100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Dierfysiologie, deeltentamen 2 (B-B2DIFY17)

Rating
4.4
(5)
Sold
7
Pages
62
Uploaded on
21-06-2021
Written in
2020/2021

Alle hoorcolleges (ook histologie colleges) samengevat voor het tweede deeltentamen van Dierfysiologie

Institution
Module













Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H19, h20, h21
Uploaded on
June 21, 2021
Number of pages
62
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Dierfysiologie deeltentamen 2

HC 15: Gastrointestinal System 1

1. Mondholte, met daarin 3 speekselklieren:
a. Parotid (rondom je oor)
b. Sublingual (onder je tong)
c. Submandibular (produceren het meeste speeksel)
2. Pharynx (keelholte)
3. Esophagus
4. Maag
5. Dunne darm (met twaalfvingerige darm)
a. Lever
b. Galblaas
c. Alvleesklier/pancreas
6. Dikke darm
7. Rectum
8. Anus
Compartimentalisatie maakt het mogelijk dat in verschillende delen van het
spijsverteringskanaal verschillende functies worden uitgeoefend. In de mondholte verteer je
bijvoorbeeld anders dan in de maag.


Wij zijn heterotrofe dieren: we zijn afhankelijk van de omgeving om te overleven. Voedsel
komt binnen, dat wordt verteerd (mbv secreties van GI tract) in kleinere onderdelen, zodat
deze kleinere onderdelen kunnen worden geabsorbeerd in cellen en we daar bijvoorbeeld
energie uit kunnen halen. Dus:
Ingestion → digestion → motility → secretion → absorption → defecation

- In de mondholte is er vooral mechanische vertering. Daarnaast heb je speeksel in de
mond: dit bestaat uit mucus, glycoproteïnen en enzymen. In het speeksel is het
enzym amylase aanwezig wat zetmeel kan verteren, amylase wordt toegevoegd
door de parotid glands.
- In de maag is er mechanische en chemische vertering. Ook is er absorptie, secretie
en motiliteit. Het zuur HCl en het enzym pepsine zijn hier aanwezig om eiwitten af te
breken. Ook is er gastric lipase wat de eerste stappen zet om vetten te verteren.
- Pyloric valve = een sphincter aan het uiteinde vd maag. Opent om kleine stukjes
(denk aan kubieke millimeters) de dunne darm in te laten gaan.
- In de dunne darm is er chemische afbraak, secretie, absorptie en motiliteit. In de
twaalvingerige darm worden de enzymen toegevoegd vanuit de pancreas en lever. In
het jejunum vindt de afbraak en absorptie plaats. Hoe verder je in de dunne darm
gaat hoe minder absorptie er is.
- Je dikke darm bestaat uit de colon en het rectum. Laatste stappen van absorptie.
Daarnaast worden bacteriën hier vastgehouden en worden feces gevormd.

,De wand van het spijsverteringskanaal bestaat altijd uit 4 lagen (voor het merendeel vd
onderdelen van het kanaal), die er steeds morphologisch een beetje van elkaar verschillen.
- Mucosa = epitheellaag aan de lumen kant
- Lamina propria = daarin zitten ook Peyer’s patches
o Peyer’s patches = systeem om te voorkomend dat pathogenen die
binnenkomen via de spijsvertering je kunnen infecteren
- Muscularis mucosa = circulaire spierlaag
- Submucosa = bindweefsellaag waarin de lymfe- en bloedvaten lopen
- Muscularis interna = lengte spierlaag
- Serosa = bindweefsellaag
- Mesenterium = epitheellaag, 1 cellaag dik. Hierdoor is het spijsverteringskanaal
‘opgehangen’ aan de dorsale zijde

Maag


In het spijsverteringskanaal is
er een deel van autonoom
zenuwstelsel aanwezig. Het
bestaat uit twee onderdelen:
- Meissner’s plexus =
groepen van neuronen die op
de submucosa aanwezig zijn
- Auerbach’s plexus =
tussen de lengte en circulaire
spieren.




