Geesteswetenschappelijk stromingen en pedagogisch tact
Wetenschappelijk onderzoek: zorgvuldige/heldere uitspraak over werkelijkheid.
Pedagogisch handelen:
1. Reflectie on action: oriënteren → plannen → uitvoeren → evalueren → bijstellen
2. Reflectie in action: op uitvoeren, stil weten en pedagogische tact
Pedagogische tact: belichaamd weten, eigen binnenwereld en afstemming met
zichzelf en kind als persoon.
Twee dominante stromingen: geesteswetenschappelijk en empirisch-analytisch.
Geesteswetenschappelijk: nadruk op uniciteit en individualiteit van kind.
Benaderen kind als subject en doen onderzoek naar werkelijkheid.
Doel: opvoeding als betekenisgeving tot versterken en verdiepen.
Filosoof: Langeveld.
3 verschillende methoden: hermeneutiek, dialectiek, fenomenologie:
1. Hermeneutiek: interpreteren (systematisch volgens regels/methoden)
2. Dialectiek: tegenstrijd verzoenen (op hoger plan van begrip brengen)
3. Fenomenologie: los van oordelen, belevingswereld, reductie (tot kern)
Empirisch-analytisch: nadruk op empirisch, kwantitatief onderzoek met
statische onderbouwing. Wat is waarneembaar? Op zoek naar zekere weten.
Veronderstelling: natuurwetenschappen als model, mens, gedrag en
ontwikkeling is (gedeeltelijk) vergelijkbaar.
Doel: weten wat werkt, effectiviteit verbeteren
Psycholoog: de Groot
Arendt: opvoeding doet appèl, dat vraagt om antwoord → geboorte
- eerste nataliteit; ter wereld komen
- tweede nataliteit; politieke geboorte (object) (verantwoordelijke op wereld). De
ouders is hier bezig in opvoeding.
Wat is wenselijk, wat reik je aan; kind als subject
Geesteswetenschappelijk Empirisch analytisch
Focus werkelijkheid Binnenkant (de geest) Buitenkant (statistieken)
Kennis over opvoeden Stille weten tot begrijpen Zekere weten tot
verklaren en voorspellen
Methodiek Hermeneutiek en Gekwantificeerde en
fenomenologie verklaarde methodes
Relatie wetenschappelijk Bekrachtigen en Verbeteren effectiviteit
pedagoog tot praktijk verhelderen