Statistiek
Onderzoek
Fasen in een onderzoek
Definitiefase
Er vind een oriëntatie plaats op het onderzochte probleem. Wat is de aanleiding,
waarover gaat het onderzoek, wat is de probleemstelling en wat is het doel van
het onderzoek?
Ontwerpfase
Het bedenken en uitwerken van het onderzoek. Op welke manier ga je informatie
verkrijgen, wat voor soort onderzoek is het precies, op welke manier wordt het
onderzoek uitgevoerd, wie is er bij betrokken?
Beschrijvend onderzoek
Begint vaak met een woord zoals ‘hoeveel’.
Bv. ‘Hoeveel mannelijk/vrouwelijke studenten zijn er?’ ‘Hoeveel kot- en niet-
kotstudenten zijn er?’
Toetsend onderzoek
Er is al een theorie of aanname over mogelijke verbanden tussen de variabelen.
Deze hypothesen of beweringen worden gecontroleerd door het onderzoek.
Bv. ‘De wet van Lambert Beer zegt dat absorbantie bij een spectrofotometrische
meting recht evenredig is met de concentratie. In het labo verifiëren we dit door
gekleurde oplossingen met verschillende concentraties aan te maken en de
absorbanties ervan te meten.’
Exploratief onderzoek
Wanneer een theorie nog niet bekend is. De hypothesen ontbreken. Het
onderzoek is gericht op het formuleren of ontwikkelen van een theorie of
hypothesen.
- Experiment
▪ Je kan zelf de onafhankelijke variabele kiezen om te kijken wat het effect
is op de afhankelijke variabele. Je kan een hypothese toetsen of theorie of
hypothese opstellen.
- Enquête
▪ Probeert zoveel mogelijk informatie te vergaren over allerlei verschillende
eigenschappen.
Steekproeven
= Een experiment op een bepaalde populatie afnemen
Populatie = wie wordt er ondervraagd?
- Selectie met randomgetallen
▪ De populatie is volledig willekeurig.
▪ Nadeel:
Sommige dagen kunnen niet aanbod komen
Organiseren is niet makkelijk
1
, - Gestratifieerde steekproefname
▪ De populatie wordt in deelgroepen (= strata) ingedeeld. Op een aselecte
manier wordt de steekproef afgenomen.
▪ Nadeel:
Sommige systematische variaties worden niet opgemerkt
Non-respons: mensen die enquêtes moeten invullen dit niet doen
- Getrapte steekproefname
▪ Populatie wordt in subpopulaties ingedeeld. Deze worden dan ook
willekeurig nog in kleinere subpopulaties ingedeeld en zo verder.
- Systematische steekproefname
▪ Elementen worden op een systematische manier uit de populatie
genomen. Er worden dus bij elke populatie min of meer evenveel
elementen overgeslagen.
Uitvoeringsfase
Het verzamelen, meten, registreren van informatie.
Nominaal niveau
Onderscheid tussen de scoremogelijkheden.
Vb. geslacht, burgerlijke staat, haarkleur…
Ordinaal niveau
Verschillende scoringsmogelijkheden en ordening. Dus een ‘onderscheid’ en een
‘volgorde’.
Vb. ‘Heel tevreden – Tevreden – Neutraal – Ontevreden – Heel ontevreden’
Interval niveau
Verschillende scoringsmogelijkheden, een ordening en een gelijke verschillende.
Een variabele heeft een willekeurig gekozen nulpunt.
Vb. middennacht (0u00), geboorte van Christus, T in °C
Rationiveau
Verschillende scoringsmogelijkheden, een ordening en gelijke verhoudingen.
Vb. gewicht, lengte, leeftijd
Verwerkingsfase
De gevonden gegevens worden gecombineerd. Je gaat verbanden na, trekt
conclusies en probeert het probleem uit de definitiefase op te lossen.
Kwalitatief
De eigenschappen worden in woorden weergegeven. Dit is bij variabele op het
nominaal en het ordinaal niveau.
