Week 6
14.1. (14.1.1., 14.1.2., 14.1.3., 14.1.4.,14.1.5.)& 14.3., (14.3.1., 14.3.2, 14.3.3., 14.3.4,
14.3.5.) & 15.1., (15.1.1., 15.1.3.)& 15.2., (15.2.1.)& 16.1., (16.1.1., 16.1.2., 16.1.3.,
16.1.4., 16.1.6.)& 16.2. , (16.2.1., 16.2.2.)& 16.3. (16.3.1., 16.3.2.)&16.4. (16.4.2.,
16.4.3.)
De student weet wat fysieke rijping betekent en kan de gevolgen
van vroege en late rijping onderscheiden.
Pubertaire groeispurt
-> periode van zeer snelle groei in lengte en gewicht tijdens adolescentie. In deze periode nemen
gewicht en lengte net zo snel toe als in de babytijd.
- Jongens groeien gemiddeld 10, 5 cm per jaar, meisjes bijna 9 cm per jaar. Sommigen
adolescenten 12,5 cm per jaar.
- Bij meisjes is deze gemiddeld twee jaar eerder dan bij jongens. Meisjes rond 10 jaar, jongens
rond 12 jaar.
Vroege rijping
Jongens
- Een voordeel.
- Vaker beter in sport doordat ze sterker en groter zijn.
- Vaker populairder.
- Positiever zelfbeeld
- Grotere kans om betrokken te raken bij criminele activiteiten.
- Gebruiken vaker verslavende middelen.
- Zullen sneller gezelschap van oudere jongens opzoeken.
Meisjes:
- Voelen zich vaak ongemakkelijk en anders dan leeftijdgenoten door zienbare veranderingen
van lichaam.
- Soms worden ze belachelijk gemaakt.
- Vaak populairder bij oudere jongens
- Kan negatieve gevolgen hebben als meisjes opvallen omdat ze afwijken. (angsten of
ongelukkig of depressief voelen)
Late rijping
Jongens:
- Vaak negatiever
- Kleiner en lichter dan leeftijdsgenoten -> kunnen minder aantrekkelijk gevonden worden.
- In nadeel bij sommige sportactiviteiten.
- Sociale leven kan eronder lijden.
- Kan tot lager zelfbeeld lijden.
- Tonen vaker assertiviteit en hebben meer inzicht in zichzelf en anderen.
Meisjes:
, - Worden eerste jaar van middelbare soms over hoofd gezien.
- Relatief lage status
- Zijn vaak later wel meer tevreden met hun lichaam dan meisjes die vroeger rijp waren.
- Minder emotionele problemen.
De student heeft kennis van de puberteit.
Puberteit
-> De periode van rijping waarin de geslachtsorganen zich volledig ontwikkelen. Eerder bij meisjes
dan bij jongens. Bij meisjes rond 11/12 haar, bij jongens rond 13/14 jaar.
Proces puberteit:
1. Hypofyse
-> hormoonklier die een belangrijke koppeling maakt tussen zenuwstelsel (hersenen) en het
hormonale systeem. Geeft aan andere klieren in het lichaam van een kind het signaal dat ze
volwassenen hoeveelheden geslachtshormonen moeten gaan produceren.
-> Voor jongens zijn dat androgenen: mannelijke geslachtshormonen, de voornaamste is
testosteron.
-> Voor meisjes oestrogenen: vrouwelijke geslachtshormonen.
Hypofyse zet lichaam er ook toe aan om meer groeihormonen te produceren, die samen met
geslachtshormonen verantwoordelijk zijn voor de groeispurt en puberteit.
2. Door samenspel van hypothalamus en hypofyse in hersenen en gonaden (eierstokken en
testikels) worden androgenen en oestrogenen geproduceerd en op peil gehouden.
Hormoon afgifte is voor aan aantal redenen belangrijk. Ze organiseren manier waarop hersenen zich
tijdens adolescentie en in andere levensfasen fysiek ontwikkelen. En ze activeren en sturen bepaald
gedrag dat essentieel is voor het menselijk bestaan.
Puberteit bij meisjes
Factoren die een rol spelen bij start puberteit:
- Omgeving
- Cultuur
Menarche
-> het tijdstip waarop de eerste menstruatie optreedt.
- In arme ontwikkelingslanden begint dit later dan in economisch welvarender landen.
- Gewicht of verhouding tussen vet en spieren speelt een rol bij tijdstip.
Primaire geslachtskenmerken
-> kenmerken die worden geassocieerd met de ontwikkeling van de organen en structuren van het
lichaam die rechtstreeks betrekking hebben op de voortplanting.
Bijvoorbeeld: verandering in baarmoeder en vagina.
Secundaire geslachtskenmerken
-> zichtbare tekenen van seksuele rijping die niet direct betrekking hebben op geslachtsorganen.
Bijvoorbeeld: ontwikkeling van borsten en schaamhaar.
Puberteit bij jongens
Primaire geslachtskenmerken (penis en scrotum) begint rond 12 jaar in een versneld tempo en
bereikt volwassen omvang na 3 tot 4 jaar.
