Samenvatting psychologie
- Klassieke conditionering
- Opperante conditionering
- Inzichtelijk leren
- Observerend leren
- ervaringsleren
1
,Hoofdstuk 1: psychologie als wetenschap
1.1 Wat is psychologie?
Psychologie: bestudeerd het innerlijke leven (kennen,voelen en streven) en het gedrag van
de mens. Wetensschappelijke studie van het menselijke gedrag en de mentale processen die
daar aan de grondslag liggen.
Het begin van de psychologie als wetenschap wordt gevormd in 1879 door Wilhelm Wundt.
PSYCHOLOGIE IS EEN WETENSCHAPPELIJKE STUDIE
- De wetenschappelijke methode = een procedure die uit verschillende (5) stappen
bestaat. Zo worden vooroordelen en subjectieve oordelen uitgesloten:
1. HYPOTHESE
= ontwikkelen van een idee, wordt onderzocht a.d.h.v. een bepaalde procedure
2. GECONTROLEERD ONDERZOEK
= betrouwbaarheid!!
= men werkt op z’n minste met 2 groepen, de experimentele groep (proefpersonen
die worden blootgesteld aan de hypothese) en de controle groep (proefpersonen die
niet aan deze specifieke hypothese worden blootgesteld).
3. C)VERZAMELEN VAN SYSTEMATISCHE GEGEVENS (via het gecontroleerd onderzoek)
4. HYPOTHESE VERWERPEN OF AANVAARDEN
5. RESULTATEN WORDEN GEPUBLICEERD, BEKRITISEERD EN EVENTUEEL HERHAALD.
Falsificatieprincipe: een theorie is ‘waar’ tot deze kan weerlegd worden. Elk
wetenschappelijk onderzoek is correct tot er een ander resultaat is.
Soorten psychologische onderzoeken: experimenten, natuurlijke observaties, survey, …
Doel: op een systematische manier kennis verzamelen.
2) PSYCHOLOGIE GAAT VER GEDRAG
- (R) = Alle waarneembare aspecten van het menselijk functioneren: wat iemand wel
of niet, zegt of doet.
3) PSYCHOLOGIE GAAT OVER MENTALE PROCESSEN
- Wat voorafgaat en niet zichtbaar is aan het gedrag, niet rechtstreeks waarneembaar
- (O) = Interne factoren: emoties, denkprocessen.
- (S) = Externe factoren: stimulu, prikkels van buiten a, omgeving, situatie, anderen.
S O R = stimulus – interne factoren – respons
2
, 1.2 5 subdomeinen
Hanteren allemaal op het functioneren van een individu.
1. Functieleer: algemene cognitieve processen (waarnemen,geheugen, emotie,
motivatie)
2. Persoonlijkheidsleer: differentiële of individuele psychologie, verschillen tussen
mensen worden onderzocht menbekijkt verschillende karakters van mensen (op dit
subdomein gaan we in de cursus niet verder op in)
3. Sociale psychologie: invloed van anderen op ons eigen gedrag
(bekijk violist in de metro experiment, smokey room experiment)
4. Levenslooppsychologie: gedrag van conceptie tot aan de dood.
5. Neuropsychologie: onderzoeken van de functies van ons brein en de invloed op ons
gedrag(op dit subdomein gaan we in de cursus niet verder op in)
a. Binnen deze disciplines moeten we onderscheid maken tussen de
theoretische psychologie en de toegepaste psychologie.
Theoretisch (experimentele) psychologie: inzicht verwerven, interesse,
nieuwsgierigheid.
Toegpaste psychologie: gedrags(problemen) vanuit de praktijk onderzoeken vanuit
inzichten uit theoretische psychologie. Klinisch: psychosen, neurosen,
familieconflicten. Arbeid: opleiding, werkloosheid,… School: leren en studiekeuze,
clb…
3
- Klassieke conditionering
- Opperante conditionering
- Inzichtelijk leren
- Observerend leren
- ervaringsleren
1
,Hoofdstuk 1: psychologie als wetenschap
1.1 Wat is psychologie?
Psychologie: bestudeerd het innerlijke leven (kennen,voelen en streven) en het gedrag van
de mens. Wetensschappelijke studie van het menselijke gedrag en de mentale processen die
daar aan de grondslag liggen.
Het begin van de psychologie als wetenschap wordt gevormd in 1879 door Wilhelm Wundt.
PSYCHOLOGIE IS EEN WETENSCHAPPELIJKE STUDIE
- De wetenschappelijke methode = een procedure die uit verschillende (5) stappen
bestaat. Zo worden vooroordelen en subjectieve oordelen uitgesloten:
1. HYPOTHESE
= ontwikkelen van een idee, wordt onderzocht a.d.h.v. een bepaalde procedure
2. GECONTROLEERD ONDERZOEK
= betrouwbaarheid!!
= men werkt op z’n minste met 2 groepen, de experimentele groep (proefpersonen
die worden blootgesteld aan de hypothese) en de controle groep (proefpersonen die
niet aan deze specifieke hypothese worden blootgesteld).
3. C)VERZAMELEN VAN SYSTEMATISCHE GEGEVENS (via het gecontroleerd onderzoek)
4. HYPOTHESE VERWERPEN OF AANVAARDEN
5. RESULTATEN WORDEN GEPUBLICEERD, BEKRITISEERD EN EVENTUEEL HERHAALD.
Falsificatieprincipe: een theorie is ‘waar’ tot deze kan weerlegd worden. Elk
wetenschappelijk onderzoek is correct tot er een ander resultaat is.
Soorten psychologische onderzoeken: experimenten, natuurlijke observaties, survey, …
Doel: op een systematische manier kennis verzamelen.
2) PSYCHOLOGIE GAAT VER GEDRAG
- (R) = Alle waarneembare aspecten van het menselijk functioneren: wat iemand wel
of niet, zegt of doet.
3) PSYCHOLOGIE GAAT OVER MENTALE PROCESSEN
- Wat voorafgaat en niet zichtbaar is aan het gedrag, niet rechtstreeks waarneembaar
- (O) = Interne factoren: emoties, denkprocessen.
- (S) = Externe factoren: stimulu, prikkels van buiten a, omgeving, situatie, anderen.
S O R = stimulus – interne factoren – respons
2
, 1.2 5 subdomeinen
Hanteren allemaal op het functioneren van een individu.
1. Functieleer: algemene cognitieve processen (waarnemen,geheugen, emotie,
motivatie)
2. Persoonlijkheidsleer: differentiële of individuele psychologie, verschillen tussen
mensen worden onderzocht menbekijkt verschillende karakters van mensen (op dit
subdomein gaan we in de cursus niet verder op in)
3. Sociale psychologie: invloed van anderen op ons eigen gedrag
(bekijk violist in de metro experiment, smokey room experiment)
4. Levenslooppsychologie: gedrag van conceptie tot aan de dood.
5. Neuropsychologie: onderzoeken van de functies van ons brein en de invloed op ons
gedrag(op dit subdomein gaan we in de cursus niet verder op in)
a. Binnen deze disciplines moeten we onderscheid maken tussen de
theoretische psychologie en de toegepaste psychologie.
Theoretisch (experimentele) psychologie: inzicht verwerven, interesse,
nieuwsgierigheid.
Toegpaste psychologie: gedrags(problemen) vanuit de praktijk onderzoeken vanuit
inzichten uit theoretische psychologie. Klinisch: psychosen, neurosen,
familieconflicten. Arbeid: opleiding, werkloosheid,… School: leren en studiekeuze,
clb…
3