Joël Smit | 6Va
Scheikunde – H16 Molecuulbouw en reactiemechanismen
Voorkennis (opdr.1c,4f)
Elektronenconfiguratie = verdeling van elektronen over schillen
Edelgasconfiguratie = 8 e- in buitenste schil (of 2 bij K en He)
Covalentie = aantal bindingen dat atoomsoort kan vormen
Additiereactie = C=C verandert in C-C
Substitutiereactie = atoom vervangen door ander(e) atoom(groep)
Condensatiereactie = uit 2 moleculen ontstaat groter molecuul door afsplitsen van klein
molecuul hydrolyse is andersom
§16.1 Lewisstructuren (opdr.5d,6c,9ab,12,13,16abc)
Valentie-elektronen en Lewisstructuren
Atoom = positieve kern en negatief geladen valentie-elektronen = elektronen in
buitenste schil vooral valentie-elektronen bepalen chemisch gedrag van atomen en
moleculen
Vrije elektronenparen = niet-bindende elektronenparen = elektronenparen die niet
betrokken zijn bij atoombinding
Elektronenconfiguratie = verdeling van elektronen over de schillen
In Lewisstructuur hebben alle atomen 8 valentie-elektronen (4 elektronenparen) =
octetregel atoom heeft hiermee edelgasconfiguratie
Radicaal = atoom of molecuul met oneven aantal elektronen nooit alle atomen in
radicaal kunnen aan octetregel voldoen
Formele lading aangeven waar lading zit in molecuul lading die atoom heeft als je
kijkt naar aantal elektronen in buitenstel schil in vergelijking met aantal dat atoom
normaal gesproken zou hebben
Partiële lading polaire atoombindingen aangeven met δ+ of δ- op atoom
Negatief ion heeft elektronen extra, positief ion heeft elektronen minder
Stappenplan Lewisstructuur
1. Minst elektronegatieve atoom is centrale atoom (behalve H)
Hoe hoger elektronegativiteit, hoe harder atoom aan elektronen trekt (binas 40A)
2. Tel aantal valentie-elektronen lading toevoegen/aftrekken
3. Bindingen maken per binding -2ve
4. Overige elektronen op buitenste atomen octetregel
5. Overige elektronen op centrale atoom
6. v.a. periode 3 mag je octetregel overschrijden als dit niet anders kan
7. bepaal van elk atoom formele lading: aangeven met bv. + of – (met rondje
eromheen)
1) Aantal elektronen tellen (2 voor lone pairs, 1 voor bindende paren)
2) Formele lading = aantal ve – aantal elektronen dat atoom nu heeft
Regels formele ladingen:
Formele lading op centrale atoom is nooit negatief en het liefst 0
Andere formele ladingen zo laag mogelijk
8. Bepaal 3D-structuur VSEPR (zie par.16.2)
1) Elektronenwolken tellen elektronenwolk is lone pair of binding
2) Elektronenwolken zo ver mogelijk uit elkaar plaatsen (lineair, trigonaal,
tetraëdrisch)
Reactiemechanisme
Bij reactiemechanisme geef je met kromme pijl aan hoe elektron(enpaar) zich verplaatst
‘normale’ pijl = elektronenpaar, pijl met 1 ‘haakje’ = 1 elektron bij pijl met 1 ‘haakje’
ontstaat radicaal = deeltje met 1 vrij elektron reageert snel
Afb.1 vrij elektronenpaar van watermolecuul wordt aangetrokken door δ+
lading op waterstofatoom van zuurgroep gemeenschappelijke
1
Scheikunde – H16 Molecuulbouw en reactiemechanismen
Voorkennis (opdr.1c,4f)
Elektronenconfiguratie = verdeling van elektronen over schillen
Edelgasconfiguratie = 8 e- in buitenste schil (of 2 bij K en He)
Covalentie = aantal bindingen dat atoomsoort kan vormen
Additiereactie = C=C verandert in C-C
Substitutiereactie = atoom vervangen door ander(e) atoom(groep)
Condensatiereactie = uit 2 moleculen ontstaat groter molecuul door afsplitsen van klein
molecuul hydrolyse is andersom
§16.1 Lewisstructuren (opdr.5d,6c,9ab,12,13,16abc)
Valentie-elektronen en Lewisstructuren
Atoom = positieve kern en negatief geladen valentie-elektronen = elektronen in
buitenste schil vooral valentie-elektronen bepalen chemisch gedrag van atomen en
moleculen
Vrije elektronenparen = niet-bindende elektronenparen = elektronenparen die niet
betrokken zijn bij atoombinding
Elektronenconfiguratie = verdeling van elektronen over de schillen
In Lewisstructuur hebben alle atomen 8 valentie-elektronen (4 elektronenparen) =
octetregel atoom heeft hiermee edelgasconfiguratie
Radicaal = atoom of molecuul met oneven aantal elektronen nooit alle atomen in
radicaal kunnen aan octetregel voldoen
Formele lading aangeven waar lading zit in molecuul lading die atoom heeft als je
kijkt naar aantal elektronen in buitenstel schil in vergelijking met aantal dat atoom
normaal gesproken zou hebben
Partiële lading polaire atoombindingen aangeven met δ+ of δ- op atoom
Negatief ion heeft elektronen extra, positief ion heeft elektronen minder
Stappenplan Lewisstructuur
1. Minst elektronegatieve atoom is centrale atoom (behalve H)
Hoe hoger elektronegativiteit, hoe harder atoom aan elektronen trekt (binas 40A)
2. Tel aantal valentie-elektronen lading toevoegen/aftrekken
3. Bindingen maken per binding -2ve
4. Overige elektronen op buitenste atomen octetregel
5. Overige elektronen op centrale atoom
6. v.a. periode 3 mag je octetregel overschrijden als dit niet anders kan
7. bepaal van elk atoom formele lading: aangeven met bv. + of – (met rondje
eromheen)
1) Aantal elektronen tellen (2 voor lone pairs, 1 voor bindende paren)
2) Formele lading = aantal ve – aantal elektronen dat atoom nu heeft
Regels formele ladingen:
Formele lading op centrale atoom is nooit negatief en het liefst 0
Andere formele ladingen zo laag mogelijk
8. Bepaal 3D-structuur VSEPR (zie par.16.2)
1) Elektronenwolken tellen elektronenwolk is lone pair of binding
2) Elektronenwolken zo ver mogelijk uit elkaar plaatsen (lineair, trigonaal,
tetraëdrisch)
Reactiemechanisme
Bij reactiemechanisme geef je met kromme pijl aan hoe elektron(enpaar) zich verplaatst
‘normale’ pijl = elektronenpaar, pijl met 1 ‘haakje’ = 1 elektron bij pijl met 1 ‘haakje’
ontstaat radicaal = deeltje met 1 vrij elektron reageert snel
Afb.1 vrij elektronenpaar van watermolecuul wordt aangetrokken door δ+
lading op waterstofatoom van zuurgroep gemeenschappelijke
1