Statistiek 1
HOOFDSTUK 1: DE STATISTIEK IN HET ONDERZOEK:
beschrijvende statistiek → geen veralgemening,betrekking op kengetallen van
de steekproef
inductieve statistiek → wel veralgemenen naar globale populatie
steekproef → groep deelnemers waar al info van is verzameld & grotere groep
zal vertegenwoordigen
Populatie → grote groep waar onderzoek naar wordt gedaan
deterministische uitspraken: zekerheden,100% juist
↳komt bijna nooit voor
probabilistische uitspraken: waarschijnlijkheden/onzekerheden
↳kansrekenen
4 voorwaarden dergelijk onderzoek:
- objectiviteit
- controleerbaarheid
- herhaalbaarheid
- systematiek
2 type variabele:
- onafhankelijke variabele → de variabele is constant en kan niet
verandert worden
- afhankelijke variabele→ hangt af van de onafhankelijke variabele
variabele: eigenschap of kenmerk van de onderzoekseenheid
controleerbaarheid & herhaalbaarheid hangen samen
↳ mensen later kunnen analyseren
systematiek: vanuit theorieën logische onderzoeken
2 soorten onderzoek
experiment & survey onderzoek
EXPERIMENT
we hebben externe omstandigheden invloed op prosociaal gedrag (verloren
brief experiment) pg 15
onafhankelijke variabele: 4 condities
afhankelijke variabele: het al dan niet posten van de brief
,HET SURVEY ONDERZOEK
de wetenschapper gaat geen variabele manipuleren maar gaat vragenlijsten
gebruiken.
→ na een onderzoek gaan we verbanden trekken:
x→y direct causaal
x←y invers causaal (
x↔y (covariatie, cyclus)
z-x/y (indirect)
Criteria Hume & Mill:
- Maken het mogelijk om dingen causaal te interpreteren
Dualiteit tussen controle & realisme: in welke mate komt je onderzoeksopzet
overeen met de dagdagelijkse realiteit
dingen controleren op tijdlijn zodat je kan kijken wat mogelijke storende
processen zijn. Als de criteria mogelijk zijn zal het zorgen voor een causaal
verband
Criteria van Brinkman:
→ noodzakelijke voorwaarden voor kwaliteitsvol onderzoek
Criteria van Hume en Mill:
→ voorwaarden om sterkere uitspraken te kunnen maken: in het beste geval
causaal (als-dan) uitspraken
Causale uitspraken zijn minstens sterke probabilistische uitspraken en lijken
op deterministische uitspraken doordat de criteria van Brinkman, Hume & Mill
onzekerheden zo goed mogelijk proberen te controleren
,ONDERZOEKSVERBANDEN:
Initiatiefase: er zijn woorden die gevolgd
worden door een waterstraal
andere woorden hebben geen effect op de
waterstraal
triggerwoord = kaneel, woorden die lijken op
kaneel geven ook een reactie ookal komt er
geen waterstraal
Dit fenomeen komt ook voor bij
posttraumatische stress in soortgelijke
situaties → veralgemeende
angst-stressrespons
waarom is het moeilijk om in een survey onderzoek causale relaties te
ontdekken?
→ criteria van hume & mill
→ vereisen om direct causale verbanden te maken
1. oorzaak en gevolg moeten in een tijd ruimtelijke structuur samen
voorkomen
2. oorzaak gebeurt voor het gevolg
3. het gevolg zal nooit optreden zonder de oorzaak
4. er zijn geen alternatieve verklaringen mogelijk
↓ kort samengevat
1. chronologie –W ov, dan av dan resultaten
2. oorzaak voor gevolg → ov voor av
3. controleconditie → ov bevat controleconditie
4. geen indirecte verbanden
, 1. de vraagstelling
de onderzoeksvraag → centrale vraag van het onderzoek het bevat de
belangrijkste begrippen van het onderzoek
onderzoekshypothese → nog niet beweren stelling
drukt/verwacht resultaat uit (op basis van voorafgaand onderzoek/literatuur
statistische hypothese → drukt hypothese uit in 2 toetsbare / wiskundige
uitspraken
soort onderzoeksvragen
- vragen naar voorkomend fenomeen
- vragen naar verschillen tussen groepen
- vragen naar verbanden tussen variabelen
oorsprong van de onderzoeksvragen
- door de resultaten van eerdere onderzoeken (fundamentele
onderzoeken)
- kan groeien uit spontane observaties
- in het bedrijfsleven & overheden (bv; wat vinden klanten leuk?)
→ toegepast onderzoek
2. het literatuuronderzoek
via het formuleren van de vraagstelling gaat men nagaan wat er reeds
gepubliceerd is over dat onderwerp
- wat is er al geweten over het voorkomen/de verschillen/verbanden van
het onderwerp of gerelateerde onderwerpen?
is het peer reviewd? , kwaliteitsonderzoek
- theoretische kaders – fundamenteel onderzoek
- praktijkervaringen & observaties – toegepast onderzoek
3. operationalisering
kwalitatief onderzoek: bestaat uit observaties, zoals interviews en het is niet
met cijfers
kwantitatief onderzoek: met cijfers
de onderzoeker moet kiezen op welke wijze hij de begrippen meetbaar zal
maken
- is het een theoretisch of abstract psychologisch begrip?
- is het concreet manipuleerbaar of meetbaar?
