Isolatie van celorganellen
Meest toegepast op leverweefsel (rat, muis) omdat men van een ±homogene populatie van
hepatocyten kan vertrekken
Belangrijk om opzuivering organellen te documenteren door bv. analyseren van merkerenzym
waarvan gekend is dat het selectief in een bepaald organel te vinden is
o Mitochondriën: cytochroom c
o Peroxisomen: catalase
o Lysosomen: zuur fosfatase
1. Plasmamembraan wordt gebroken door mixer, ultrasonen of homogenisator homogenaat
(op ijs uitgevoerd om afbraak eiwitten te voorkomen)
2. Differentiële centrifugatie
800 g: kernen
15 000 g: mitochondriën, lysosomen en peroxisomen
100 000 g: plasmamembraan, microsomale fractie en polyribosomen
300 000 g: ribosomale subunits
3. Densitietsgradiëntcentrifugatie : cellulaire componenten worden gescheiden op basis van hun
densiteit
Gradiënt van niet-ionische substantie (glycerol, sucrose)
2 principes:
Centrifugeren gedurende beperkte tijd (zwaardere partikels zakken sneller)
Centrifugeren gedurende meerdere uren (ieder partikel op eigen densiteit)
4. Immunologische technieken (verdere opzuivering of alternatieve methode)
Selectief afzonderen van organellen adhv antistoffen tegen eiwitten in membraan
Bv. antistoffen op magnetische korrels in contact brengen met organelsuspensie
magneet trekt de antistoffen terug aan organellen afgezonderd
, H3: Transport en metabolisme van
lipiden
Lipiden:
Noodzakelijk:
o Energiebron
o Membranen opbouwen
o Signaalmoleculen
Weinig oplosbaar in waterig milieu cel meeste te vinden in membranen
Slechts in bepaalde cellen opgestapeld als triglyceriden
Meer gekend over intercellulair transport dan intracellulair transport
Cel kan pas vergroten als er genoeg membranen zijn.
Membranen:
Bestaan uit eiwitten en lipiden
Ontstaan enkel door expansie bestaande membranen (1e stappen biosynthese in cytoplasma,
latere in associatie met membranen)
1 LIPIDENTRANSPORT IN DE CEL
1.1 LOCALISATIE VAN LIPIDENSYNTHESE
Synthese vetzuren
C16 vetzuren en korter: acetyl-CoA in cytosol
C18 en langer: elongases in ER
Desaturases: maken onverzadigde bindingen in ER
Polyonverzadigde vetzuren: kunnen door mens niet gemaakt worden opgenomen in dieet,
verlengd en gedesatureerd in ER
Vrije vetzuren
Gebonden aan vetzuurbindende eiwitten voor transport
Extracellulair milieu: albumine meest voorkomend
Intracellulair: Fatty Acid Binding Proteins
Meeste vetzuren worden veresterd in triglyceriden, fosfolipiden, sfingolipiden en cholesterolesters.
Meest toegepast op leverweefsel (rat, muis) omdat men van een ±homogene populatie van
hepatocyten kan vertrekken
Belangrijk om opzuivering organellen te documenteren door bv. analyseren van merkerenzym
waarvan gekend is dat het selectief in een bepaald organel te vinden is
o Mitochondriën: cytochroom c
o Peroxisomen: catalase
o Lysosomen: zuur fosfatase
1. Plasmamembraan wordt gebroken door mixer, ultrasonen of homogenisator homogenaat
(op ijs uitgevoerd om afbraak eiwitten te voorkomen)
2. Differentiële centrifugatie
800 g: kernen
15 000 g: mitochondriën, lysosomen en peroxisomen
100 000 g: plasmamembraan, microsomale fractie en polyribosomen
300 000 g: ribosomale subunits
3. Densitietsgradiëntcentrifugatie : cellulaire componenten worden gescheiden op basis van hun
densiteit
Gradiënt van niet-ionische substantie (glycerol, sucrose)
2 principes:
Centrifugeren gedurende beperkte tijd (zwaardere partikels zakken sneller)
Centrifugeren gedurende meerdere uren (ieder partikel op eigen densiteit)
4. Immunologische technieken (verdere opzuivering of alternatieve methode)
Selectief afzonderen van organellen adhv antistoffen tegen eiwitten in membraan
Bv. antistoffen op magnetische korrels in contact brengen met organelsuspensie
magneet trekt de antistoffen terug aan organellen afgezonderd
, H3: Transport en metabolisme van
lipiden
Lipiden:
Noodzakelijk:
o Energiebron
o Membranen opbouwen
o Signaalmoleculen
Weinig oplosbaar in waterig milieu cel meeste te vinden in membranen
Slechts in bepaalde cellen opgestapeld als triglyceriden
Meer gekend over intercellulair transport dan intracellulair transport
Cel kan pas vergroten als er genoeg membranen zijn.
Membranen:
Bestaan uit eiwitten en lipiden
Ontstaan enkel door expansie bestaande membranen (1e stappen biosynthese in cytoplasma,
latere in associatie met membranen)
1 LIPIDENTRANSPORT IN DE CEL
1.1 LOCALISATIE VAN LIPIDENSYNTHESE
Synthese vetzuren
C16 vetzuren en korter: acetyl-CoA in cytosol
C18 en langer: elongases in ER
Desaturases: maken onverzadigde bindingen in ER
Polyonverzadigde vetzuren: kunnen door mens niet gemaakt worden opgenomen in dieet,
verlengd en gedesatureerd in ER
Vrije vetzuren
Gebonden aan vetzuurbindende eiwitten voor transport
Extracellulair milieu: albumine meest voorkomend
Intracellulair: Fatty Acid Binding Proteins
Meeste vetzuren worden veresterd in triglyceriden, fosfolipiden, sfingolipiden en cholesterolesters.