De Invloed van het Animacy Effect op het Geheugen en de Verschillen in Geslacht
Romy Gerritsen (540757)
Elize Scheven (groep 17)
Bachelor of Psychology
Department of Psychology, Education and Child Studies
Erasmus School of Social and Behavioral Sciences
Erasmus University Rotterdam
1
, De Invloed van het Animacy Effect op het geheugen en de verschillen in geslacht
Introductie
Van oudsher is het vermogen om een levend object vast te stellen cruciaal geweest om te
overleven. Dat men van oudsher meer focust op levenden objecten is terug te leiden naar het
feit dat meerdere studies concluderen dat mensen levende objecten beter onthouden dan
levenloze objecten (Nairne, VanArsdall, Pandeirada, Cogdill & LeBreton, 2017; Rawlinson &
Kelley, 2021; Brosch & Sharma, 2005; Meinhardt, Bell, Buchner & Röer, 2020)
Volgens onderzoek van Rawlinson & Kelley (2021) onthouden en herkennen mensen
levende woorden beter dan levenloze woorden, omdat geheugensystemen mogelijk tijdens de
evolutie zijn ontworpen om prioriteit te geven aan het geheugen voor roofdieren, mensen en
voedselbronnen. In onderzoek van Brosch & Sharma (2005) is aangetoond dat levende
objecten meer aandacht trekken dan levenloze objecten niet alleen voor angstopwekkende
stimuli, maar ook voor neutrale stimuli. Dit zorgt niet alleen voor een grotere
overlevingskans, maar geeft ook meer ruimte om te kunnen voortplanten (Nairne et al., 2013).
Het feit dat levende objecten beter onthouden worden dan de levenloze objecten wordt
het animacy effect genoemd (Leding, 2020). Mensen ontwikkelen deze capaciteit om een
verschil te maken tussen levende en levenloze objecten al in de vroege kinderjaren (Popp &
Serra, 2018). Vele benaderingen denken het animacy effect te verklaren (Bonin, Gelin, &
Bugaiska, 2014; Rawlinson & Kelley, 2021). Bonin et al. (2014) hebben getest of animatie-
effecten te relateren zijn aan geanimeerde objecten die meer zintuiglijke eigenschappen
hebben dan levenloze objecten. De bevindingen geven verder bewijs voor de kijk op het
geheugen die wordt ondersteund door (Nairne et al., 2010). Bovendien is door Rawlinson en
Kelley. (2021) onderzocht of de semantische representaties van levende en levenloze objecten
verschillen in het aantal semantische kenmerken. Hieruit blijkt dat levende objecten meer
semantische kenmerken bevatten, die gedeeltelijk het verband tussen animacy en het
onthouden ervan ondersteund in onderzoek van Bonin et al. (2014).
Volgens Williams (2005) zou de invloed van leeftijd en hoogst behaalde opleiding wel
van invloed zijn op het cognitieve vermogen in tegenstelling tot geslacht die minder
consistent bewijs hiervoor levert. Evenals een studie die is gedaan door Maccoby en Jacklin
(1974) waarin werd gesteld dat er één principe is om genderverschillen in het geheugen te
begrijpen: mannen en vrouwen verschillen niet in algemene geheugencapaciteit, hoewel
interesse, motivatie en training de inhoud van wat wordt onthouden kunnen beïnvloeden.
2
Romy Gerritsen (540757)
Elize Scheven (groep 17)
Bachelor of Psychology
Department of Psychology, Education and Child Studies
Erasmus School of Social and Behavioral Sciences
Erasmus University Rotterdam
1
, De Invloed van het Animacy Effect op het geheugen en de verschillen in geslacht
Introductie
Van oudsher is het vermogen om een levend object vast te stellen cruciaal geweest om te
overleven. Dat men van oudsher meer focust op levenden objecten is terug te leiden naar het
feit dat meerdere studies concluderen dat mensen levende objecten beter onthouden dan
levenloze objecten (Nairne, VanArsdall, Pandeirada, Cogdill & LeBreton, 2017; Rawlinson &
Kelley, 2021; Brosch & Sharma, 2005; Meinhardt, Bell, Buchner & Röer, 2020)
Volgens onderzoek van Rawlinson & Kelley (2021) onthouden en herkennen mensen
levende woorden beter dan levenloze woorden, omdat geheugensystemen mogelijk tijdens de
evolutie zijn ontworpen om prioriteit te geven aan het geheugen voor roofdieren, mensen en
voedselbronnen. In onderzoek van Brosch & Sharma (2005) is aangetoond dat levende
objecten meer aandacht trekken dan levenloze objecten niet alleen voor angstopwekkende
stimuli, maar ook voor neutrale stimuli. Dit zorgt niet alleen voor een grotere
overlevingskans, maar geeft ook meer ruimte om te kunnen voortplanten (Nairne et al., 2013).
Het feit dat levende objecten beter onthouden worden dan de levenloze objecten wordt
het animacy effect genoemd (Leding, 2020). Mensen ontwikkelen deze capaciteit om een
verschil te maken tussen levende en levenloze objecten al in de vroege kinderjaren (Popp &
Serra, 2018). Vele benaderingen denken het animacy effect te verklaren (Bonin, Gelin, &
Bugaiska, 2014; Rawlinson & Kelley, 2021). Bonin et al. (2014) hebben getest of animatie-
effecten te relateren zijn aan geanimeerde objecten die meer zintuiglijke eigenschappen
hebben dan levenloze objecten. De bevindingen geven verder bewijs voor de kijk op het
geheugen die wordt ondersteund door (Nairne et al., 2010). Bovendien is door Rawlinson en
Kelley. (2021) onderzocht of de semantische representaties van levende en levenloze objecten
verschillen in het aantal semantische kenmerken. Hieruit blijkt dat levende objecten meer
semantische kenmerken bevatten, die gedeeltelijk het verband tussen animacy en het
onthouden ervan ondersteund in onderzoek van Bonin et al. (2014).
Volgens Williams (2005) zou de invloed van leeftijd en hoogst behaalde opleiding wel
van invloed zijn op het cognitieve vermogen in tegenstelling tot geslacht die minder
consistent bewijs hiervoor levert. Evenals een studie die is gedaan door Maccoby en Jacklin
(1974) waarin werd gesteld dat er één principe is om genderverschillen in het geheugen te
begrijpen: mannen en vrouwen verschillen niet in algemene geheugencapaciteit, hoewel
interesse, motivatie en training de inhoud van wat wordt onthouden kunnen beïnvloeden.
2