Darm

,De ‘4 lagen regel’ heeft een paar uitzonderingen. Plaatsen waar er wel of geen peritoneum
is
- Waar er een peritoneum is, daar noem je de buitenste aanwezige laag de serosa
- Waar er geen peritoneum aanwezig is, dan noem je de laag adventitia. Dat is bij de
Esophagus en rectum zo
- Waar er een membraneuse omgeving is om de spierlaag heen, deze wordt dan fascia
genoemd. Dit is bij de pharynx zo

Pharynx bestaat uit:
1. Nasopharynx
2. Oropharynx
3. Laryngopharynx
Daarna komt de larynx (strottehoofd) en epiglottis
(strotklepje)

Aan de achterzijde opengesneden pharynx →

De spierlagen in het spijsverteringskanaal zijn
circulair en lengtespieren. Bij de pharynx zijn de
lengtespieren aan de binnenzijde, bij de esophagus
bijvoorbeeld, lopen ze aan de buitenzijde. Bij de
pharynx is dit de enige plaats waar dit omgedraaid
is.
- 3 constrictoren = kringspieren aan de
buitenzijde
- 3 levatoren = lengtespierlagen aan de
binnenzijde
Bij de pharynx gaat het om skeletspierweefsel: Je kan het bewust aansturen, maar het
slikken gaat wel reflexmatig (je kunt niet je slikspieren zelf bewegen).

UES = upper esophageal sphincter = sphincter die het bovenste vd esophagus kan afsluiten.
Voor de esophagus ligt de trachea met driekwart-kraakbeenringen. Aan de kant van de
esophagus zijn deze kraakbeenringen doorbroken.
De esophagus loopt door de borstholte heen en er is een plaats waar het door het
diaphragma heen moet. De spieren die daar om de slokdarm heen lopen plus het gedeelte
in de borstholte, zijn de LES = lower esophageal sphincter. Het diafragma helpt mee om de
sphincter te laten functioneren.
Waarom wil je de slokdarm aan de boven en onderzijde dicht kunnen knijpen? Als je
inademt dan maak je de buikholte groter en creëer je een onderdruk. Als je de slokdarm
niet zou kunnen afknijpen, dan zou je het maagzuur je slokdarm in ‘zuigen’.
Esophagus heeft skelet en gladspierweefsel:
- bovenste 1/3e deel is skeletspier
- in het midden is er 1/3e transitie gedeelte
- onderste 1/3e is gladspierweefsel

,Maag
Is een sterk gespierd orgaan. Hetgene wat aansluit aan het duodenum is
een sphincter die heel geleidelijk kleine stukjes het duodenum in laten.
Cardia: waar de slokdarm aan de maag vast zit.
Fundus: hier zit eigenlijk nooit voedsel, maar meer lucht
Corpus: voedsel komt hier binenn
Antrum
Pylorus: gespierde verdikking/sphincter


Transversale doorsnede,
bovenaanzicht:
De maag ligt een beetje aan
de linkerkant van de
buikholte. (Rechts is de lever weggehaald).
Aan de achterzijde heeft de maag ruimte om te
bewegen, dit is de lesser sac.
Aan de voorzijde zit de maag vast aan de lesser
omentum. Dat is een dulbbelvlies, wat te
maken heeft met wanneer de maag is
omgedraaid tijdens de embryonale
ontwikkeling.

Ezelsbruggetje = Dr Alva
- Ductus = ligt rechts
- Arterie = ligt links
- Venen = ligt achter




Transversale doorsnede, bovenaanzicht:
Links ligt de lever, rechts ligt de milt.
Zie de bursa omentalis, de foramen
omentale en de omentus minus.