HOOFDSTUK 1: DE STATISTIEK IN HET ONDERZOEK:
beschrijvende statistiek → geen veralgemening,betrekking op kengetallen van
de steekproef
inductieve statistiek → wel veralgemenen naar globale populatie
steekproef → groep deelnemers waar al info van is verzameld & grotere groep
zal vertegenwoordigen
Populatie → grote groep waar onderzoek naar wordt gedaan
deterministische uitspraken: zekerheden,100% juist
↳komt bijna nooit voor
probabilistische uitspraken: waarschijnlijkheden/onzekerheden
↳kansrekenen
4 voorwaarden dergelijk onderzoek:
- objectiviteit
- controleerbaarheid
- herhaalbaarheid
- systematiek
2 type variabele:
- onafhankelijke variabele → de variabele is constant en kan niet
verandert worden
- afhankelijke variabele→ hangt af van de onafhankelijke variabele
variabele: eigenschap of kenmerk van de onderzoekseenheid
controleerbaarheid & herhaalbaarheid hangen samen
↳ mensen later kunnen analyseren
systematiek: vanuit theorieën logische onderzoeken
2 soorten onderzoek
experiment & survey onderzoek
EXPERIMENT
we hebben externe omstandigheden invloed op prosociaal gedrag (verloren
brief experiment) pg 15
onafhankelijke variabele: 4 condities
afhankelijke variabele: het al dan niet posten van de brief
,HET SURVEY ONDERZOEK
de wetenschapper gaat geen variabele manipuleren maar gaat vragenlijsten
gebruiken.
→ na een onderzoek gaan we verbanden trekken:
x→y direct causaal
x←y invers causaal (
x↔y (covariatie, cyclus)
z-x/y (indirect)
Criteria Hume & Mill:
- Maken het mogelijk om dingen causaal te interpreteren
Dualiteit tussen controle & realisme: in welke mate komt je onderzoeksopzet
overeen met de dagdagelijkse realiteit
dingen controleren op tijdlijn zodat je kan kijken wat mogelijke storende
processen zijn. Als de criteria mogelijk zijn zal het zorgen voor een causaal
verband
Criteria van Brinkman:
→ noodzakelijke voorwaarden voor kwaliteitsvol onderzoek
Criteria van Hume en Mill:
→ voorwaarden om sterkere uitspraken te kunnen maken: in het beste geval
causaal (als-dan) uitspraken
Causale uitspraken zijn minstens sterke probabilistische uitspraken en lijken
op deterministische uitspraken doordat de criteria van Brinkman, Hume & Mill
onzekerheden zo goed mogelijk proberen te controleren
,ONDERZOEKSVERBANDEN:
Initiatiefase: er zijn woorden die gevolgd
worden door een waterstraal
andere woorden hebben geen effect op de
waterstraal
triggerwoord = kaneel, woorden die lijken op
kaneel geven ook een reactie ookal komt er
geen waterstraal
Dit fenomeen komt ook voor bij
posttraumatische stress in soortgelijke
situaties → veralgemeende
angst-stressrespons
waarom is het moeilijk om in een survey onderzoek causale relaties te
ontdekken?
→ criteria van hume & mill
→ vereisen om direct causale verbanden te maken
1. oorzaak en gevolg moeten in een tijd ruimtelijke structuur samen
voorkomen
2. oorzaak gebeurt voor het gevolg
3. het gevolg zal nooit optreden zonder de oorzaak
4. er zijn geen alternatieve verklaringen mogelijk
↓ kort samengevat
1. chronologie –W ov, dan av dan resultaten
2. oorzaak voor gevolg → ov voor av
3. controleconditie → ov bevat controleconditie
4. geen indirecte verbanden
, 1. de vraagstelling
de onderzoeksvraag → centrale vraag van het onderzoek het bevat de
belangrijkste begrippen van het onderzoek
onderzoekshypothese → nog niet beweren stelling
drukt/verwacht resultaat uit (op basis van voorafgaand onderzoek/literatuur
statistische hypothese → drukt hypothese uit in 2 toetsbare / wiskundige
uitspraken
soort onderzoeksvragen
- vragen naar voorkomend fenomeen
- vragen naar verschillen tussen groepen
- vragen naar verbanden tussen variabelen
oorsprong van de onderzoeksvragen
- door de resultaten van eerdere onderzoeken (fundamentele
onderzoeken)
- kan groeien uit spontane observaties
- in het bedrijfsleven & overheden (bv; wat vinden klanten leuk?)
→ toegepast onderzoek
2. het literatuuronderzoek
via het formuleren van de vraagstelling gaat men nagaan wat er reeds
gepubliceerd is over dat onderwerp
- wat is er al geweten over het voorkomen/de verschillen/verbanden van
het onderwerp of gerelateerde onderwerpen?
is het peer reviewd? , kwaliteitsonderzoek
- theoretische kaders – fundamenteel onderzoek
- praktijkervaringen & observaties – toegepast onderzoek
3. operationalisering
kwalitatief onderzoek: bestaat uit observaties, zoals interviews en het is niet
met cijfers
kwantitatief onderzoek: met cijfers
de onderzoeker moet kiezen op welke wijze hij de begrippen meetbaar zal
maken
- is het een theoretisch of abstract psychologisch begrip?
- is het concreet manipuleerbaar of meetbaar?