Samenvatting les 3 oncologie
1. Target therapie= deze therapie is nog hard in ontwikkeling, word vaak gebruikt in cobi met
chemotherapie, deze middelen zijn enkel gericht op type cel dat de ziekte veroorzaakt
3 verschillende therapien:
– Monoklonale antistoffen
– Angiogeneseremmers
– Tyrosinekinase inhibitoren
Targeted ofwel ‘doelgerichte therapie’ is ‘in’.
Een belangrijk verschil met cytostatica is dat ze niet alle sneldelende cellen zullen doden. Bijgevolg
zijn dus niet alle klassieke bijwerkingen van chemotherapie hier van toepassing. Dit wil niet zeggen
dat deze producten geen bijwerkingen hebben, maar ze zijn te uiteenlopend per product om hier
beschreven te worden.
Deze producten worden vooral in combinatie met de conventionele cytostatica gebruikt
1.1 Monoklonale antistoffen= eindigen altijd op “mab”
= antilichamen dus als er geen antigenreceptor aanwezig is op tumor is er geen werking
De meeste nieuwe middelen in deze categorie behoren tot de groep van de ‘monoklonale
antilichamen’ bijvoorbeeld trastuzumab (Herceptin®).
gevaar van stoffen van muizen op mens te gebruiken is een allergische reactie(veel muis is veel kans
op allergie)
Gehumaniseerde zijn dus beter voor de allergische reactie
Ze zijn oorspronkelijk afkomstig van muizen:
…omab: 100% muis
…ximab: 95% gehumaniseerd( menselijk gemaakt) is weinig muis
…zumab: 95-98% gehumaniseerd
… umab: 100% gehumaniseerd
=> Specifieke antigenreceptor moet aanwezig zijn op tumorcel (vb HER2neu)
Waarom horen monoklonale antilichamen NIET bij immunotherapie? Omdat daar het EIGEN
immuunsysteem versterkt wordt. Monoklonale antistoffen worden buiten het lichaam gemaakt.
, Verpleegkundige aandachtspunten voor –mab:
= Bij deze producte is het nog strengere opvolging dan bij bloed geven aant pt
• Goed monitoren (immunologische reacties!)
• Voorschrift goed volgen (opklimschema)
• Nemen van vitale parameters
• Bevragen van de patient: hoe voelt pt zih, hoe gaat pt ermee om ….
• Opklimschema: druppelsnelheid moet om de zoveel minuten worden verranderd
•
1.2 Tyrosinekinaseremmer
Spelen een rol bij de signale bij de tussencellen
Deze producten eindigen allemaal op nip= zijn tabletten, moeten op regelmatige basis genomen
worden (therapietrouw)
Bevragen: misselijkheid of diarre, zodat je zeker bent dat tablet binnen is.
• Een tweede groep is die van de ‘small molecules’, waarvan de overgrote meerderheid een
tyrosinekinase-remmer (TKR) is, bijvoorbeeld sinutinib (Sutent®).’. Tyrosinekinase = enzym
dat signaaltransductie intracellullair op gang trekt
• Meestal oraal => belang van therapietrouw!
• Reacties zijn zeer individueel (vb interacties andere geneesmiddelen => contact huisarts/
apotheker)
Kanker kan gezien worden als genetische aandoening waarbij mutaties in het DNA van de genen
zorgt voor ongecontroleerde celgroei. Interacties tussen cellen spelen een rol bij de celgroei: teveel
groeisignalen of te weinig stopsignalen => signaaltransductie
1.3 Angiogeneseremmer
(cfr film les 1) Angiogenese (= de aanmaak van nieuwe bloedvaten) speelt een belangrijke rol voor
de groei en verspreiding van de tumor.
Metastasen ontstaan lymfogeen of hematogeen.
Hematogeen: volg het bloedvatenstelsel om te zien waar je metastasen kunt verwachten.
Zuurstof en voedingsstoffen
Hematogene metastasen
Metastasen ontstaan lymfogeen of hematogeen.
Hematogeen: volg het bloedvatenstelsel om te zien waar je metastasen kunt verwachten.