,HC 16: histologie spijsverteringsstelsel

4 basislagen:
1. Mucosa
2. Submucosa
3. Muscularis
4. Serosa
De lagen zijn gespecialiseerd langs het kanaal, waardoor verschillende functies mogelijk zijn
op verschillende plekken. Dan hebben we het over de dikte en cellulaire compositie van de
mucosa. Ook de aanwezigheid van klieren en immuuncellen verschillen.

Mbv de muscularis mucosae
kun je de plooien bewegen.
De submucosa van de
duodenum (twaalfvingerige
darm) zitten klieren die een
secreet produceren die het
zure van de maag
neutraliseren.
De submucosa van het ileum
heb je een hoge concentratie
van lymfefollikels:
immuunbarriere voor de
dikke darm.
De dunne darm heeft
inzinkingen en uitstulpingen in de mucosa. De dikke darm heeft alleen inzinkingen.

Mucosa:
Epitheliale bekleding
- Meerlagig in mond en esophagus
- Eenlagig in maag tot rectum
- Anus is weer meerlagig
Heeft diverse celtypen:
- Enterocyt = opname van stoffen en afgifte van spijsverteringsenzymen
- Goblet cellen = mucus
- Endocrine- en stam cellen (na een paar dagen heb je een hele nieuwe epitheliale
bekleding in ne darmen, dus zijn stamcellen hiervoor nodig)
Naast het epitheel heb je de Lamina propria. Bestaat uit:
- Los bindweefsel
- Kleine bloedvaten
- Lymfevaten
- Immuuncellen: MALT = mucosa-associated lymphoid tissue
- Soms ook klieren van het epitheel (bijv in de maag)
De mucosa wordt afgesloten met een dunne laag gladspierweefsel: muscularis mucosae

, Submucosa:
- Dikker bindweefsel
- Grotere bloed en lymfevaten
- Submucosale zenuwen: Meissner plexus
o Autonome zenuwstelsel, geinnerveerd in de muscularis mucosae
- Soms klieren van het epitheel (zoals in de duodenum)

Muscularis (externa):
- Twee lagen van gladspierweefsel
o Binnenkant: kringspierlaag
o Buitenkant: lengtespierlaag
- Daartussenin zit een zenuwplexus: Myenteric aka Auerbach plexus
o Autonome zenuwstelsel, geinnerveerd in de muscularis externa

Serosa:
- Los bindweefsel
- Een paar gladdespiercellen
- Adipocyten = vetcellen.
- Bloed en lymfevaten
Het mesenterium is een soort dubbel serosa

Buitenste/buiten de buikholte: Adventitia


De vili bewegen hydrodynamisch in de
‘spijsbrei’, en ze trekken zich samen
mbv de spieren.
Als de gladdespieren zich
samentrekken wordt het opgenomen
materiaal wat in het lymfe zit verder
‘geperst’ in het lymfestelsel.



Esophagus
- Bij sommige soorten is er verhoorning te zien in het epitheel van de slokdarm.
Vooral bij soorten die harde dingen eten zoals zaadjes.
- Bevat een prominent maar ‘gebroken’ muscularis mucosae
- De submucosa bevat mucus-secreterende klieren. Het aantal neemt toe hoe
dichterbij je de maag komt. Dit voorziet de binnenkant van de slokdarm van een
slijmlaag als een soort ‘glijmiddel’ haha
- Muscularis externa: skeletspieren dichterbij de mond, gladspierweefsel dichterbij de
maag (zie hc 15). Bewust slikken (reflexmatig) en onbewust peristaltiek.
- Adventitia
£4.90
Get access to the full document:
Purchased by 7 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all 5 reviews
1 year ago

2 year ago

3 year ago

3 year ago

4 year ago

4.4

5 reviews

5
2
4
3
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ameliathompson99 Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
74
Member since
6 year
Number of followers
56
Documents
21
Last sold
6 months ago

3.8

13 reviews

5
4
4
6
3
1
2
1
1
1

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions