,Ontwikkelingspsychologie II hoofdstuk 1: lichamelijke en cognitieve ontwikkeling tijdens de
vroege volwassenheid
Deel 1: jongvolwassenheid
1.1 lichamelijke ontwikkeling
1.1.1 lichamelijke ontwikkeling, fitheid en gezondheid
In de meeste opzichten zijn de lichamelijke ontwikkeling en rijping aan het begin van de
vroege volwassenheid (rond 20e) voltooid
→ de meeste mensen zijn dan op het hoogtepunt van hun lichamelijke mogelijkheden
Door veroudering worden deze leeftijdgebonden veranderingen pas op latere leeftijd
zichtbaar
=de natuurlijke lichamelijke achteruitgang die wordt veroorzaakt door het ouder worden
Sommige mensen groeien na hun 20ste nog steeds door
→ hersenen blijven bijvoorbeeld in omvang en gewicht doorgroeien
Ook loopt grijze massa en de myelinisering door
=vettige stof die op veel plaatsen in het zenuwstelsel het axon omhult
→ het zorgt ervoor dat zenuwimpulsen sneller worden doorgestuurd
De zintuigen zijn tijdens deze periode ook zeer gevoelig
1.1.2 motoriek, fitheid en welzijn: gezond blijven
De lichamelijke topvorm die kenmerkend is voor de vroege volwassenheid ontstaat niet
vanzelf en niet bij iedereen
→ we moeten dan veel bewegen en gezond eten
Sportbeoefening is gekoppeld aan:
• Sociaal economische status (SES)
→ mensen met een lagere SES hebben vaak minder tijd of geld om regelmatig te
kunnen sporten
• Sociale factoren
→ hoe hoger de opleiding van de ouders is, hoe hoger het gezinsinkomen is, hoe
groter de kans is dat jongeren sporten
Advies Nederlandse Gezondheidsraad: doe minstent 150 min per week aan matig
intensieve inspanning, zoals wandelen en fietsen verspreid over diverse dagen.
→ langer/vaker intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel
Voordelen regelmatige lichaamsbeweging:
• Het verbetert de conditie van de cardiovasculaire systeem, wat betekent dat hart-
en bloedvaten efficiënter gaan werken
• Longcapaciteit neemt toe, wat uithoudingsvermogen groter maakt
• Spieren worden steker en lichaam wordt soepeler en wendbaarder
• Lichaamsbeweging in deze fase is goede bescherming tegen osteoporose
(botontkalking) op latere leeftijd
• Stimuleert immuunsysteem
• Helpt bij het verminderen van stress, angst en daarmee depressie
,De gezondheidsrisico’s tijdens de vroege volwassenheid zijn redelijk klein
Keuzes in levensstijl (gebruik van alcohol, tabak, drugs of onveilig vrijen) kunnen leiden tot
secundaire veroudering
=lichamelijke aftakeling die veroorzaakt wordt door omgevingsfactoren of individueel
gedrag
1.1.3 eten, voeding en overgewicht: een zwaarwegende zorg
De meeste jongvolwassenen weten welke voedingsmiddelen gezond zijn en hoe een
uitgebalanceerd dieet eruit ziet; ze hebben alleen geen zin om zich daaraan te houden
Voedingscentrum promoot ‘de schijf van 5’
Vlaams instituut Gezond Leven promoot ‘de voedingsdriehoek’
, Er worden 3 richtlijnen geformuleerd om gezond te eten:
• Eet in verhouding meer voeding van plantaardige dan van dierlijke oorsprong
• Geef de voorkeur aan weinig of niet-bewerkte voeding en eet zo weinig mogelijk
ultrabewerkte voeding
• Vermijd overconsumptie en voedselverspilling
Tijdens de adolescentie levert een slecht dieet niet altijd direct problemen op
→ tieners kunnen heel wat vet en ongezond eten eten, omdat ze zoveel groeien
Dit verandert echer in de jongvolwassenheid
Voedingscentrum: overgewicht is BMI van 25 tot 29,9
→ Er is sprake van obesitas bij een BMI van 30 of hoger
Hoe ouder de leeftijdsgroep is, hoe meer mensen aan overgewicht lijden
Dieet bij jongvolwassenen is van belang; ze slagen er minder vaak in om slechte
eetgewoontes te veranderen
Anorexia nervosa spreken we van als je geobsedeerd bent door alles met je gewicht
→ vooral onder de vrouwen
In DSM-5 wordt anorexia gekarakteriseerd door een laag lichaamsgewicht en een
verstoord lichaamsbeeld
2 typen:
• Beperkende type: iemand heeft tijdens episode geen vreetbuien of laxeert
• Purgurende type: iemand heeft tijdens episode geregeld vreetbuien of purgeert
1.1.4 lichamelijke beperkingen: omgaan met een handicap
Personen met een handicap= elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een
persoon dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale,
psychische, lichamelijke of zintuigelijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten
en persoonlijke/externe factoren (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap).
Ondanks alle wetgevingen en voorzieningen worden mensen met een handicap nog
steeds belemmerd in hun streven naar een bevredigend leven
b.v. fysiek: moeilijke toegang in gebouwen met rolstoel
niet-fysiek: vooroordelen en discriminatie
1.1.5 stress en coping: omgaan met de uitdagingen van het leven
Stress= de lichamelijke en emotionele reactie op gebeurtenissen die ons bedreigen of
uitdagen
Stressoren= gebeurtenissen of omstandigheden die een bedreiging kunnen vormen voor
ons welzijn
→ hoe goed iemand met stress om kan gaan (coping) is afhankelijk van lichamelijke en
psychologische factoren
Psychoneuro-immunologie (PNI)= onderzoek naar de relatie tussen de hersenen, het
immuunsysteem en de psychologische factoren
→ deze onderzoekers hebben ontdekt dat stress verschillende gevolgen kan hebben