INHOUD
1. Grondverbetering ............................................................................................................................ 2
1.1. Grondverbetering door drainage ................................................................................................. 2
1.2. De voorafgaandelijke verdichting ................................................................................................ 4
1.3. Voorbelasting van gronden .......................................................................................................... 8
1.4. Zandkussens............................................................................................................................... 12
1.5. Geokunststoffen ........................................................................................................................ 13
2. Persen en boren van leidingen ...................................................................................................... 18
2.1. Doorpersingen ........................................................................................................................... 18
2.2. Boringen .................................................................................................................................... 20
2.3. Telegeleide boringen (directionele boring)................................................................................ 23
3. Tunnels .......................................................................................................................................... 27
3.1. Tunnels uitgevoerd in open bouwsleuf ...................................................................................... 27
3.2. Afgezonken tunnels ................................................................................................................... 29
3.3. Geboorde tunnels ...................................................................................................................... 32
4. Renovatietechnieken ..................................................................................................................... 36
4.1. Aanvullingen bij injecteren ........................................................................................................ 36
4.2. Renovatie van metselwerk, reiniging van gevel en nabehandeling ........................................... 38
4.3. Rioolrenovatie + camera-onderzoek .......................................................................................... 43
, 1. GRONDVERBETERING
1.1. GRONDVERBETERING DOOR DRAINAGE
Voorafgaandelijke drainering
- Vergemakkelijkt uitvoeringswerken
- Draagvermogen van de grond verhogen wanneer in stand gehouden
- Vermindering van de zettingsverschillen
Verlaging van het freatisch oppervlak zorgt voor een stijging van de korrelspanningen
En dus stijging van de schuifweerstand
γn= volumegewicht van de grond
δw= soortelijk gewicht van water
Freatisch oppervlak valt samen met het maaiveld
,Freatisch oppervlak neergeslagen over ΔH
Conclusie
- Vergemakkelijkt de uitvoering van het werk
- Verbeterd in het algemeen niet in belangrijke mate het draagvermogen van de grond
- Het gebruik van deze methode daarom tot kleine bouwwerken beperkt
- Methode uitgesloten wanneer het waterpeil hoger staat dan het maaiveld
Drainering kan verkregen worden door
- Graven van grachten
- Plaatsen van drains
, 1.2. DE VOORAFGAANDELIJKE VERDICHTING
Toepassing op zandgronden (niet samenhangende gronden)
Doel
- Verbetering kwaliteit zandgronden
- Grotere pakkingsdichtheid
→ toename raakvlakjes tussen de korrels
→ meer krachtsoverdracht mogelijk
→ vergroting inwendige wrijvingshoek
- Gevolgen hiervan
→ grotere draagkracht grond
→ minder zettingen
→ kleinere gronddruk op grondkerende constructies
→ vergroten van de stabiliteit van taluds
→ waterdoorlatendheid vermindert
Grondgesteldheid
- Onderscheid tussen: goed en weinig doorlatende gronden
- Voorwaarde voor verdichting: niet of weinig samenhangende grond (= zandgronden)
- Zandmengsel met steil verlopende zeefkromme
→ moeilijker te verdichten
- Zandmengsel met flauw verlopende zeefkromme
→ makkelijker te verdichten
Eisen
- De verdichting moet blijvend zijn, mag niet verdwijnen of afnemen
- Ze mag geen schade in omgeving veroorzaken
- Ze moet economisch verantwoord zijn (te grootte diepte)
Vermindering van de inwendige wrijving
- Op de raakvlakjes tussen de korrels
→ wrijvingskrachten die de verplaatsing bemoeilijken
- Trillingen geven de korrels bewegingsvrijheid
→ wrijving vermindert
