Economie Katern 3
Hoofdstuk 2: Marktfalen
2.1 De overheid grijpt in
Marktfalen = Situatie waarin de markt niet perfect werkt
3 oorzaken voor marktfalen:
- Marktmacht
Uitkomsten van de markt zijn niet optimaal markt werkt inefficiënt
- Externe effecten
De markt geeft verkeerde uitkomsten
- Collectieve goederen
Ze kunnen niet via de markt verhandeld worden omdat er geen individueel prijskaartje aan hangt.
Externe effecten = Gevolgen van productie en gebruik van goederen en diensten die niet in de prijs
worden doorberekend.
- Voorbeelden: milieuvervuiling, geluidsoverlast en gezondheidseffecten.
Collectieve goederen = Goederen of diensten die de overheid produceert omdat het niet mogelijk is
om burgers een bedrag in rekening te brengen.
Deze worden betaald uit belastinggeld. Door het gebruik door de een, staat het gebruik van de ander
niet in de weg.
- Voorbeelden: dijken en rechtspraak
Minimumprijs = De overheid garandeert aanbieders een bepaalde prijs.
- De aanbieder wordt beschermd
Aanbodoverschot/vraagtekort = Het aanbod is kleiner dan de vraag.
- De overheid moet dit opkopen en dit kost hun dus geld (ze accepteren dit wel)
Maximumprijs = Een prijs die door de overheid is vastgesteld en die lager is dan de marktprijs.
Aanbodtekort/vraagoverschot = Het aanbod is kleiner dan de vraag.
- Geen kosten voor de overheid
Toezichthouders = Instellingen die toezicht houden op bijvoorbeeld het mededingingsbeleid.
- ACM (Autoriteit Consument en Markt) is een belangrijke.
- Mededingingswet verbiedt kartels, zoals prijsafspraken tussen bedrijven, en misbruik van
economische machtsposities. Ook moeten bedrijven bepaald fusies en overnames vooraf ter
goedkeuring aan de ACM melden.
Hoofdstuk 2: Marktfalen
2.1 De overheid grijpt in
Marktfalen = Situatie waarin de markt niet perfect werkt
3 oorzaken voor marktfalen:
- Marktmacht
Uitkomsten van de markt zijn niet optimaal markt werkt inefficiënt
- Externe effecten
De markt geeft verkeerde uitkomsten
- Collectieve goederen
Ze kunnen niet via de markt verhandeld worden omdat er geen individueel prijskaartje aan hangt.
Externe effecten = Gevolgen van productie en gebruik van goederen en diensten die niet in de prijs
worden doorberekend.
- Voorbeelden: milieuvervuiling, geluidsoverlast en gezondheidseffecten.
Collectieve goederen = Goederen of diensten die de overheid produceert omdat het niet mogelijk is
om burgers een bedrag in rekening te brengen.
Deze worden betaald uit belastinggeld. Door het gebruik door de een, staat het gebruik van de ander
niet in de weg.
- Voorbeelden: dijken en rechtspraak
Minimumprijs = De overheid garandeert aanbieders een bepaalde prijs.
- De aanbieder wordt beschermd
Aanbodoverschot/vraagtekort = Het aanbod is kleiner dan de vraag.
- De overheid moet dit opkopen en dit kost hun dus geld (ze accepteren dit wel)
Maximumprijs = Een prijs die door de overheid is vastgesteld en die lager is dan de marktprijs.
Aanbodtekort/vraagoverschot = Het aanbod is kleiner dan de vraag.
- Geen kosten voor de overheid
Toezichthouders = Instellingen die toezicht houden op bijvoorbeeld het mededingingsbeleid.
- ACM (Autoriteit Consument en Markt) is een belangrijke.
- Mededingingswet verbiedt kartels, zoals prijsafspraken tussen bedrijven, en misbruik van
economische machtsposities. Ook moeten bedrijven bepaald fusies en overnames vooraf ter
goedkeuring aan de ACM melden.