Homeostase
Het in stand houden van de homeostase kost energie. Een enkele feedbacklus werkt niet geïsoleerd.
Feedbackmechanismen kunnen synergetisch of antagonistisch werken. redundantie (dat verklaart
waarom bijvoorbeeld sommige knock-out muizen geen fenotypen vertonen). Epinefrine remt de
aanmaak van insuline, terwijl cortisol, een ander stresshormoon, de aanmaak van insuline stimuleer,
waardoor de bloedsuikerspiegel daalt.
Dynamische toestand.
Smal bereik is compatibel met behoud van het leven.
Bijvoorbeeld: glucoseleven in het bloed bereik tussen 70 en 110 mg van glucose/dl in het
bloed.
Regulatie van glucose homeostase
Homeostase is essentieel voor de optimale functie/werking.
Hypoglycaemia (lage bloedsuikerspiegel)
Hyperglycaemia (hoge bloedsuikerspiegel)
Antagonistisch hormoonpaar (insuline en glucagon)
Negatieve feedback
Als er een te hoge glucoseconcentratie is dan stimuleert insuline de opname van glucose door o.a..
spiercellen, terwijl het tegelijkertijd ook de aanmaak van glycogeen door de lever stimuleert.
Glucagon stimuleert de afbraak van glycogeen tot glucose.
Diabetes verstoord de glucose homeostase.
Glucose wordt gereabsorbeerd in de proximale tubuli van de nier. Bij diabetes wordt het transport
maximum (TM) overschreden. Osmotisch effect van hoge glucose in de urine veroorzaakt diurese.
Leidt tot verstoring van de waterhuishouding. Waardoor er gestimuleerde vochtinname is om de
balans te corrigeren.
Homeostase en lichaamsvocht
Om de vloeistoffen te behouden moet de vloeistofinvoer overeenkomen met de vloeistofuitvoer. Als
de inname (uit bloed of dranken) groter is dan de output (via urine, vocht in de ontlasting en
onmerkbare verliezen), is het organisme in positieve balans en zal het urinevolume toenemen om
overtollig vocht te verwijderen. Negatieve vochtbalans treedt op wanneer de inname lager is dan de
output. In dit geval zullen geïntegreerde reacties de dorst vergroten en extra vochtverlies
verminderen totdat de homeostase is hersteld.
Het in stand houden van de homeostase kost energie. Een enkele feedbacklus werkt niet geïsoleerd.
Feedbackmechanismen kunnen synergetisch of antagonistisch werken. redundantie (dat verklaart
waarom bijvoorbeeld sommige knock-out muizen geen fenotypen vertonen). Epinefrine remt de
aanmaak van insuline, terwijl cortisol, een ander stresshormoon, de aanmaak van insuline stimuleer,
waardoor de bloedsuikerspiegel daalt.
Dynamische toestand.
Smal bereik is compatibel met behoud van het leven.
Bijvoorbeeld: glucoseleven in het bloed bereik tussen 70 en 110 mg van glucose/dl in het
bloed.
Regulatie van glucose homeostase
Homeostase is essentieel voor de optimale functie/werking.
Hypoglycaemia (lage bloedsuikerspiegel)
Hyperglycaemia (hoge bloedsuikerspiegel)
Antagonistisch hormoonpaar (insuline en glucagon)
Negatieve feedback
Als er een te hoge glucoseconcentratie is dan stimuleert insuline de opname van glucose door o.a..
spiercellen, terwijl het tegelijkertijd ook de aanmaak van glycogeen door de lever stimuleert.
Glucagon stimuleert de afbraak van glycogeen tot glucose.
Diabetes verstoord de glucose homeostase.
Glucose wordt gereabsorbeerd in de proximale tubuli van de nier. Bij diabetes wordt het transport
maximum (TM) overschreden. Osmotisch effect van hoge glucose in de urine veroorzaakt diurese.
Leidt tot verstoring van de waterhuishouding. Waardoor er gestimuleerde vochtinname is om de
balans te corrigeren.
Homeostase en lichaamsvocht
Om de vloeistoffen te behouden moet de vloeistofinvoer overeenkomen met de vloeistofuitvoer. Als
de inname (uit bloed of dranken) groter is dan de output (via urine, vocht in de ontlasting en
onmerkbare verliezen), is het organisme in positieve balans en zal het urinevolume toenemen om
overtollig vocht te verwijderen. Negatieve vochtbalans treedt op wanneer de inname lager is dan de
output. In dit geval zullen geïntegreerde reacties de dorst vergroten en extra vochtverlies
verminderen totdat de homeostase is hersteld.