Inclusie
“Inclusie= Inclusie betekent de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op
basis van gelijkwaardige rechten en plichten. Inclusie wordt gebruikt in het discours rond
allochtonen, kansarmen, en mensen met een functiebeperking. Het is een belangrijk topic in
de hulpverlening, naast het recht op arbeid, empowerment en positieve actie. Inclusie staat
voor gelijkwaardigheid en volwaardig burgerschap en wil een samenleving creëren zonder
drempels en dit voor mensen met een functiebeperking, voor etnisch culturele
minderheden, voor kortgeschoolden, voor armen enz. De verantwoordelijkheid tot
‘aanpassing’ ligt niet bij een sociaal achtergestelde groep, zoals bij integratie. Het is de
maatschappij die zich aanpast en diversiteit als een meerwaarde ziet. Hindernissen voor
sociale participatie worden verwijderd, zodat iedereen naar eigen vermogen kan deelnemen
aan het maatschappelijk leven.”
Inclusieve maatschappij= een maatschappij waarin mensen met verschillende
geloofsovertuigingen (of geen geloof), tegengestelde ideologieën, uit verschillende klassen
of sociale groepen met diverse seksuele oriëntaties, kunde of beperkingen, zich ingesloten
voelen.
Verschillende vormen van sociale stratificatie (het indelen van groepen mensen in de
maatschappelijke lagen) zoals klasse, gender, seksuele geaardheid, leeftijd, handicap en
geslacht staan niet los van elkaar maar zijn integendeel op een complexe manier met elkaar
verweven.
In plaats van een categoriaal beleid te voeren binnen bijvoorbeeld het domein onderwijs- en
dus aparte scholen op te richten voor nieuwkomers of allochtonen of personen met een
handicap- is het de verantwoordelijkheid van het onderwijsbeleid om het onderwijs
toegankelijk te maken voor alle doelgroepen.
Model van de Verenigde Naties voor inclusie
- Uitsluiting (exclusion)
- Segregatie (separation)
- Integratie (integration)
- Inclusie (inclusion)
Drie ideaaltypen van verzorgingsstaat
- Liberale verzorgingsstaat: de markt staat centraal: verantwoordelijk voor welzijn en
zorg liggen bij individuele burger (VS en VK)
- Sociaaldemocratische verzorgingsstaat: doel van inzet middelen is het verminderen
van sociale verschillen: nadruk op gelijkheid van toegang tot voorzieningen (Zweden)
- Corporatistische verzorgingsstaat: particuliere initiatief een belangrijk rol speelt.
Naastenliefde en gezin neemt belangrijke plek in (Duitsland)
Uitsluiting: In het kader van in- en exclusie betekent het dat mensen helemaal aan de rand
van de samenleving terecht komen en er ook nauwelijks nog contact mee lijken te hebben.
“Inclusie= Inclusie betekent de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op
basis van gelijkwaardige rechten en plichten. Inclusie wordt gebruikt in het discours rond
allochtonen, kansarmen, en mensen met een functiebeperking. Het is een belangrijk topic in
de hulpverlening, naast het recht op arbeid, empowerment en positieve actie. Inclusie staat
voor gelijkwaardigheid en volwaardig burgerschap en wil een samenleving creëren zonder
drempels en dit voor mensen met een functiebeperking, voor etnisch culturele
minderheden, voor kortgeschoolden, voor armen enz. De verantwoordelijkheid tot
‘aanpassing’ ligt niet bij een sociaal achtergestelde groep, zoals bij integratie. Het is de
maatschappij die zich aanpast en diversiteit als een meerwaarde ziet. Hindernissen voor
sociale participatie worden verwijderd, zodat iedereen naar eigen vermogen kan deelnemen
aan het maatschappelijk leven.”
Inclusieve maatschappij= een maatschappij waarin mensen met verschillende
geloofsovertuigingen (of geen geloof), tegengestelde ideologieën, uit verschillende klassen
of sociale groepen met diverse seksuele oriëntaties, kunde of beperkingen, zich ingesloten
voelen.
Verschillende vormen van sociale stratificatie (het indelen van groepen mensen in de
maatschappelijke lagen) zoals klasse, gender, seksuele geaardheid, leeftijd, handicap en
geslacht staan niet los van elkaar maar zijn integendeel op een complexe manier met elkaar
verweven.
In plaats van een categoriaal beleid te voeren binnen bijvoorbeeld het domein onderwijs- en
dus aparte scholen op te richten voor nieuwkomers of allochtonen of personen met een
handicap- is het de verantwoordelijkheid van het onderwijsbeleid om het onderwijs
toegankelijk te maken voor alle doelgroepen.
Model van de Verenigde Naties voor inclusie
- Uitsluiting (exclusion)
- Segregatie (separation)
- Integratie (integration)
- Inclusie (inclusion)
Drie ideaaltypen van verzorgingsstaat
- Liberale verzorgingsstaat: de markt staat centraal: verantwoordelijk voor welzijn en
zorg liggen bij individuele burger (VS en VK)
- Sociaaldemocratische verzorgingsstaat: doel van inzet middelen is het verminderen
van sociale verschillen: nadruk op gelijkheid van toegang tot voorzieningen (Zweden)
- Corporatistische verzorgingsstaat: particuliere initiatief een belangrijk rol speelt.
Naastenliefde en gezin neemt belangrijke plek in (Duitsland)
Uitsluiting: In het kader van in- en exclusie betekent het dat mensen helemaal aan de rand
van de samenleving terecht komen en er ook nauwelijks nog contact mee lijken te hebben.