1. Conjunctuurbeweging
Om de beweging van de economie inzichtelijk te maken, bekijken we de reële
economische groei:
Dat is de procentuele verandering van jaar tot jaar van het reële bruto binnenlands
product.
De lijn van de reële economische groei wordt de conjunctuurlijn genoemd. Als deze boven
de x-as ligt, groeit de economie. Onder de x-as krimpt de economie. De beweging is altijd
onregelmatig, dat is de conjunctuurbeweging.
De trendmatige groei is minder onregelmatig en loopt meer in een rechte lijn. Dit is de
gemiddelde groei over de afgelopen tien jaar. Dit wordt ook wel het langetermijngroeipad
van de economie genoemd.
Je spreekt van hoogconjunctuur als de economie sterker groeit dan de trendmatige groei.
Als de economie minder sterk groeit dan de trendmatige groei, spreek je van
laagconjunctuur. Als dat gebeurt kunnen bedrijven hun producten minder goed verkopen.
Als de economie twee kwartalen achter elkaar krimpt, spreek je van een economische
recessie (achteruitgang). Als de economie die kwartalen of meer achter elkaar krimpt,
spreek je van een economische depressie.
Kenmerken conjunctuurbeweging
• de beweging is onregelmatig en niet te voorspellen
Het economisch beleid kan niet goed inspelen op wat er komen gaat. Op korte termijn
speelt dit minder. De wetenschap die zich hiermee bezighoudt is de econometrie.
• de meeste macro-economische variabelen vertonen dezelfde conjunctuurbeweging
Om de conjunctuur op korte termijn te voorspellen, wordt gebruikgemaakt van
conjunctuurindicatoren. Dit zijn macro-economische variabelen waarin de waarde eerder
bekend is dan die van het bbp. Ze geven een indicatie van de omgaan van het
toekomstige bbp.
• de beweging verloopt tegengesteld aan het aantal
werklozen
Macro-economische variabelen die hetzelfde patroon
vertonen als de conjunctuurlijn zijn procyclisch.
Macro-economische variabelen die een tegengesteld
patroon vertonen met de conjunctuurlijn zijn
anticyclisch: hun verandering door de tijd is
tegengesteld aan de conjunctuurbeweging.
Om de beweging van de economie inzichtelijk te maken, bekijken we de reële
economische groei:
Dat is de procentuele verandering van jaar tot jaar van het reële bruto binnenlands
product.
De lijn van de reële economische groei wordt de conjunctuurlijn genoemd. Als deze boven
de x-as ligt, groeit de economie. Onder de x-as krimpt de economie. De beweging is altijd
onregelmatig, dat is de conjunctuurbeweging.
De trendmatige groei is minder onregelmatig en loopt meer in een rechte lijn. Dit is de
gemiddelde groei over de afgelopen tien jaar. Dit wordt ook wel het langetermijngroeipad
van de economie genoemd.
Je spreekt van hoogconjunctuur als de economie sterker groeit dan de trendmatige groei.
Als de economie minder sterk groeit dan de trendmatige groei, spreek je van
laagconjunctuur. Als dat gebeurt kunnen bedrijven hun producten minder goed verkopen.
Als de economie twee kwartalen achter elkaar krimpt, spreek je van een economische
recessie (achteruitgang). Als de economie die kwartalen of meer achter elkaar krimpt,
spreek je van een economische depressie.
Kenmerken conjunctuurbeweging
• de beweging is onregelmatig en niet te voorspellen
Het economisch beleid kan niet goed inspelen op wat er komen gaat. Op korte termijn
speelt dit minder. De wetenschap die zich hiermee bezighoudt is de econometrie.
• de meeste macro-economische variabelen vertonen dezelfde conjunctuurbeweging
Om de conjunctuur op korte termijn te voorspellen, wordt gebruikgemaakt van
conjunctuurindicatoren. Dit zijn macro-economische variabelen waarin de waarde eerder
bekend is dan die van het bbp. Ze geven een indicatie van de omgaan van het
toekomstige bbp.
• de beweging verloopt tegengesteld aan het aantal
werklozen
Macro-economische variabelen die hetzelfde patroon
vertonen als de conjunctuurlijn zijn procyclisch.
Macro-economische variabelen die een tegengesteld
patroon vertonen met de conjunctuurlijn zijn
anticyclisch: hun verandering door de tijd is
tegengesteld aan de conjunctuurbeweging.