→ korrels bewegen
→ dichtere pakking
Invloed van water
- In niet verzadigde gronden treden
→ cohesiekrachten op door de oppervlaktespanning van het water
→ bewegingsvrijheid vermindert
→ verdichting wordt moeilijker
→ oplossing, water toevoegen tijdens trillen
Invloed van de versnelling
- De grootte van de versnelling en korrelverplaatsing is van invloed op de verdichting
→ te kleine versnelling, geen verdichting
→ te grote versnelling, afname van de verdichting
, Energieoverdracht
- Het verdichtingsapparaat geeft de omringende korrels een versnelling
→ kinetische energie overdragen
hoe dichter bij de bron, hoe meer
hoe verder van de bron, hoe minder
De oppervlakkige verdichting
1) Met valkblok
- Hoge energie
- Met of zonder toevoeging materiaal
2) Trillen, stampen en walsen
- Grond voldoende doorlatend
- Snelle en eenvoudige methode
- Meestal beperkte invloed: 30-50 cm
- Sommige machines: zeer zwaar, 150-200 cm
- Lichte trilplaat, trilstamper, handwals, zitwals en bokkenpootwals
3) Vibro Tamping Method (=VTM)
- Vibro = trillend
- Tamping = stampen
- Losse korrelige grond, tot 2 m diep
- Opstelling: generator, basismachine, elektrisch controlepaneel,
oscillograaf = sinusgolf opwekken en amplitude regelen, aanstamplaat, vibrohamer
- Uitvoering:
→ vooraf diepsondering bestuderen
grond niet draagkrachtig, verdichten is nodig
→ machine op zijn plaats
→ hamer en aanstampplaat laten trillen
→ meet amplitude: hoe diep de trillingen in de grond gaan
→ meet frequentie: het aantal trillingen in een bepaalde tijd
Inwendige verdichting
1) Vibroflotatie (vibrocompactie of Keller procedé)
- Korrelige grond eerst in zwevende toestand door middel van trillingen
- Vastheid grond op grote diepte verbeteren
→ gronddeeltjes herschikkem
→ met trillingen wrijving verminderen
→ stromend water gebruiken
- De installatie
→ lange, slanke holle buis: 1,5-2,8 m, diameter 350-400 mm
→ Bovenste deel: elektromotor
→ Onderste deel: excenterschijven
→ vastgemaakt met halfelastische koppeling
→ leidingen langswaar water kan uitspuiten
- De werkwijze
→ trillichamen met waterinjectie in de grond brengen
→ excentrische massa’s draaien in horizontaal vlak
→ excenters draaien met constant toerental
→ Grotere weerstand, grotere amperage, limiet instellen
→ vibroflot hoger plaatsen
1. Grondverbetering ............................................................................................................................ 2
1.1. Grondverbetering door drainage ................................................................................................. 2
1.2. De voorafgaandelijke verdichting ................................................................................................ 4
1.3. Voorbelasting van gronden .......................................................................................................... 8
1.4. Zandkussens............................................................................................................................... 12
1.5. Geokunststoffen ........................................................................................................................ 13
2. Persen en boren van leidingen ...................................................................................................... 18
2.1. Doorpersingen ........................................................................................................................... 18
2.2. Boringen .................................................................................................................................... 20
2.3. Telegeleide boringen (directionele boring)................................................................................ 23
3. Tunnels .......................................................................................................................................... 27
3.1. Tunnels uitgevoerd in open bouwsleuf ...................................................................................... 27
3.2. Afgezonken tunnels ................................................................................................................... 29
3.3. Geboorde tunnels ...................................................................................................................... 32
4. Renovatietechnieken ..................................................................................................................... 36
4.1. Aanvullingen bij injecteren ........................................................................................................ 36
