Bestuursprocesrecht periode 4
Hoofdstuk 1
Bestuursprocesrecht: geheel van procedureregels in verband met de rechtsbescherming
tegen besluiten van bestuursorganen → formeel recht (handhavingsrecht).
Bestuursprocesrecht in brede zin:
- Besluitvorming door bestuursorgaan;
- De rechtsbescherming tegen die besluiten;
- De oordeelsvorming door de rechter.
Soorten voorprocedures:
1. Bezwaar.
- Toets rechtmatigheid (ex nunc: naar het huidige moment).
- Wordt ingediend bij het bestuursorgaan dat het besluit zelf genomen heeft.
- Rechter toets ex tunc: op het moment dat het werd genomen
2. Administratief beroep.
- Toets recht- en doelmatigheid (ex nunc: naar het huidige moment).
- Ander bestuursorgaan oordeelt over de zaak en neemt een besluit.
Doelen voorprocedures:
- Rechtsbescherming belanghebbenden;
- Verduidelijking standpunten;
- Opheldering misverstanden;
- Herstellen fouten.
→ Zeeffunctie:
- Voorkoming onnodig beroep.
- Goed uitgekristalliseerd besluit voorleggen aan rechter.
Reformatio in peius: in beginsel wordt voorkomen dat degene die opkomt tegen het besluit
van een bestuursorgaan door zijn actie nadeliger uit zal zijn.
Bestuursrechtspraak in 2 instanties: beroep en hoger beroep.
Beroep (artikel 8:6 Awb): rechtbank bevoegd (sector bestuursrecht), tenzij een van de
andere bestuursrechters bevoegd is.
Hoger beroep (artikel 8:105 Awb): afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State bevoegd,
tenzij een van de andere bestuursrechters bevoegd is.
,Hoofdstuk 2
Besluit (art. 1:3 lid 1 Awb): een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende
een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Criteria besluit:
1. Er is een beslissing;
2. genomen door een bestuursorgaan (art. 1:1 Awb);
3. die op schrift is gesteld (elektronisch mag ook);
4. gericht op een rechtsgevolg;
5. en publiekrechtelijk van aard is.
Fictief besluit (art. 6:2 sub a Awb):
- Schriftelijke weigering om een besluit te nemen.
- Niet tijdig nemen van een besluit.
Soorten besluiten:
1. Besluiten van algemene strekking (voor onbepaald aantal personen).
- Algemeen verbindende voorschriften.
- Beleidsregels.
- Plannen.
- Overige besluiten van algemene strekking.
2. Beschikking (voor bepaald persoon / aantal personen).
Een bestuursorgaan kan een besluit ambtshalve (= eigen initiatief) of op aanvraag nemen.
Aanvraag (art. 1:3 lid 3 Awb): een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen.
Belanghebbende (art. 1:2 lid 1 Awb): degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken.
Soorten belanghebbenden:
1. Geadresseerde: degene tot wie het besluit zich richt.
Voorbeeld: meneer Jansen die een dakkapel wil bouwen.
2. Derde-belanghebbende: degene voor wie het besluit gevolgen heeft → OPERA.
Voorbeeld: buurman meneer Jansen.
Voorwaarden aanvraag = schriftelijk indienen.
→ Art. 4:1 & 4:2 Awb.
Aanvraag kan ook via de elektronische weg → voorwaarden staan in afdeling 2.3 Awb.
Beoordeling van de aanvraag → voldaan aan formele vereisten van afdeling 4.1.1 en 2.3
Awb.
Indien niet voldaan is aan de vereisten kan het bestuursorgaan de aanvraag weigeren
(art. 4:5 Awb). Mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door
het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.
, Bestuursorganen moeten algemene beginselen van behoorlijk bestuur (ABBB) in acht
nemen bij de totstandkoming van besluiten.
- Art. 3:2 Awb: zorgvuldige voorbereiding;
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis
omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
- Art. 4:7 en 4:8 Awb: hoorplicht.
- Art. 4:9 Awb: mondeling of schriftelijk.
- Art. 4:11 en 4:12 Awb: uitzondering hoorplicht.
- Afdeling 3.4 Awb: Uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
Afdeling 4.1.3. beslistermijn:
- Art. 4:13 Awb: beslistermijn (redelijke termijn = 6 weken).
- Art. 4:14 Awb: vertraging beslistermijn.
- Art. 4:15 Awb: opschorting beslistermijn.
- Art. 4:17 Awb: bij niet-nakoming kan er een dwangsom worden opgelegd.
