Fantoompijn: Pijn in ledematen die zijn geamputeerd
Epileptische aanval: Dingen zien, ruiken of horen die er in werkelijkheid niet zijn.
PRIKKEL ontvangen door RECEPTORVELD actiepotentiaal via sensibele banen CZS
gewaarwording (onbewust) waarneming (bewust)
Hoe groter receptorveld, hoe minder specifieke gewaarwording.
Frequentie van actiepotentiaal bevat informatie over prikkel.
Waarneming aard hangt af van route en gebied waar actiepotentiaal aankomt:
Primaire sensorische schors: aanraking, druk, pijn, temperatuur, en tastgewaarwordingen
Visuele, auditieve en olfactorische gebied: informatie van de ogen, oren en het reukzintuig
CZS -> kan geen verschil uitmaken tussen een ‘ware’ en een ‘valse’ gewaarwording
Adaptatie: afname van gevoeligheid in aanwezigheid van een constante prikkel,
-> gevolg: minder informatie naar hersenschors
Grootste deel van sensorische informatie naar centra in ruggenmerg of hersenstam
-> kan onwillekeurige reflex veroorzaken
Reticulaire activerende systeem (middenhersenen) -> concentratie, verlaagt/verhoogt
bewustwording van gewaarwordingen
Algemene zintuigen: temperatuur, pijn, aanraking, druk, trilling en proprioceptie (lichaamshouding)
Speciale zintuigen: reuk (olfactie), smaak (gustatie), gezichtsvermogen, evenwicht en gehoor
Sensorische cellen
1. Nociceptoren (pijnzintuigen)
= vrije zenuwuiteinden
In huid, gewrichtskapsels, beenvliezen, bloedvatwanden
Grote receptorvelden oorzaak moeilijk lokaliseerbaar
Gevoelig voor:
o Verschillen in temperatuur
o Mechaische beschadiging
o Opgeloste chemische stoffen
Voortgeleiding:
o Snelle pijn: via gemyeliniseerde axonen, stekende pijn
o Trage pijn: via ongemyeliniseerde axonen, zeurende, brandende pijn
Gerefereerde pijn: pijn in delen vh lichaam die niet werkelijk worden geprikkeld
Epileptische aanval: Dingen zien, ruiken of horen die er in werkelijkheid niet zijn.
PRIKKEL ontvangen door RECEPTORVELD actiepotentiaal via sensibele banen CZS
gewaarwording (onbewust) waarneming (bewust)
Hoe groter receptorveld, hoe minder specifieke gewaarwording.
Frequentie van actiepotentiaal bevat informatie over prikkel.
Waarneming aard hangt af van route en gebied waar actiepotentiaal aankomt:
Primaire sensorische schors: aanraking, druk, pijn, temperatuur, en tastgewaarwordingen
Visuele, auditieve en olfactorische gebied: informatie van de ogen, oren en het reukzintuig
CZS -> kan geen verschil uitmaken tussen een ‘ware’ en een ‘valse’ gewaarwording
Adaptatie: afname van gevoeligheid in aanwezigheid van een constante prikkel,
-> gevolg: minder informatie naar hersenschors
Grootste deel van sensorische informatie naar centra in ruggenmerg of hersenstam
-> kan onwillekeurige reflex veroorzaken
Reticulaire activerende systeem (middenhersenen) -> concentratie, verlaagt/verhoogt
bewustwording van gewaarwordingen
Algemene zintuigen: temperatuur, pijn, aanraking, druk, trilling en proprioceptie (lichaamshouding)
Speciale zintuigen: reuk (olfactie), smaak (gustatie), gezichtsvermogen, evenwicht en gehoor
Sensorische cellen
1. Nociceptoren (pijnzintuigen)
= vrije zenuwuiteinden
In huid, gewrichtskapsels, beenvliezen, bloedvatwanden
Grote receptorvelden oorzaak moeilijk lokaliseerbaar
Gevoelig voor:
o Verschillen in temperatuur
o Mechaische beschadiging
o Opgeloste chemische stoffen
Voortgeleiding:
o Snelle pijn: via gemyeliniseerde axonen, stekende pijn
o Trage pijn: via ongemyeliniseerde axonen, zeurende, brandende pijn
Gerefereerde pijn: pijn in delen vh lichaam die niet werkelijk worden geprikkeld