1. Target therapie= deze therapie is nog hard in ontwikkeling, word vaak gebruikt in cobi met
chemotherapie, deze middelen zijn enkel gericht op type cel dat de ziekte veroorzaakt
3 verschillende therapien:
– Monoklonale antistoffen
– Angiogeneseremmers
– Tyrosinekinase inhibitoren
Targeted ofwel ‘doelgerichte therapie’ is ‘in’.
Een belangrijk verschil met cytostatica is dat ze niet alle sneldelende cellen zullen doden. Bijgevolg
zijn dus niet alle klassieke bijwerkingen van chemotherapie hier van toepassing. Dit wil niet zeggen
dat deze producten geen bijwerkingen hebben, maar ze zijn te uiteenlopend per product om hier
beschreven te worden.
Deze producten worden vooral in combinatie met de conventionele cytostatica gebruikt
1.1 Monoklonale antistoffen= eindigen altijd op “mab”
= antilichamen dus als er geen antigenreceptor aanwezig is op tumor is er geen werking
De meeste nieuwe middelen in deze categorie behoren tot de groep van de ‘monoklonale
antilichamen’ bijvoorbeeld trastuzumab (Herceptin®).
gevaar van stoffen van muizen op mens te gebruiken is een allergische reactie(veel muis is veel kans
op allergie)
Gehumaniseerde zijn dus beter voor de allergische reactie
Ze zijn oorspronkelijk afkomstig van muizen:
…omab: 100% muis
…ximab: 95% gehumaniseerd( menselijk gemaakt) is weinig muis
…zumab: 95-98% gehumaniseerd
… umab: 100% gehumaniseerd
=> Specifieke antigenreceptor moet aanwezig zijn op tumorcel (vb HER2neu)
Waarom horen monoklonale antilichamen NIET bij immunotherapie? Omdat daar het EIGEN
immuunsysteem versterkt wordt. Monoklonale antistoffen worden buiten het lichaam gemaakt.
, Verpleegkundige aandachtspunten voor –mab:
= Bij deze producte is het nog strengere opvolging dan bij bloed geven aant pt
• Goed monitoren (immunologische reacties!)
• Voorschrift goed volgen (opklimschema)
• Nemen van vitale parameters
• Bevragen van de patient: hoe voelt pt zih, hoe gaat pt ermee om ….
• Opklimschema: druppelsnelheid moet om de zoveel minuten worden verranderd
•
1.2 Tyrosinekinaseremmer
Spelen een rol bij de signale bij de tussencellen
Deze producten eindigen allemaal op nip= zijn tabletten, moeten op regelmatige basis genomen
worden (therapietrouw)
Bevragen: misselijkheid of diarre, zodat je zeker bent dat tablet binnen is.
• Een tweede groep is die van de ‘small molecules’, waarvan de overgrote meerderheid een
tyrosinekinase-remmer (TKR) is, bijvoorbeeld sinutinib (Sutent®).’. Tyrosinekinase = enzym
dat signaaltransductie intracellullair op gang trekt
• Meestal oraal => belang van therapietrouw!
• Reacties zijn zeer individueel (vb interacties andere geneesmiddelen => contact huisarts/
apotheker)
Kanker kan gezien worden als genetische aandoening waarbij mutaties in het DNA van de genen
zorgt voor ongecontroleerde celgroei. Interacties tussen cellen spelen een rol bij de celgroei: teveel
groeisignalen of te weinig stopsignalen => signaaltransductie
1.3 Angiogeneseremmer
(cfr film les 1) Angiogenese (= de aanmaak van nieuwe bloedvaten) speelt een belangrijke rol voor
de groei en verspreiding van de tumor.
Metastasen ontstaan lymfogeen of hematogeen.
Hematogeen: volg het bloedvatenstelsel om te zien waar je metastasen kunt verwachten.
Zuurstof en voedingsstoffen
Hematogene metastasen
Metastasen ontstaan lymfogeen of hematogeen.
Hematogeen: volg het bloedvatenstelsel om te zien waar je metastasen kunt verwachten.