Kwantitatief
De eigenschappen zijn getalsmatig. Zoals bij het interval of rationivieau
2
Onderzoek
Fasen in een onderzoek
Definitiefase
Er vind een oriëntatie plaats op het onderzochte probleem. Wat is de aanleiding,
waarover gaat het onderzoek, wat is de probleemstelling en wat is het doel van
het onderzoek?
Ontwerpfase
Het bedenken en uitwerken van het onderzoek. Op welke manier ga je informatie
verkrijgen, wat voor soort onderzoek is het precies, op welke manier wordt het
onderzoek uitgevoerd, wie is er bij betrokken?
Beschrijvend onderzoek
Begint vaak met een woord zoals ‘hoeveel’.
Bv. ‘Hoeveel mannelijk/vrouwelijke studenten zijn er?’ ‘Hoeveel kot- en niet-
kotstudenten zijn er?’
Toetsend onderzoek
Er is al een theorie of aanname over mogelijke verbanden tussen de variabelen.
Deze hypothesen of beweringen worden gecontroleerd door het onderzoek.
Bv. ‘De wet van Lambert Beer zegt dat absorbantie bij een spectrofotometrische
meting recht evenredig is met de concentratie. In het labo verifiëren we dit door
gekleurde oplossingen met verschillende concentraties aan te maken en de
absorbanties ervan te meten.’
Exploratief onderzoek
Wanneer een theorie nog niet bekend is. De hypothesen ontbreken. Het
onderzoek is gericht op het formuleren of ontwikkelen van een theorie of
hypothesen.
- Experiment
▪ Je kan zelf de onafhankelijke variabele kiezen om te kijken wat het effect
is op de afhankelijke variabele. Je kan een hypothese toetsen of theorie of
hypothese opstellen.
- Enquête
▪ Probeert zoveel mogelijk informatie te vergaren over allerlei verschillende
eigenschappen.
Steekproeven
= Een experiment op een bepaalde populatie afnemen
Populatie = wie wordt er ondervraagd?
- Selectie met randomgetallen
▪ De populatie is volledig willekeurig.
▪ Nadeel:
Sommige dagen kunnen niet aanbod komen
Organiseren is niet makkelijk
1
, - Gestratifieerde steekproefname
▪ De populatie wordt in deelgroepen (= strata) ingedeeld. Op een aselecte
manier wordt de steekproef afgenomen.
▪ Nadeel:
Sommige systematische variaties worden niet opgemerkt
Non-respons: mensen die enquêtes moeten invullen dit niet doen
- Getrapte steekproefname
▪ Populatie wordt in subpopulaties ingedeeld. Deze worden dan ook
willekeurig nog in kleinere subpopulaties ingedeeld en zo verder.
- Systematische steekproefname
▪ Elementen worden op een systematische manier uit de populatie
genomen. Er worden dus bij elke populatie min of meer evenveel
elementen overgeslagen.
Uitvoeringsfase
Het verzamelen, meten, registreren van informatie.
Nominaal niveau
Onderscheid tussen de scoremogelijkheden.
Vb. geslacht, burgerlijke staat, haarkleur…
Ordinaal niveau
Verschillende scoringsmogelijkheden en ordening. Dus een ‘onderscheid’ en een
‘volgorde’.
Vb. ‘Heel tevreden – Tevreden – Neutraal – Ontevreden – Heel ontevreden’
Interval niveau
Verschillende scoringsmogelijkheden, een ordening en een gelijke verschillende.
Een variabele heeft een willekeurig gekozen nulpunt.
Vb. middennacht (0u00), geboorte van Christus, T in °C
Rationiveau
Verschillende scoringsmogelijkheden, een ordening en gelijke verhoudingen.
Vb. gewicht, lengte, leeftijd
Verwerkingsfase
De gevonden gegevens worden gecombineerd. Je gaat verbanden na, trekt
conclusies en probeert het probleem uit de definitiefase op te lossen.
Kwalitatief
De eigenschappen worden in woorden weergegeven. Dit is bij variabele op het
nominaal en het ordinaal niveau.
Kwantitatief
De eigenschappen zijn getalsmatig. Zoals bij het interval of rationivieau
2