgedraging, Anneke biedt opzettelijk €2000 aan Hans en Jozias. Zij heeft
geen opzet op diefstal met geweld van het schilderij, alleen op diefstal. Nog kijken
naar voorwaardelijk opzet; willens en wetens de aanmerkelijk kans is aanvaardt. Er is
in casu geen sprake van een aanmerkelijke kans, Anneke heeft geen geweld uit willen
lokken, de kans is niet aanmerkelijk dat er geweld gebruikt zou worden, Anneke wist
niet dat er een pistool meegenomen zou worden. Er is aan alle voorwaarden voldaan,
behalve dubbel opzet. Anneke kan dus niet veroordeeld worden voor uitlokking van
diefstal met geweld, maar wel voor uitlokking van diefstal. Anneke is strafbaar voor
deelneming, namelijk uitlokking van diefstal.