DEEL 1: BESCHRIJVENDE UNIVARIATE STATISTIEK
1. Basisconcepten
A) Onderzoekspopulatie, statistische eenheid
è onderdelen van realiteit waarop onderzoek betrekking heeft:
(onderzoeks)elementen of (statistische) eenheden (cases)
eenduidige definitie noodzakelijk (BV: 1200 Vlaamse student ipv: de Vlaamse
student)
individuen, gebeurtenissen, collectiviteiten,...
= hoeveelheid auto’s die passeren op de meir na 6u savonds.
è verzameling van (onderzoeks)elementen: (onderzoeks)populatie
eenduidige definitie noodzakelijk (dit geeft weer wie er uitspraken mag doen)
vaak gebonden aan tijd en ruimte
è eenheid waarop analyse gebeurt: analyse-eenheid (bv: enquête bij studenten UGent;
de analyse-eenheid: student UGent)
B) Variabelen, waarden, dataset
è Theoretische kaders geven richting aan de vragenlijst
o bv. Vrouwen gaan liever naar een musea dan mannen > ‘Wat is uw geslacht?’
o bv. Indien je bij je opvoeding vaak naar cultuur ging, ben je nu meer geneigd
om hier interesse voor te tonen > ‘Wat is uw inkomen van uw ouders?’
è
è eigenschap van elementen: kenmerk
varieert over eenheden -> variabele
è verzameling van alle mogelijke uitkomsten van een variabele:
uitkomstenverzameling
è meten: volgens bepaalde meetprocedure vaststellen van de waarde van een kenmerk
bij een element
nauwkeurigheid: exactheid
betrouwbaarheid: consistentie bij herhaalde waarneming
validiteit: mate van overeenkomst tussen indicator en (theoretisch) concept
(= afwezigheid van systematische fouten) je meet echt wat je wil
meten/weten.
è resultaat van meten: waarde
è betrouwbaar resultaat: je zou paar weken na de vraag hetzelfde antwoord moeten
krijgen. Politieke voorkeur en racisme zijn moeilijk te meten
,è numerieke codes via codeboek: man wordt vervangen tot 0 om typfouten en ander
vergissingen te vermijden.
C) Meetniveau van variabelen:
schaal van meten (hoeveelheid informatie)
è Kwalitatieve / categorische variabelen
Nominale variabelen:
o exhaustieve en exclusieve classificatie
o bv. geslacht, TV-zender, haarkleur, werelddeel
Ordinale variabelen:
o + ordening (meer/minder) (beter/minder goed)
o bv. opleiding, opinievraag, kwaliteitsoordeel in *, medaille
è Kwantitatieve / metrische variabelen
Intervalvariabelen
o + gelijke afstanden (hoeveel meer/minder)
o bv. temperatuur in graden Celsius, geboortejaar
Ratiovariabelen
o + nulpunt
o Bv: hoeveel geld valt er te besteden (heeft een nulpunt)
o bv. leeftijd, tijdsverschil, budget
o je kan niet onder nul gaan
è van laag (weinig informatie)
naar hoog (veel informatie):
nominaal < ordinaal < interval < ratio
è afhankelijk van meetprocedure en ev. transformatie tussen meting en analyse
, è andere classificatie: op basis uitkomstenverzameling:
continue variabelen
o voor elke 2 mogelijke uitkomsten, mogelijk om 3e te bedenken die
ertussen ligt; oneindige uitkomstenverzameling (reële getallen)
o bv. tijd, exacte leeftijd, inkomen
discrete variabelen
o eindige uitkomstenverzameling (natuurlijke getallen)
o bv. leeftijd in verstreken jaren, aantal kinderen, museumbezoek
2) Frequentieverdelingen
A) Frequenties, klassenindeling
è Absolute frequentie: aantal elementen met een bepaalde waarde : fi (i: waarde,
met m waarden) (15 van de 30 mensen wordt bevraagd)
è Relatieve frequentie: aantal elementen met een bepaalde waarde gedeeld door het
totaal aantal elementen = fractie (proportie) : pi (50% vrouwen uitdrukken in 0.5)
B) Frequentietabel
è cumulatieve frequentie: aantal of proportie eenheden met waarde i of lager
è enkel vanaf ordinaal meetniveau
1. Basisconcepten
A) Onderzoekspopulatie, statistische eenheid
è onderdelen van realiteit waarop onderzoek betrekking heeft:
(onderzoeks)elementen of (statistische) eenheden (cases)
eenduidige definitie noodzakelijk (BV: 1200 Vlaamse student ipv: de Vlaamse
student)
individuen, gebeurtenissen, collectiviteiten,...
