De celkern regelt alle activiteiten van de cel dankzij het DNA
(desoxyribonucleinezuur). Het DNA ligt in de chromosomen:
De dubbele helix bestaat uit paren:
- A (denine) & T (hymine)
- C (ytosine) & G (uanine)
De volgorde vormt de basis van de genetische code. Een drietal daarvan achter
elkaar codeert voor aminozuur (ATT, GCA) triplet. Aminozuren zijn de
bouwstenen van eiwitten. Er zijn dus heel veel combinaties mogelijk.
Een stuk DNA dat die de code bevat voor een bepaald eiwit is een gen. Een gen
kan groot of klein zijn. Een chromosoom bevat wel honderden genen. Het
genotype is dus eigenlijk de totale samenstelling van het DNA.