BSM hoofdstuk 1
16 – factoren gezonde levensstijl
- Eten, slapen en bewegen
20 – bewegen is goed, maar bewegen is beter
- 150 minuten per week matige inspanning
- 2x per week spier- en botversterkende activiteiten. Volwassenen
- Voorkom veel stil zitten
- Elke dag een uur matige inspanning
- 3x per week spier- en botversterkende activiteiten. Kinderen 4 tot 18
- Voorkom veel stilzitten
24 – warming up, cooling down
- Warming up: soepeler worden, hogere temperatuur zorgt voor betere stofwisseling,
maximale kracht neemt toe, pijngrens wordt verlegd, goede smering van spieren.
o 1- Rennen, knieheffen, 2- stretchen en 3- de sport specifieke oefeningen
Algemene warming up = circulatiewarming-up
Statisch strechen = rekken van spieren die van belang zijn
Dynamisch strechten = gecontroleerde, sport specifieke bewegingen
- Cooling-down: afvalstoffen, ontstaan door de inspanning, worden afgevoerd
o Actieve cooling-down = de intensiteit neemt geleidelijk af, uitlopen bijv.
o Passieve cooling-down = douchen of een massage
32 – bewegingsapparaat = alles wat in je lijf zit
- Anatomie = houdt zich bezig met het bestuderen van de opbouw menselijk lichaam
o Opbouw van cellen, weefsels, botten en verbindingen, opbouw spieren
- Fysiologie = wetenschap die zich bezighoudt met hou het lichaam functioneert
o Beweging van spieren, werking van hart en longen, verwerken voedsel etc
33 – het skelet
- 350 botten als kind naar 206 als volwassene, botten groeien aan elkaar
- Hard botweefsel – dient als bescherming, bijvoorbeeld de schedel
- Kraakbeen – gebruikt om verbinding te vormen tussen bot en pees of twee botstukken
- Synoviaal vocht – smeert de gewrichten, zorgt ervoor dat de botten gemakkelijk draaien
- Gewrichten – zorgen ervoor dat de ledematen op hun specifieke manier bewegen
o Kogelgewricht – kan veel kanten op bewegen, in de schouder
o Scharnier – kan buigen en strekken, in de elle boog
o Rolgewricht – in de pols
o Ellipsvormige gewricht
o Draaigewricht
o Zadelgewricht
16 – factoren gezonde levensstijl
- Eten, slapen en bewegen
20 – bewegen is goed, maar bewegen is beter
- 150 minuten per week matige inspanning
- 2x per week spier- en botversterkende activiteiten. Volwassenen
- Voorkom veel stil zitten
- Elke dag een uur matige inspanning
- 3x per week spier- en botversterkende activiteiten. Kinderen 4 tot 18
- Voorkom veel stilzitten
24 – warming up, cooling down
- Warming up: soepeler worden, hogere temperatuur zorgt voor betere stofwisseling,
maximale kracht neemt toe, pijngrens wordt verlegd, goede smering van spieren.
o 1- Rennen, knieheffen, 2- stretchen en 3- de sport specifieke oefeningen
Algemene warming up = circulatiewarming-up
Statisch strechen = rekken van spieren die van belang zijn
Dynamisch strechten = gecontroleerde, sport specifieke bewegingen
- Cooling-down: afvalstoffen, ontstaan door de inspanning, worden afgevoerd
o Actieve cooling-down = de intensiteit neemt geleidelijk af, uitlopen bijv.
o Passieve cooling-down = douchen of een massage
32 – bewegingsapparaat = alles wat in je lijf zit
- Anatomie = houdt zich bezig met het bestuderen van de opbouw menselijk lichaam
o Opbouw van cellen, weefsels, botten en verbindingen, opbouw spieren
- Fysiologie = wetenschap die zich bezighoudt met hou het lichaam functioneert
o Beweging van spieren, werking van hart en longen, verwerken voedsel etc
33 – het skelet
- 350 botten als kind naar 206 als volwassene, botten groeien aan elkaar
- Hard botweefsel – dient als bescherming, bijvoorbeeld de schedel
- Kraakbeen – gebruikt om verbinding te vormen tussen bot en pees of twee botstukken
- Synoviaal vocht – smeert de gewrichten, zorgt ervoor dat de botten gemakkelijk draaien
- Gewrichten – zorgen ervoor dat de ledematen op hun specifieke manier bewegen
o Kogelgewricht – kan veel kanten op bewegen, in de schouder
o Scharnier – kan buigen en strekken, in de elle boog
o Rolgewricht – in de pols
o Ellipsvormige gewricht
o Draaigewricht
o Zadelgewricht