= hoeveelheid auto’s die passeren op de meir na 6u savonds.
è verzameling van (onderzoeks)elementen: (onderzoeks)populatie
eenduidige definitie noodzakelijk (dit geeft weer wie er uitspraken mag doen)
vaak gebonden aan tijd en ruimte
è eenheid waarop analyse gebeurt: analyse-eenheid (bv: enquête bij studenten UGent;
de analyse-eenheid: student UGent)
B) Variabelen, waarden, dataset
è Theoretische kaders geven richting aan de vragenlijst
o bv. Vrouwen gaan liever naar een musea dan mannen > ‘Wat is uw geslacht?’
o bv. Indien je bij je opvoeding vaak naar cultuur ging, ben je nu meer geneigd
om hier interesse voor te tonen > ‘Wat is uw inkomen van uw ouders?’
è
è eigenschap van elementen: kenmerk
varieert over eenheden -> variabele
è verzameling van alle mogelijke uitkomsten van een variabele:
uitkomstenverzameling
è meten: volgens bepaalde meetprocedure vaststellen van de waarde van een kenmerk
bij een element
nauwkeurigheid: exactheid
betrouwbaarheid: consistentie bij herhaalde waarneming
validiteit: mate van overeenkomst tussen indicator en (theoretisch) concept
(= afwezigheid van systematische fouten) je meet echt wat je wil
meten/weten.
è resultaat van meten: waarde
è betrouwbaar resultaat: je zou paar weken na de vraag hetzelfde antwoord moeten
krijgen. Politieke voorkeur en racisme zijn moeilijk te meten
,è numerieke codes via codeboek: man wordt vervangen tot 0 om typfouten en ander
vergissingen te vermijden.
C) Meetniveau van variabelen:
schaal van meten (hoeveelheid informatie)
è Kwalitatieve / categorische variabelen
Nominale variabelen:
o exhaustieve en exclusieve classificatie
o bv. geslacht, TV-zender, haarkleur, werelddeel
Ordinale variabelen:
o + ordening (meer/minder) (beter/minder goed)
o bv. opleiding, opinievraag, kwaliteitsoordeel in *, medaille
è Kwantitatieve / metrische variabelen
Intervalvariabelen
o + gelijke afstanden (hoeveel meer/minder)
o bv. temperatuur in graden Celsius, geboortejaar
Ratiovariabelen
o + nulpunt
o Bv: hoeveel geld valt er te besteden (heeft een nulpunt)
o bv. leeftijd, tijdsverschil, budget
o je kan niet onder nul gaan
è van laag (weinig informatie)
naar hoog (veel informatie):
nominaal < ordinaal < interval < ratio
è afhankelijk van meetprocedure en ev. transformatie tussen meting en analyse
, è andere classificatie: op basis uitkomstenverzameling:
continue variabelen
o voor elke 2 mogelijke uitkomsten, mogelijk om 3e te bedenken die
ertussen ligt; oneindige uitkomstenverzameling (reële getallen)
o bv. tijd, exacte leeftijd, inkomen
discrete variabelen
o eindige uitkomstenverzameling (natuurlijke getallen)
o bv. leeftijd in verstreken jaren, aantal kinderen, museumbezoek
2) Frequentieverdelingen
A) Frequenties, klassenindeling
è Absolute frequentie: aantal elementen met een bepaalde waarde : fi (i: waarde,
met m waarden) (15 van de 30 mensen wordt bevraagd)
è Relatieve frequentie: aantal elementen met een bepaalde waarde gedeeld door het
totaal aantal elementen = fractie (proportie) : pi (50% vrouwen uitdrukken in 0.5)
B) Frequentietabel
è cumulatieve frequentie: aantal of proportie eenheden met waarde i of lager
è enkel vanaf ordinaal meetniveau