Universiteit Leiden
Bachelor Psychologie 2022-2023
1. Wat is géén kenmerk van het mechanisme van Bacon’s visie op de wetenschap?
a. Materie
b. Atomen
c. deductie
d. Observaties om kennis te vergaren
2. Welke term past het beste bij ‘Johannes Kepler’?
a. Heliocentrisch model
b. Mars draait om de zon
c. Inductie als kennisvergaringsmethode
d. Sterren zijn zonnen met eigen planeten
3. Wat is de cartesiaanse twijfel?
a. Een filosofie van Hobbes van een manier zoeken voor zekerheid door systematisch
aan alles te twijfelen
b. Een psychologische theorie van Hobbes die twijfelt aan het bestaan van materie
(het lichaam en dus niet de geest)
c. Een filosofie van Descartes van een manier zoeken voor zekerheid door
systematisch aan alles te twijfelen
d. Een psychologische theorie van Descartes die twijfelt aan het bestaan van materie
(het lichaam en dus niet de geest)
4. Wat is vrijheid volgens Hobbes?
A. Dit heeft betrekking op het kunnen vergaren van rationele informatie
B. Dit heeft betrekking op de onbeperkte bloedscirculatie
C. Dit heeft betrekking op het vrij kunnen handelen van de mens
D. Dit heeft betrekking tot het kunnen vergaren van empirische informatie
5. Wat beschouwt Descartes als het criterium van echte waarheid?
a. Uitspraken kunnen maken die helder en duidelijk in de geest verschijnen
b. Alle uitspraken die empirisch bewezen kunnen worden door middel van de
methode van analyse
c. Feitelijkheden
d. Alle uitspraken die betrouwbaar en valide zijn
, 6. Wat is niét waar over Descartes zijn visie op de substanties in het universum
a. De menselijke ziel is de enige substantie die gekenmerkt wordt door denken op
aarde
b. Alleen dingen die gemaakt zijn uit materie kunnen worden geanalyseerd
c. Zowel de geest als materie kunnen worden geanalyseerd
d. Er bestaan twee substanties in het universum
7. Hoe kan Locke zijn argument tegen het rationalisme het beste worden samengevat?
a. Een mens wordt geboren als een tabula rasa
b. Een mens kan alleen complexe ideeën vormen door middel van simpele ideeën
c. De menselijke geest is een passieve ontvanger van informatie
d. De menselijke geest is geen materie en kan dus niet denken
8. Waar gaat“An Essay Concerning Human Understanding’ van Locke voornamelijk
over?
a. Het gaat over hoe menselijke kennis wordt verworven – empirisch
b. Het gaat over hoe menselijke kennis wordt verworven – rationalisme
c. Het gaat over hoe het menselijke brein een mechanistische substantie is die kan
leiden tot ideeën
d. Het gaat over hoe zowel het menselijke als het dierlijke brein een mechanistische
substantie is die kan leiden tot ideeën
9. Wat is géén manier om van een simpel idee een complex idee te maken?
a. Vereniging
b. Condenseren
c. Generaliseren
d. Verbanden leggen
10. Wat is een ‘homo economicus’?
a. Dat is iemand die afwegingen en berekeningen maakt
b. Dat is iemand die filosofisch opgeleid is
c. Dat is iemand die wiskundig opgeleid is
d. Dat is iemand die zowel wiskundig als filosofisch opgeleid is
11. Wat is een goed voorbeeld van het idee van feitelijkheden?
a. Dat A=A
b. De stelling van Pythagoras
c. Dat de zon elke dag opkomt
d. Dat 3+3=2