Hoofdstuk 2 aardrijkskunde
Paragraaf 1
Opbouw van de aarde
Korst = relatief licht gesteente dat drijft op de aardmantel
Mantel = zwaardere gesteente dan aardkorst. Aardkern verwarmd gesteente warmte
moet kwijt materiaal komt in beweging
Kern = grotendeels uit ijzer, radioactieve elementen in de kern produceren warmte.
Binnenkern is vast, buitenkern vloeibaar dankzij warmte
Niet allen continenten bewegen, maar bodem van de oceaan ook
Aardkorst = wordt voor grootste deel gevormd door oceaanbodem
Sferen
1. Lithosfeer = vast materiaal: gesteente reliëf en bodem
2. Atmosfeer = lucht, gassen rond de aarde
3. Hydrosfeer = water incl waterdamp sneeuw, ijs
4. Biosfeer = planten en dieren
5. Antroposfeer = de mens
Verschil korst en mantel = soort gesteente (chemische verschillen)
Lithosfeer = vast
Asthenosfeer = teer achtig
Continentale korst = licht, graniet drijft op de aardmantel
Oceanische korst = zwaar, basalt, hogere dichtheid
Aardkern bevat natuurlijke kernreactor produceert veel warmte
Convectiestromen = stromen in de aardmantel
Korst drijft uit elkaar midoceanische ruggen (korst in de mantel verdwijnt =
diepzeetroggen)
Midoceanische rug = ‘onderwatergebergte’ in het midden van de oceaan
Diepzeetroggen= diepe kloven oceaanbodem
Onderzoek wordt gedaan door middel van trillingen.
, Paragraaf 2
Alfred Wegener
Grenzen tussen platen zijn seismisch bepaald: smalle zones met aardbevingen vormen de
grenzen tussen de aardplaten
Beweging platen
Convergent = naar elkaar toe 2 aardplaten botsen tegen elkaar (oceaanbodem +
continent = zwaardere oceaanbodem duikt onder het continent de mantel in = subductie
op de grens ontstaan diepzeetroggen)
Divergent = uit elkaar scheur in de aardkorst, wordt direct opgevuld met lava stollen
nieuwe oceaanbodem langzaam aangroeit vannuit de midoceanische rug
(spreidingszone)
Transform = langs elkaar tegengestelde richting
Recycling oceaanbodem = aangroeien van oceaanbodem rond oceanische rug wordt
gecompenseerd door het verdwijnen van oceaanbodem bij de subductiezone.
(oceaanbodem ontstaat continu en verdwijnt)
Beweging platen op de aardmantel = platentektoniek
Bestaan van convectiestromen is nog nooit aangetoont moeten andere krachten zijn die
een rol spelen in beweging aardplaten
Duwkracht = vannuit midoceanische rug als gevolg van lava dat op deze plek uit de aarde
vloeit
Trekkracht = subductie waardoor de oceaanbodem door gewicht naar beneden getrokken
wordt
Actualiteitsprincipe = er van uit gaan dat het in het verleden ook gebeurd is
Pangea = continenten 1 supercontinent
Paragraaf 1
Opbouw van de aarde
Korst = relatief licht gesteente dat drijft op de aardmantel
Mantel = zwaardere gesteente dan aardkorst. Aardkern verwarmd gesteente warmte
moet kwijt materiaal komt in beweging
Kern = grotendeels uit ijzer, radioactieve elementen in de kern produceren warmte.
Binnenkern is vast, buitenkern vloeibaar dankzij warmte
Niet allen continenten bewegen, maar bodem van de oceaan ook
Aardkorst = wordt voor grootste deel gevormd door oceaanbodem
Sferen
1. Lithosfeer = vast materiaal: gesteente reliëf en bodem
2. Atmosfeer = lucht, gassen rond de aarde
3. Hydrosfeer = water incl waterdamp sneeuw, ijs
4. Biosfeer = planten en dieren
5. Antroposfeer = de mens
Verschil korst en mantel = soort gesteente (chemische verschillen)
Lithosfeer = vast
Asthenosfeer = teer achtig
Continentale korst = licht, graniet drijft op de aardmantel
Oceanische korst = zwaar, basalt, hogere dichtheid
Aardkern bevat natuurlijke kernreactor produceert veel warmte
Convectiestromen = stromen in de aardmantel
Korst drijft uit elkaar midoceanische ruggen (korst in de mantel verdwijnt =
diepzeetroggen)
Midoceanische rug = ‘onderwatergebergte’ in het midden van de oceaan
Diepzeetroggen= diepe kloven oceaanbodem
Onderzoek wordt gedaan door middel van trillingen.
, Paragraaf 2
Alfred Wegener
Grenzen tussen platen zijn seismisch bepaald: smalle zones met aardbevingen vormen de
grenzen tussen de aardplaten
Beweging platen
Convergent = naar elkaar toe 2 aardplaten botsen tegen elkaar (oceaanbodem +
continent = zwaardere oceaanbodem duikt onder het continent de mantel in = subductie
op de grens ontstaan diepzeetroggen)
Divergent = uit elkaar scheur in de aardkorst, wordt direct opgevuld met lava stollen
nieuwe oceaanbodem langzaam aangroeit vannuit de midoceanische rug
(spreidingszone)
Transform = langs elkaar tegengestelde richting
Recycling oceaanbodem = aangroeien van oceaanbodem rond oceanische rug wordt
gecompenseerd door het verdwijnen van oceaanbodem bij de subductiezone.
(oceaanbodem ontstaat continu en verdwijnt)
Beweging platen op de aardmantel = platentektoniek
Bestaan van convectiestromen is nog nooit aangetoont moeten andere krachten zijn die
een rol spelen in beweging aardplaten
Duwkracht = vannuit midoceanische rug als gevolg van lava dat op deze plek uit de aarde
vloeit
Trekkracht = subductie waardoor de oceaanbodem door gewicht naar beneden getrokken
wordt
Actualiteitsprincipe = er van uit gaan dat het in het verleden ook gebeurd is
Pangea = continenten 1 supercontinent