Nectar Biologie Samenvatting H3
VWO 4
3.1:
Controle-experiment/Blanco: Een experiment waarbij je onderzoekt of een andere factor jouw
onderzoek niet verandert, dus een onderzoek op jouw onderzoek.
Afhankelijke variabele: Wat de onderzoek meet of registreert als resultaat van die factor die in het
experiment varieert. Dit hangt af van de onderzoeker
Onafhankelijke variabele: Geen resultaat, maar je gaat de voorspelling baseren. Hangt niet af.
Een goed verslag is herhaalbaar en controleerbaar. Andere kunnen de resultaten gebruiken als
uitgangspunt voor hun vervolgonderzoek
Wetenschappelijke tijdschriften: Hierin staan vaak de nieuwe onderzoeken en experimenten in
beschreven.
Opzet van een verslag:
Eenduidige onderzoeksvraag: Wat wil je precies onderzoeken? En dan is precies heel belangrijk.
Hypothese: en verwacht antwoord op je onderzoeksvraag.
Methode & Materialen: De gebruikte materialen en een exacte beschrijving hoe je de proef hebt
uitgevoerd.
Resultaten: Hierin vermeld je alleen de waarneming, oftewel je vermeldt alles wat je gezien en
gemeten hebt.
Conclusie: Wat is het antwoord op je onderzoeksvraag? Was de hypothese juist of niet? Licht dit toe.
Discussie: Wat is er fout gegaan bij de uitvoering? Hoe heb je dat opgelost of hoe zou het experiment
nog verbeterd kunnen worden? Welke ideeën voor vervolgonderzoek komen in je op?
Foutmarge: Ook wel de meetnauwkeurigheid genoemd. Dus hoeveel je mag verschillen van om de
proef niet te beïnvloeden.
3.2:
Plaag: Gebeurtenis waar veel mensen veel last van hebben, meestal veroorzaakt door kleine dieren.
Je Hebt meerdere manieren om dit tegen te gaan door bijvoorbeeld de ganzen te tellen enz.
Kwantitatief onderzoek: Kwantitatief onderzoek probeert feiten te achterhalen, kwalitatief
onderzoek is meer beschrijvend. Dit doen ze door te tellen, wegen en meten.
Kwalitatief onderzoek: Je onderzoekt iets zonder te tellen, wegen of te meten. Het gaat om
vaststellen of iets aanwezig is of niet, zoals aantoning van zetmeel.
Indicatoren: Wat je gebruikt als aanwijzing voor de aanwezigheid van iets anders.
Schaalaanduiding: Dan moet er een schaal b ij staan, dit moet bij microscopische foto’s.
VWO 4
3.1:
Controle-experiment/Blanco: Een experiment waarbij je onderzoekt of een andere factor jouw
onderzoek niet verandert, dus een onderzoek op jouw onderzoek.
Afhankelijke variabele: Wat de onderzoek meet of registreert als resultaat van die factor die in het
experiment varieert. Dit hangt af van de onderzoeker
Onafhankelijke variabele: Geen resultaat, maar je gaat de voorspelling baseren. Hangt niet af.
Een goed verslag is herhaalbaar en controleerbaar. Andere kunnen de resultaten gebruiken als
uitgangspunt voor hun vervolgonderzoek
Wetenschappelijke tijdschriften: Hierin staan vaak de nieuwe onderzoeken en experimenten in
beschreven.
Opzet van een verslag:
Eenduidige onderzoeksvraag: Wat wil je precies onderzoeken? En dan is precies heel belangrijk.
Hypothese: en verwacht antwoord op je onderzoeksvraag.
Methode & Materialen: De gebruikte materialen en een exacte beschrijving hoe je de proef hebt
uitgevoerd.
Resultaten: Hierin vermeld je alleen de waarneming, oftewel je vermeldt alles wat je gezien en
gemeten hebt.
Conclusie: Wat is het antwoord op je onderzoeksvraag? Was de hypothese juist of niet? Licht dit toe.
Discussie: Wat is er fout gegaan bij de uitvoering? Hoe heb je dat opgelost of hoe zou het experiment
nog verbeterd kunnen worden? Welke ideeën voor vervolgonderzoek komen in je op?
Foutmarge: Ook wel de meetnauwkeurigheid genoemd. Dus hoeveel je mag verschillen van om de
proef niet te beïnvloeden.
3.2:
Plaag: Gebeurtenis waar veel mensen veel last van hebben, meestal veroorzaakt door kleine dieren.
Je Hebt meerdere manieren om dit tegen te gaan door bijvoorbeeld de ganzen te tellen enz.
Kwantitatief onderzoek: Kwantitatief onderzoek probeert feiten te achterhalen, kwalitatief
onderzoek is meer beschrijvend. Dit doen ze door te tellen, wegen en meten.
Kwalitatief onderzoek: Je onderzoekt iets zonder te tellen, wegen of te meten. Het gaat om
vaststellen of iets aanwezig is of niet, zoals aantoning van zetmeel.
Indicatoren: Wat je gebruikt als aanwijzing voor de aanwezigheid van iets anders.
Schaalaanduiding: Dan moet er een schaal b ij staan, dit moet bij microscopische foto’s.