Paragraaf 1.1:
Volgens het atoommodel van Bohr is een atoom opgebouwd uit:
- In de kern:
➔ positief geladen protonen.
➔ ongeladen neutronen.
- In de schil:
➔ negatief geladen elektronen.
Doordat elk atoom neutraal is, is het aantal elektronen gelijk aan het aantal protonen.
De elektronen bewegen in verschillende banen (elektronenconfiguratie) → kan je vinden
in binas tabel 99.
Valentie-elektronen = de elektronen in de buitenste schil (in de chemie het belangrijkst
want deze zijn betrokken bij het vormen van bindingen tussen atomen in een molecuul.)
De massa van een atoom → klein, daarom de atomaire massa eenheid u
- 1,0 u = 1,66 ×10-27 kg
Ook voor de lading van atomaire deeltjes wordt gebruikgemaakt van een andere eenheid,
het elementaire ladingsquantum e
- 1,0 e = 1,6 x 10-19 coulomb ( C )
Elke atoomsoort heeft zijn eigen atoomnummer:
- atoomnummer = aantal protonen = aantal elektronen.
- aantal neutronen = massagetal - aantal protonen.
Je kunt een atoom met een bepaald massagetal op verschillende manieren weergeven:
1. 3517 Cl
2. 35Cl
3. Cl-35
Isotopen = atomen van hetzelfde element die een verschillend aantal neutronen in de kern
hebben.
Van chloor komen bijvoorbeeld 2 isotopen voor in de natuur: Cl-35 en Cl-37 →
beide hetzelfde aantal protonen omdat het atoomnummer wel hetzelfde is maar
het massagetal niet dus krijg je een ander aantal neutronen.
Paragraaf 1.2: