1. Welk type installatie wordt op onderstaande foto weergeven?
A. De elektrische installatie
B. De mechanische installatie
C. Het rioleringssysteem
D. De centrale verwarmingsinstallatie
2. Wat is niet juist over gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning?
A. Bij gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning is het ook mogelijk om de
verse buitenlucht met rookgassen van de cv-ketel op te warmen
B. Bij gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning wordt de buitenlucht
voorverwarmd en dat levert energiebesparing op
C. Bij gebalanceerde ventilatie geeft de af te voeren lucht via een warmtewisselaar zijn
warmte af aan de koelere binnenkomende buitenlucht
D. Bij gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning wordt gebruik gemaakt van
kleine drukverschillen aan de voor- en achterzijde van een gebouw of woning
3. Welk type schade zien we op het balkon op onderstaande foto?
A. Betonrot
B. Aantasting door chemische invloeden
C. Vorstschade
D. Koudebrug
, 4. Wat verstaan we onder de instandhoudingssubsidie voor rijksmonumenten?
A. Subsidies voor onderhoud van monumenten die geen woonfunctie hebben zoals
kerken, fabrieken en molens
B. Subsidies voor restauratie- of onderhoudswerkzaamheden aan monumenten met
een woonfunctie
C. Subsidies voor transformatie van monumentale winkelpanden en kantoorgebouwen
tot woningen
D. Subsidies voor haalbaarheidsonderzoek en voor wind- en waterdicht maken van het
pand
5. Welke stelling over de warmteweerstand is juist?
A. Hoe lager de warmteweerstand hoe hoger de warmtegeleidingscoëfficiënt, dus hoe
slechter het materiaal isoleert
B. Hoe hoger de warmteweerstand hoe hoger de warmtegeleidingscoëfficiënt, dus hoe
beter het materiaal isoleert
C. Hoe lager de warmteweerstand hoe lager de warmtegeleidingscoëfficiënt, dus hoe
slechter het materiaal isoleert
D. Hoe hoger de warmteweerstand hoe lager de warmtegeleidingscoëfficiënt, dus hoe
slechter het materiaal isoleert
6. Het verschil tussen het energielabel en de EPC is:
A. Het energielabel is verplicht en de EPC niet
B. Het energielabel geldt alleen voor nieuwbouwwoningen, de EPC voor alle woningen
en gebouwen
C. De EPC is verplicht en het energielabel niet
D. Het energielabel geldt voor alle woningen die verhuurd/ verkocht worden, de EPC
alleen voor nieuwbouwwoningen
7. Na transformatie van een bestaand gebouw zal de WBDBO-eis voor
woningscheidende wanden moeten voldoen aan:
A. Het nieuwbouwniveau; met een minimale eis van 60 minuten
B. Het niveau bestaande bouw; met een minimale eis van 30 minuten
C. Het rechtens verkregen niveau; met een minimale eis van 30 minuten
D. Het niveau bestaande bouw; met een minimale eis van 45 minuten
A. De elektrische installatie
B. De mechanische installatie
C. Het rioleringssysteem
D. De centrale verwarmingsinstallatie
2. Wat is niet juist over gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning?
A. Bij gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning is het ook mogelijk om de
verse buitenlucht met rookgassen van de cv-ketel op te warmen
B. Bij gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning wordt de buitenlucht
voorverwarmd en dat levert energiebesparing op
C. Bij gebalanceerde ventilatie geeft de af te voeren lucht via een warmtewisselaar zijn
warmte af aan de koelere binnenkomende buitenlucht
D. Bij gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning wordt gebruik gemaakt van
kleine drukverschillen aan de voor- en achterzijde van een gebouw of woning
3. Welk type schade zien we op het balkon op onderstaande foto?
A. Betonrot
B. Aantasting door chemische invloeden
C. Vorstschade
D. Koudebrug
, 4. Wat verstaan we onder de instandhoudingssubsidie voor rijksmonumenten?
A. Subsidies voor onderhoud van monumenten die geen woonfunctie hebben zoals
kerken, fabrieken en molens
B. Subsidies voor restauratie- of onderhoudswerkzaamheden aan monumenten met
een woonfunctie
C. Subsidies voor transformatie van monumentale winkelpanden en kantoorgebouwen
tot woningen
D. Subsidies voor haalbaarheidsonderzoek en voor wind- en waterdicht maken van het
pand
5. Welke stelling over de warmteweerstand is juist?
A. Hoe lager de warmteweerstand hoe hoger de warmtegeleidingscoëfficiënt, dus hoe
slechter het materiaal isoleert
B. Hoe hoger de warmteweerstand hoe hoger de warmtegeleidingscoëfficiënt, dus hoe
beter het materiaal isoleert
C. Hoe lager de warmteweerstand hoe lager de warmtegeleidingscoëfficiënt, dus hoe
slechter het materiaal isoleert
D. Hoe hoger de warmteweerstand hoe lager de warmtegeleidingscoëfficiënt, dus hoe
slechter het materiaal isoleert
6. Het verschil tussen het energielabel en de EPC is:
A. Het energielabel is verplicht en de EPC niet
B. Het energielabel geldt alleen voor nieuwbouwwoningen, de EPC voor alle woningen
en gebouwen
C. De EPC is verplicht en het energielabel niet
D. Het energielabel geldt voor alle woningen die verhuurd/ verkocht worden, de EPC
alleen voor nieuwbouwwoningen
7. Na transformatie van een bestaand gebouw zal de WBDBO-eis voor
woningscheidende wanden moeten voldoen aan:
A. Het nieuwbouwniveau; met een minimale eis van 60 minuten
B. Het niveau bestaande bouw; met een minimale eis van 30 minuten
C. Het rechtens verkregen niveau; met een minimale eis van 30 minuten
D. Het niveau bestaande bouw; met een minimale eis van 45 minuten