Leskaart: Spijsvertering: weg van mond tot kont
Doel: Je beschrijft de anatomie en de werking van het spijsverteringsstelsel
Totale spijsvertering, 1 vraag
Functie: voedsel verteren.
Belangrijkste voedingsstoffen die bij de vertering vrijkomen: suikers, eiwitten + vetten.
1. Kauwen + speeksel voedselbrokken.
2. Slokdarm maag (2-6 uur) maagsappen.
3. Darmen (5-6 uur) alvleesklier + galblaas geven in de darmen verteringssappen af.
4. Onverteerde gedeelte (12-24 uur) endeldarm poep.
Bouw:
Systeem van buizen en lichaamsholten. De buizen zijn opgebouwd uit 4 lagen:
1. Slijmvlies (mucosa) = binnenste laag. Maakt water (voedseldeeltjes oplossen), slijm
(beschermende en glijdende functie) en verteringssappen (breken suikers, eiwitten en vetten af).
2. Submucosa = bindweefsellaag voeding + zuurstof.
3. Spierlaag voortbewegen van voedselbrij = peristaltiek.
4. Serosa = buitenste bindweefselvlies omhult alle onderdelen.
Mond, 2 vragen
Mondholte (farynx).
Functie: begin spijsverteringskanaal.
Bouw: binnenzijde mondholte plaveiselepitheel (veel slijmcellen).
- 32 tanden
Drie speekselklieren:
1. Oorspeekselklier.
2. Onderkaakspeekselklier.
3. Ondertongspeekselklier.
Functies speeksel:
1. Vertering van voedsel. Speeksel bevat het enzym (hulpstof voor afbreken stoffen) amylase.
Zetmeel suiker.
2. Glijmiddel.
3. Bescherming van mondholte tegen infecties.
4. Tegengaan slijtage tanden + kiezen.
Functies tong (lingua):
1. Onderdeel van kauw- slikproces.
2. Reiniging van de mondholte.
3. Verdeling speeksel.
4. Spraakfunctie.
Slikreflex, 2 vragen
Keelholte (larynx) – spijsverteringsstelsel + ademhalingsstelsel.
,Slikreflex tong duwt de voedselbrok + huig omhoog (neusholte afgesloten).
Strottenhoofd omhoog. Strottenklepje sluit de luchtpijp af. Voedsel slokdarm.
Slokdarm, 1 vraag
(oesofagus) = gespierde buis, 30 cm lang, 2cm diameter.
Binnenkant: plaveiselepitheel overgangslaag met slijmproducerende klieren, 2 sterke spierlagen.
Slokdarm heeft 3 sluitspieren (sfincters). Bovenste en onderste zijn in rust gesloten, zodat
maaginhoud niet kan terugvloeien. Alleen tijdens slikken openen ze.
Slokdarm peristaltiek, produceert alleen slijm.
Maag, 2 vragen
(ventriculus) = belangrijk orgaan voor de verwerking van voedsel.
Inhoud leeg = 1 liter. Max = 3 liter.
Bouw:
1. Maagmond (cardia) = deel waar slokdarm uitmondt
2. Maaghoepel (fundus) verzamelt lucht (boeren).
3. Maagzak (corpus) – verzamelplaats voedsel
4. Voortportaal v/d sluitspier (antrum)
5. Sluitspier naar de darmen (pylorus), of maagportier
Maagwand 3 spierlagen.
Binnenzijde cilindrisch epitheel.
Functies maag:
Wandcellen prikkel water, zoutzuur, pepsinogeen en intrinsieke factor aanmaken = zure vloeistof
= maagsap. + slijm aangemaakt anders maagwand aangetast door eigen maagsap.
Eiwitten worden afgebroken doordat pepsinogeen door het zoutzuur wordt omgezet in pepsine in de
maagholte.
De intrinsieke factor, dat de wandcellen aanmaken is een eiwitcomplex dat zich in de darmen bindt
aan vitamine B12. Vitamine B12 kan je niet zelf aanmaken. Is nodig voor aanmaak rode
bloedlichaampjes.
Door maagsap wordt de voedselbrij dunner. Maagwand trekt zich elke 20 sec. ritmisch samen.
Tot nu toe verteerd: zetmeel door amylase uit speeksel en eiwitten door pepsine uit de maag.
Dunne darm, 2 vragen
(intestinum tenue) = laatste gedeelte van de vertering en worden voedingsstoffen opgenomen, 6
meter lang.
Drie gedeelten:
1. Twaalfvingerige darm (duodenum).
2. Nuchtere darm (jejunum).
3. Kronkeldarm (ileum).
Twaalfvingerige darm: lengte 12 duimbreedte lang, 20- 25 cm.
Na sluitspier v/d maag, bocht naar beneden.
Bocht: kop alvleesklier + galbuis. = Papil van Vater.
In de papil van Vater zich een sluitspier (sfincter van Oddi)
In rust gesloten,
Functie twaalfvingerige darm: vangt zure chymus uit de maag
op. Sfincter van Oddi opent zich.
Gal + alvkleeskliersappen toegevoegd chymus wordt ontzuurt.
, Vetten in voedselbrij nog niet echt afgebroken vetten worden bolletjes gal maakt
vetbolletjes kleiner (emulgeren).
Voedselbrij in twaalfvingerige darm stimuleert alvleesklier om 3 soorten enzymen af te scheiden.
Nuchtere darm: leeg bij lijkschouwing, 2,5 meter lang.
Kronkeldarm: 3,5 meter lang, komt uit in de dikke darm.
Bouw dunne darm grote opnamecapaciteit:
1. Darmplooien bevorderen vermenging van darminhoud met verteringssappen.
2. Darmvlokken (villi) eenlagig cilindrisch epitheel = uitstulpingen.
3. Microvilli.
Werking dunne darm spieren kleden darminhoud omlaag naar dikke darm. In de darmvlokken
(villi) wordt een aantal stoffen aangemaakt:
1. Water: oplosmiddel voedselbrij.
2. Slijm: glijmiddel en bescherming darmwand.
3. Enzym enterokinase: zet inactieve verteringsenzym trypsinogeen uit de alvleesklier om in het
actieve trypsine. Trypsine breekt eiwitten af in aminozuren. Aminozuren = kleinste bouwstenen
lichaam eigen eiwitten kan maken.
4. Mengsel van de enzymen maltose, sacharose en lactose zetten de resten van grotere suikers
om in enkelvoudige suikers.
In de darm Gal: 0,5 liter per dag. Alvleeskliersap 1,5 liter per dag. Darmsap: 2-3 liter.
Alvleesklier, 2 vragen
(pancreas) = gemengde klier met een
exocriene functie + endocriene functie.
1. Exocriene functie = productie van
alvleeskliersappen twaalfvingerige darm
vertering.
2. Endocriene functie = afgifte hormonen
insuline en glucagon. (suikerstofwisseling).
Bouw: 14 cm. lang, 70-100 gram.
Naast elkaar liggende lobben met elk eigen
afvoergangetje alvleesklierbuis.
Functies:
Exocriene functie belangrijkste werkzame stoffen in de
verteringssappen zijn:
Enzymen:
1. Amylase = Zetmeel suikers.
2. Trypsine = Eiwitsplitsers.
3. Lipase = Vetsplitsers.
en natriumbicarbonaat = Neutraliseert en ontzuurt de zure
voedselbrij die uit de maag komt.
De enzymen worden pas in de darmholte geactiveerd.
Anders breekt de alvleesklier zichzelf af.