14.1. (14.1.1., 14.1.2., 14.1.3., 14.1.4.,14.1.5.)& 14.3., (14.3.1., 14.3.2, 14.3.3., 14.3.4,
14.3.5.) & 15.1., (15.1.1., 15.1.3.)& 15.2., (15.2.1.)& 16.1., (16.1.1., 16.1.2., 16.1.3.,
16.1.4., 16.1.6.)& 16.2. , (16.2.1., 16.2.2.)& 16.3. (16.3.1., 16.3.2.)&16.4. (16.4.2.,
16.4.3.)
De student weet wat fysieke rijping betekent en kan de gevolgen
van vroege en late rijping onderscheiden.
Pubertaire groeispurt
-> periode van zeer snelle groei in lengte en gewicht tijdens adolescentie. In deze periode nemen
gewicht en lengte net zo snel toe als in de babytijd.
- Jongens groeien gemiddeld 10, 5 cm per jaar, meisjes bijna 9 cm per jaar. Sommigen
adolescenten 12,5 cm per jaar.
- Bij meisjes is deze gemiddeld twee jaar eerder dan bij jongens. Meisjes rond 10 jaar, jongens
rond 12 jaar.
Vroege rijping
Jongens
- Een voordeel.
- Vaker beter in sport doordat ze sterker en groter zijn.
- Vaker populairder.
- Positiever zelfbeeld
- Grotere kans om betrokken te raken bij criminele activiteiten.
- Gebruiken vaker verslavende middelen.
- Zullen sneller gezelschap van oudere jongens opzoeken.
Meisjes:
- Voelen zich vaak ongemakkelijk en anders dan leeftijdgenoten door zienbare veranderingen
van lichaam.
- Soms worden ze belachelijk gemaakt.
- Vaak populairder bij oudere jongens
- Kan negatieve gevolgen hebben als meisjes opvallen omdat ze afwijken. (angsten of
ongelukkig of depressief voelen)
Late rijping
Jongens:
- Vaak negatiever
- Kleiner en lichter dan leeftijdsgenoten -> kunnen minder aantrekkelijk gevonden worden.
- In nadeel bij sommige sportactiviteiten.
- Sociale leven kan eronder lijden.
- Kan tot lager zelfbeeld lijden.
- Tonen vaker assertiviteit en hebben meer inzicht in zichzelf en anderen.
Meisjes:
, - Worden eerste jaar van middelbare soms over hoofd gezien.
- Relatief lage status
- Zijn vaak later wel meer tevreden met hun lichaam dan meisjes die vroeger rijp waren.
- Minder emotionele problemen.
De student heeft kennis van de puberteit.
Puberteit
-> De periode van rijping waarin de geslachtsorganen zich volledig ontwikkelen. Eerder bij meisjes
dan bij jongens. Bij meisjes rond 11/12 haar, bij jongens rond 13/14 jaar.
Proces puberteit:
1. Hypofyse
-> hormoonklier die een belangrijke koppeling maakt tussen zenuwstelsel (hersenen) en het
hormonale systeem. Geeft aan andere klieren in het lichaam van een kind het signaal dat ze
volwassenen hoeveelheden geslachtshormonen moeten gaan produceren.
-> Voor jongens zijn dat androgenen: mannelijke geslachtshormonen, de voornaamste is
testosteron.
-> Voor meisjes oestrogenen: vrouwelijke geslachtshormonen.
Hypofyse zet lichaam er ook toe aan om meer groeihormonen te produceren, die samen met
geslachtshormonen verantwoordelijk zijn voor de groeispurt en puberteit.
2. Door samenspel van hypothalamus en hypofyse in hersenen en gonaden (eierstokken en
testikels) worden androgenen en oestrogenen geproduceerd en op peil gehouden.
Hormoon afgifte is voor aan aantal redenen belangrijk. Ze organiseren manier waarop hersenen zich
tijdens adolescentie en in andere levensfasen fysiek ontwikkelen. En ze activeren en sturen bepaald
gedrag dat essentieel is voor het menselijk bestaan.
Puberteit bij meisjes
Factoren die een rol spelen bij start puberteit:
- Omgeving
- Cultuur
Menarche
-> het tijdstip waarop de eerste menstruatie optreedt.
- In arme ontwikkelingslanden begint dit later dan in economisch welvarender landen.
- Gewicht of verhouding tussen vet en spieren speelt een rol bij tijdstip.
Primaire geslachtskenmerken
-> kenmerken die worden geassocieerd met de ontwikkeling van de organen en structuren van het
lichaam die rechtstreeks betrekking hebben op de voortplanting.
Bijvoorbeeld: verandering in baarmoeder en vagina.
Secundaire geslachtskenmerken
-> zichtbare tekenen van seksuele rijping die niet direct betrekking hebben op geslachtsorganen.
Bijvoorbeeld: ontwikkeling van borsten en schaamhaar.
Puberteit bij jongens
Primaire geslachtskenmerken (penis en scrotum) begint rond 12 jaar in een versneld tempo en
bereikt volwassen omvang na 3 tot 4 jaar.