Hoofdstuk 1
Bestuursprocesrecht: geheel van procedureregels in verband met de rechtsbescherming
tegen besluiten van bestuursorganen → formeel recht (handhavingsrecht).
Bestuursprocesrecht in brede zin:
- Besluitvorming door bestuursorgaan;
- De rechtsbescherming tegen die besluiten;
- De oordeelsvorming door de rechter.
Soorten voorprocedures:
1. Bezwaar.
- Toets rechtmatigheid (ex nunc: naar het huidige moment).
- Wordt ingediend bij het bestuursorgaan dat het besluit zelf genomen heeft.
- Rechter toets ex tunc: op het moment dat het werd genomen
2. Administratief beroep.
- Toets recht- en doelmatigheid (ex nunc: naar het huidige moment).
- Ander bestuursorgaan oordeelt over de zaak en neemt een besluit.
Doelen voorprocedures:
- Rechtsbescherming belanghebbenden;
- Verduidelijking standpunten;
- Opheldering misverstanden;
- Herstellen fouten.
→ Zeeffunctie:
- Voorkoming onnodig beroep.
- Goed uitgekristalliseerd besluit voorleggen aan rechter.
Reformatio in peius: in beginsel wordt voorkomen dat degene die opkomt tegen het besluit
van een bestuursorgaan door zijn actie nadeliger uit zal zijn.
Bestuursrechtspraak in 2 instanties: beroep en hoger beroep.
Beroep (artikel 8:6 Awb): rechtbank bevoegd (sector bestuursrecht), tenzij een van de
andere bestuursrechters bevoegd is.
Hoger beroep (artikel 8:105 Awb): afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State bevoegd,
tenzij een van de andere bestuursrechters bevoegd is.
,Hoofdstuk 2
Besluit (art. 1:3 lid 1 Awb): een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende
een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Criteria besluit:
1. Er is een beslissing;
2. genomen door een bestuursorgaan (art. 1:1 Awb);
3. die op schrift is gesteld (elektronisch mag ook);
4. gericht op een rechtsgevolg;
5. en publiekrechtelijk van aard is.
Fictief besluit (art. 6:2 sub a Awb):
- Schriftelijke weigering om een besluit te nemen.
- Niet tijdig nemen van een besluit.
Soorten besluiten:
1. Besluiten van algemene strekking (voor onbepaald aantal personen).
- Algemeen verbindende voorschriften.
- Beleidsregels.
- Plannen.
- Overige besluiten van algemene strekking.
2. Beschikking (voor bepaald persoon / aantal personen).
Een bestuursorgaan kan een besluit ambtshalve (= eigen initiatief) of op aanvraag nemen.
Aanvraag (art. 1:3 lid 3 Awb): een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen.
Belanghebbende (art. 1:2 lid 1 Awb): degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken.
Soorten belanghebbenden:
1. Geadresseerde: degene tot wie het besluit zich richt.
Voorbeeld: meneer Jansen die een dakkapel wil bouwen.
2. Derde-belanghebbende: degene voor wie het besluit gevolgen heeft → OPERA.
Voorbeeld: buurman meneer Jansen.
Voorwaarden aanvraag = schriftelijk indienen.
→ Art. 4:1 & 4:2 Awb.
Aanvraag kan ook via de elektronische weg → voorwaarden staan in afdeling 2.3 Awb.
Beoordeling van de aanvraag → voldaan aan formele vereisten van afdeling 4.1.1 en 2.3
Awb.
Indien niet voldaan is aan de vereisten kan het bestuursorgaan de aanvraag weigeren
(art. 4:5 Awb). Mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door
het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.
, Bestuursorganen moeten algemene beginselen van behoorlijk bestuur (ABBB) in acht
nemen bij de totstandkoming van besluiten.
- Art. 3:2 Awb: zorgvuldige voorbereiding;
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis
omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
- Art. 4:7 en 4:8 Awb: hoorplicht.
- Art. 4:9 Awb: mondeling of schriftelijk.
- Art. 4:11 en 4:12 Awb: uitzondering hoorplicht.
- Afdeling 3.4 Awb: Uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
Afdeling 4.1.3. beslistermijn:
- Art. 4:13 Awb: beslistermijn (redelijke termijn = 6 weken).
- Art. 4:14 Awb: vertraging beslistermijn.
- Art. 4:15 Awb: opschorting beslistermijn.
- Art. 4:17 Awb: bij niet-nakoming kan er een dwangsom worden opgelegd.