4.2. Renovatie van metselwerk, reiniging van gevel en nabehandeling ........................................... 38
4.3. Rioolrenovatie + camera-onderzoek .......................................................................................... 43
, 1. GRONDVERBETERING
1.1. GRONDVERBETERING DOOR DRAINAGE
Voorafgaandelijke drainering
- Vergemakkelijkt uitvoeringswerken
- Draagvermogen van de grond verhogen wanneer in stand gehouden
- Vermindering van de zettingsverschillen
Verlaging van het freatisch oppervlak zorgt voor een stijging van de korrelspanningen
En dus stijging van de schuifweerstand
γn= volumegewicht van de grond
δw= soortelijk gewicht van water
Freatisch oppervlak valt samen met het maaiveld
,Freatisch oppervlak neergeslagen over ΔH
Conclusie
- Vergemakkelijkt de uitvoering van het werk
- Verbeterd in het algemeen niet in belangrijke mate het draagvermogen van de grond
- Het gebruik van deze methode daarom tot kleine bouwwerken beperkt
- Methode uitgesloten wanneer het waterpeil hoger staat dan het maaiveld
Drainering kan verkregen worden door
- Graven van grachten
- Plaatsen van drains
, 1.2. DE VOORAFGAANDELIJKE VERDICHTING
Toepassing op zandgronden (niet samenhangende gronden)
Doel
- Verbetering kwaliteit zandgronden
- Grotere pakkingsdichtheid
→ toename raakvlakjes tussen de korrels
→ meer krachtsoverdracht mogelijk
→ vergroting inwendige wrijvingshoek
- Gevolgen hiervan
→ grotere draagkracht grond
→ minder zettingen
→ kleinere gronddruk op grondkerende constructies
→ vergroten van de stabiliteit van taluds
→ waterdoorlatendheid vermindert
Grondgesteldheid
- Onderscheid tussen: goed en weinig doorlatende gronden
- Voorwaarde voor verdichting: niet of weinig samenhangende grond (= zandgronden)
- Zandmengsel met steil verlopende zeefkromme
→ moeilijker te verdichten
- Zandmengsel met flauw verlopende zeefkromme
→ makkelijker te verdichten
Eisen
- De verdichting moet blijvend zijn, mag niet verdwijnen of afnemen
- Ze mag geen schade in omgeving veroorzaken
- Ze moet economisch verantwoord zijn (te grootte diepte)
Vermindering van de inwendige wrijving
- Op de raakvlakjes tussen de korrels
→ wrijvingskrachten die de verplaatsing bemoeilijken
- Trillingen geven de korrels bewegingsvrijheid
→ wrijving vermindert
→ korrels bewegen
→ dichtere pakking
Invloed van water
- In niet verzadigde gronden treden
→ cohesiekrachten op door de oppervlaktespanning van het water
→ bewegingsvrijheid vermindert
→ verdichting wordt moeilijker
→ oplossing, water toevoegen tijdens trillen
Invloed van de versnelling
- De grootte van de versnelling en korrelverplaatsing is van invloed op de verdichting
→ te kleine versnelling, geen verdichting
→ te grote versnelling, afname van de verdichting
, Energieoverdracht
- Het verdichtingsapparaat geeft de omringende korrels een versnelling
→ kinetische energie overdragen
hoe dichter bij de bron, hoe meer
hoe verder van de bron, hoe minder
De oppervlakkige verdichting
1) Met valkblok
- Hoge energie
- Met of zonder toevoeging materiaal
2) Trillen, stampen en walsen
- Grond voldoende doorlatend
- Snelle en eenvoudige methode
- Meestal beperkte invloed: 30-50 cm
- Sommige machines: zeer zwaar, 150-200 cm
- Lichte trilplaat, trilstamper, handwals, zitwals en bokkenpootwals
3) Vibro Tamping Method (=VTM)
- Vibro = trillend
- Tamping = stampen
- Losse korrelige grond, tot 2 m diep
- Opstelling: generator, basismachine, elektrisch controlepaneel,
oscillograaf = sinusgolf opwekken en amplitude regelen, aanstamplaat, vibrohamer
- Uitvoering:
→ vooraf diepsondering bestuderen
grond niet draagkrachtig, verdichten is nodig
→ machine op zijn plaats
→ hamer en aanstampplaat laten trillen
→ meet amplitude: hoe diep de trillingen in de grond gaan
→ meet frequentie: het aantal trillingen in een bepaalde tijd
Inwendige verdichting
1) Vibroflotatie (vibrocompactie of Keller procedé)
- Korrelige grond eerst in zwevende toestand door middel van trillingen
- Vastheid grond op grote diepte verbeteren
→ gronddeeltjes herschikkem
→ met trillingen wrijving verminderen
→ stromend water gebruiken
- De installatie
→ lange, slanke holle buis: 1,5-2,8 m, diameter 350-400 mm
→ Bovenste deel: elektromotor
→ Onderste deel: excenterschijven
→ vastgemaakt met halfelastische koppeling
→ leidingen langswaar water kan uitspuiten
- De werkwijze
→ trillichamen met waterinjectie in de grond brengen
→ excentrische massa’s draaien in horizontaal vlak
→ excenters draaien met constant toerental
→ Grotere weerstand, grotere amperage, limiet instellen
→ vibroflot hoger plaatsen