Topografie van het lichaam
Distaal: van de romp afgelegen. Uiteinde armen of benen
Proximaal: naar de romp toe gelegen. Begin armen en benen.
Lateraal: aan de buitenzijde gelegen
Mediaal: aan de binnenzijde gelegen
Ventraal: aan de buikzijde (voorkant) gelegen
Dorsaal: aan de rugzijde (achterkant) gelegen
Palmair: aan de handpalmzijde gelegen
Plantair: aan de voetzoolzijde gelegen
Bewegingsvormen/richtingen
Adductie: naar lichaam toe bewegen
Abductie: van lichaam af bewegen
Extensie: strekken
Flexie: buigen
Supinatie/inversie: handpalm naar boven draaien
Pronatie/eversie: handpalm naar beneden draaien
Endo-rotatie: naar binnen draaien
Exo-rotatie: naar buiten draaien
Beenderen
Beenderen groeien in lengte en breedte, ze ontstaan uit kraakbeenweefsel.
(uitzondering schedelbeenderen). Tijdens de groei wordt het kraakbeen omgezet in been.
Dit gebeurt door chondroclasten (breken kraakbeen af) en osteoblasten (maken been aan).
,Soorten beenderen:
- Pijpbeenderen -> ellepijp en dijbeen.
- Platte beenderen -> heupbeenderen en schouderbladen.
Beschermen kwetsbare organen en maken bloedcellen en bloedplaatjes aan.
- Onregelmatige beenderen (sesambeentjes) -> voetwortelbeenderen en wervels.
Beschermt kwetsbare organen.
Pijpbeenderen Platte beenderen Onregelmatige beenderen
Bijzonderheid platte en onregelmatige beenderen -> bestaan uit rood beenmerg.
Pijpbeenderen bestaan uit rood beenmerg, maar wordt vervangen door geel beenmerg na 5
jaar. Bij platte en onregelmatige beenderen blijft het rood beenmerg.
Opbouw pijpbeenderen
Periost (beenvlies) = vlies om het beenweefsel heen. De bindweefsellaag zit om het bot en
bevat veel zenuwen en bloedvaten.
Deze vlies is heel belangrijk voor de groei van het bot. Er lopen in de lengte- en dwarsrichting
kanaaltjes door het beenvlies die het hele beenweefsel voorzien van bloed.
Diafyse = middenstuk van pijpbeen
Epifyse = uiteinden van pijpbeen
Epifysaire schijf = kraakbenige groeischijf/uiteinde van pijpbeen
Compact been = buitenste laag van het bot. Het is een dicht aaneengesloten geheel en het is
erg hard.
Sponsachtig been = helemaal open en er zitten allerlei holtes in. Er zit roodbeenmerg in een
aantal beenderen. Het is sponsachtig zodat het minder snel breekt.
Mergholte = holte in het bot die gevuld is met rood en geel beenmerg. Geel beenmerg is
vooral aanwezig in het middelste gedeelte van de pijpbeenderen. In
het gele beenmerg zit veel vet.
1. Beenvlies
2. Compact been
3. Sponsachtig been
4. Mergholte
, Beenderen schedel, romp en onderste extremiteiten
Hersenschedel
De hersenschedel omsluit de hersenen.
Bestaat uit:
- Schedeldak -> stelsel door naadverbinding verbonden.
- Schedelbasis -> met openingen voor ruggenmerg, hersenzenuwen en bloedvaten.
Aangezichtsschedel
Neusbeen
Het neusbeen loopt diep door in de schedel en heeft een uitsteeksel: het ploegschaarbeen ->
neustussenschot.
Bovenkaak
De bovenkaak is 1 botstuk en bestaat uit een
samengroeiing van 2 bovenkaakhelften. De bovenkaak
heeft gaten voor het doorlaten van zenuwtakken.
Onderkaak
De onderkaak is het enige beweeglijke bot van de
schedel. De onderkaak heeft een (scharnier) gewricht
met het slaapbeen.
De romp bestaat uit:
- Borstkas
- Wervelkolom
Functie borstkas:
- Organen beschermen
- Speelt een rol bij ademhaling
Functies wervelkolom:
- Stevigheid geven aan de romp
- Beschermen van het ruggenmerg
- Beweging van de romp mogelijk maken
De borstkas bestaat uit:
- Borstbeen
- 12 borstwervels (ook onderdeel van de wervelkolom)
- 12 paar ribben
Borstbeen
Het borstbeen is een plat beenstuk en bestaat uit drie delen die met elkaar zijn
vergroeid.
Het borstbeen bestaat uit 3 delen van het borstbeen: handvat, lichaam en
zwaardvormig aanhangsel.