giscorrectief
Instructiepsychologie en- technologie
Inleiding – algemeen kader cursus (GEEN EXAMENVRAGEN HIEROVER, niet vanbuiten)
- Leren en onderwijzen: 3 te onderscheiden maar niet te scheiden niveau’s
o Micro
o Meso
o Macro
- Inleiding: maatschappelijke inbedding van lezen en onderwijzen
o Kennisexplosie en verouderde kennis
o Informatisering en technologisering
o Globalisering, internationalisering, mondialisering
o Levenslang en levensbreed leren
o Competentiegericht leren
o Multimediale maatschappij en beeldcultuur
Inleiding – aandacht door lezen
- Onderwijsgevende (leerresultaten nastreven)
o Ontwerpen
o Implementeren
o Evalueren
= onderwijsleeromgeving
- Leerprocessen en leerresultaten (competenties die beklijvend zijn en getransformeerd worden en
spontaan en passend gebruikt worden
- Doel onderwijs = leren ondersteunen → belang van inzicht in ‘leren’
BASIS – LEREN (DEEL 1)
Visies op cognitie, leren en onderwijzen
4 visies
- Associationisme / Behaviouristische visie
- Informatieverwerkingsbenadering / Cognitieve visie
- Constructivistische visie
- Situated cognition / Socioconstructivistische visie
1. Associationisme / Behaviouristische visie
- Invloedrijke benadering 20ste eeuw - ook vandaag nog
- Leren = blijvende verandering in het gedrag als gevolg van een reactie van de lerende op
gebeurtenissen in de omgeving
- Stimulus → (black box) → Respons
o Kijken niet naar wat er in het hoofd gebeurd (denkactiviteit)
o Om het even wie/wat waar leert
- Assumpties
o Geen bewuste denkactiviteit van het individu
o Unitatistische of unieke-leerproces theorieën
- 2 verschillende theorieën over S-R koppeling (leerresultaat is zelfde, wel andere methode)
1. Klassieke conditionering
- Nieuwe S-R associaties aanleren door nieuwe stimulus te koppelen aan andere stimulus
- Pavlov: speekselproductie bij hond wanneer deze een bel hoort
, - UCS (ongeconditioneerde stimulus) → UCR (ongeconditioneerde reactie)
- Andere stimuli conditioneren voor zelfde reactie bij dat gedrag
- Geconditionereerde en ongeconditioneerde stimulus samen aan bieden
- Voorbeeld
o Watson hard signaal en konijn samen aanbieden
o Luide knal wegdoen zal deze reactie uitdoven (= extinctie)
o Angst transfer naar dieren gelijkend op een konijn
2. Operante conditionering
- nieuwe S-R associaties aanleren door bekrachtigen van gedrag
- Skinner: gedrag bekrachtigen door positieve toe te voegen of negatieve weg te doen
o Ex. Goed meewerken in de klas = geen huiswerk
Toegepast op het schoolse leren: door Thorndike
= behaviorisme vertaalt naar het onderwijs
- Law of exercise: we learn by doing, we forget by not doing
o Law of use and law of dis-use
o Oefenen om een beoogde gedrag te stimuleren
- Law of effect: strength of connection in relation to reward
o Hoe sterker de beloning, hoe sneller en steviger de associatie wordt versterkt
- Heeft geleid tot:
o Duidelijk en gedragsmatige omschrijving van doelen (die we kunnen observeren)
Bv. kennen van de maaltafel 5
o Opsplitsing in deelvaardigheden
Bv. Welke stappen om tafel van 5 te bereiken
o Bekrachtiging van correcte antwoorden
Beloning in het onderwijs
o Herhaaldelijk aanbieden van leermateriaal
Oefenen om associaties te leggen en onderhouden
o Variatie in taakmateriaal en omgeving
Leren veralgemenen
In en buiten het onderwijs: bv. verkeerde slaapgewoontes worden aangeleerd bij baby’s
2. Informatieverwerkingsbenadering / cognitieve visie
Cognitieve benadering (als kritiek op het behaviorisme)
- Mens als informatie verwerkend systeem (wat er tussen stimulus en respons gebeurd
- Aandacht voor interne, mentale processen
- Aanleiding voor onder andere de gestaltpsychologie
Cybernetica Gestaltpsychologie Piaget
- Opslag, transmissie en - Geheugen als georganiseerd systeem met - Cognitieve
bewerking van informatie betekenisvolle associatie ontwikkeling
(cf. computer) - Denken en probleemoplossen zijn
doelgerichte zoekprocessen
Informatie verwerkend model: 3 soorten geheugens (verwerken in verschillende stappen) → p.7 leren
- Zintuigelijk of sensorisch geheugen (visueel, horen, zien)
o Zeer groot
o Erg korte bewaartijd (3-tal seconden)
o Niet allemaal bijhouden en verwerken
, - Kortetermijn- of werkgeheugen
o Beperkt in tijd (< 1’ tot 30’)
o Beperkt in hoeveelheid: 7 +/- 2 items (maar vergroten door “chunking”/ groeperen)
o Vb. quiz, onthouden van reeksen of telefoonnummers
o Werkgeheugen: 3 subsystemen
Central executive
Fonologische lus: auditief: herhalen in hoofd
Slave systems
Visuospatieel kladblok: visualiseren
- Langetermijn- of permanent geheugen
o Onbeperkt in tijd → “permanent”, maar vervagen of vergeten van informatie
Omgekeerd bij beschadiging of aftakeling van de hersenen (bv. dimensie)
o Onbeperkt in hoeveelheid
o 2 soorten van kennis
Declaratieve kennis (geheugen): “weten dat”, expliciet aanwezig (expliciet geheugen)
Iets dat je verbaal kan verwoorden
Semantisch geheugen: begrippen, relaties
Episodisch/autobiografisch geheugen: persoonlijke kennis en gebeurtenissen
Verschillende systemen gebruikt om deze kennis weer te geven
o Propositioneel netwerk: algemene kennis en kennis over begrippen en
relatie in semantische geheugen te representeren
(bv. appel → fruit → opeten → voedzaam) als de specifieke
informatie in het episodische geheugen
o Schematheorieën: cognitieve schema’s obv hun declaratieve kennis
over een begrip verfijnen en in verband brengen
Nieuwe informatie inpassen in deze schema’s
Procedurele kennis: “weten hoe”, impliciet, niet bewust van dat je deze hebt
Tacit knowledge: kennis die je niet kan verwoorden
o Bv. lezen, fietsen
o Algemene vaardigheden: probleemoplossen, leren
Production (rule) systems: computerprogramma’s bestaande uit een
werkgeheugen en een verzameling van productieregels
o Niet enkel geheugen, ook redeneren en probleemoplossen
Aanvankelijk complexe puzzels een vraagstukken
Later ook semantisch rijkere en onderwijsrelevante problemen
Ex. Missionarissen- en kanibalen probleem, Toren van Hanoi
Hoe onderzoeken? Beschrijving van interne processen en cognitieve structuren
Hardopdenk-protocollen (verbale protocollen)
Reactietijden: tijd tussen de aanbieding van de opgave/probleem en het
moment waarop het antwoord wordt gegeven
Oogbewegingen: duur en locatie van de opeenvolgende fixaties
Recent: onderzoek naar hersenfuncties
Neuroimaging
o EEG
o fMRI
Hersenactiviteit van gezonde proefpersonen die bepaalde geheugentaken
uitvoeren in kaart te brengen
o WG en LTG corresponderen met bepaalde gebieden