Strafrecht = het rechtsgebied dat regelt wat wel/niet mag en, indien de regels worden overtreden, ook regelt
hoe daarmee moet worden omgegaan.
Gebaseerd op: vergelding (achteraf)
Voorkomen (voor – en achteraf)
Strafbaar feit
Als het om een menselijke gedraging gaat,
- Gewilde spierbeweging
- Nalaten (had spierkracht kunnen uitoefenen --> niet gedaan)
- Kan ook rechtspersoon zijn --> functioneel leiderschap
Die valt binnen de delictsomschrijving – wettelijk zijn vastgelegd
En die wederrechtelijk – in strijd met het recht
Aan schuld te wijten is – verdachte moet verwijt kunnen worden gemaakt, het moet hem kunnen worden
toegerekend, als verdachte anders had kunnen handelen, maar niet gedaan.
Bestandsdelen: onderdelen waar delictsomschrijving uit bestaat, altijd in tenlastelegging opgenomen en door
rechter bewezen worden verklaard.
Elementen: ongeschreven voorwaarden om iemand te kunnen straffen, schuld & wederrechtelijk.
Misdrijf Overtredingen
Boek 2 Sr Boek 3 Sr
Gevangenisstraf geldboete/hechtenis
Rechtbank kantonrechter
Materiële delicten formele delicten
Wat is strafbaar, mag niet? Sr hoe gaan we met overtreding van regels om? Sv
Gaat om het gevolg (doodslag) gaat om handhaving
Commissiedelicten Omissiedelicten
Delicten die bepaald handelen strafbaar stellen stelt nalaten strafbaar, wie wordt welk nalaten verweten,
bv. Art. 450 Sr.
Gronddelict = bepaalde gedraging is strafbaar gesteld.
Gekwalificeerd delict = ernstiger dan gronddelict vaak extra bestandsdeel toegevoegd, zwaardere
strafbedreiging.
Geprivilegieerd delict = lichtere strafbedreiging. Variatie gronddelict
Bestandsdeel wederrechtelijk
Betekenis 1 zonder toestemming rechthebbende, kan ook rechtelijke bevoegdheid zijn --> leer van Remmelink
Betekenis 2 in strijd met het recht.
Tenlastelegging = beschuldiging verdachte door officier
Opzet = bestandsdeel
In het dagelijks leven : expres
In het strafrecht : willens en wetens iets gedaan
Boos opzet Kleurloos opzet
Willens en wetens naar handeling gekeken
Wist handelen strafbaar maakt niet uit
Opzet als bedoeling
Wil dat gevolg intreedt --> handelt
Oogmerk
Opzet als zekerheidsbewustzijn
Weet zeker dat gevolg intreedt. (je weet dat het gaat gebeuren)
,Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn
Gevolgen die waarschijnlijk zullen intreden
Voorwaardelijk opzet (lichtste)
Het is mogelijk dat gevolg intreedt. Willens en wetens + weten wat het gevolg is en toch handelen,
aanmerkelijke kans dat bepaald gevolg intreedt en gevolg op koop toeneemt.
Bewuste culpa
Onbewuste culpa
Latijnse term schuld (bestandsdeel als gesproken over culpa)
Element
Toe te rekenen
schuld = een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid
hieraan toetsen risico’s nemen die door maatschappij
onaanvaardbaar worden gezien.
Je aanvaardt de gevolgen niet
In het dagelijks leven : expres
In het strafrecht : gaat het om de fout die is gemaakt door verdachte.
Garantenstellung iemand heeft bepaalde deskundigheid --> strengere eisen aan die persoon.
Bewuste schuld en onbewuste schuld
Redenen onderscheid:
1. Drukt onvoorzichtigheid uit
2. Grens voorwaardelijk opzet en schuld beter aan te kunnen geven.
Bewuste schuld voorwaardelijk opzet
Overeenkomst: verdachte in beide gevallen bewust van bepaald risico
Verkeerde inschatting risico gemaakt, Risico op koop toegenomen
dacht juist goed
onbewuste schuld als verdachte iets heeft gedaan/ nagelaten waarvan hij had moeten weten, dat hij anders
had moeten handelen. (niet nagedacht over gevolgen, had wel gemoeten).
Poging een nog niet voltooid misdrijf
Cito-arrest : als buitenstaander kan zien wat bedoeling dader is.
Relatief ondeugdelijke poging normaal lukt het nu even niet. (wel strafbaar)
Absoluut ondeugdelijke poging hoe dan ook niet gelukt zijn --> (niet strafbaar)
Je bent strafbaar als je begint met poging art. 45 Sr.
Wanneer verdachte succesvol beroep kan doe op strafuitsluitingsgrond wederrechtelijk X
rechtvaardigingsgrond
Schuld X schulduitsluitingsgrond
Feit is niet strafbaar
Dader niet strafbaar
Bij poging, verwijtbaarheid + wederrechtelijkheid testen
, Strafuitsluitingsgronden
Rechtvaardigingsgronden schulduitsluitingsgronden
Overmacht noodtoestand ontoerekeningsvatbaarheid
Art. 40 Sr. Art. 39 Sr.
Acute nood --> direct keuze maken psychische overmacht
Noodweer art. 40 Sr.
Art 41 lid 1 Sr. Nu In strijd met het recht niet kiezen wet wel/niet overtreden
Vw. : 1. Ogenblikkelijke en wederechtelijke aanranding acute drang
2. Van eigen/andermans lijf, eerbaarheid/goed noodweer excess
3. Geboden door noodzakelijke verdediging lijf art. 41 lid 2 Sr.
niet proportioneel handelt
Proportioneel :verdediging in verhouding met aanval onbevoegd gegeven ambtelijk bevel
Subsidiariteit: je moet voor lichtste methode kiezen art. 43 lid 2 Sr.
Bevoegd gegeven ambtelijk bevel verkeerde been gezet
Art. 43 lid 1 Sr. Afwezigheid van alle schuld (ongeschr.)
Ambtelijk bevel opvolgen --> strafbaar feit dwaling + die dwaling moet verschoon-
Wettelijk voorschrift baar zijn.
Art. 42 Sr.
Ontbreken materiële wederrechtelijkheid (ongeschr.)
Vee – arrest
Je hebt een keuze je hebt je strafbaar gedragen, maar
kon er niks aandoen.
Nemen wederrechtelijkheid weg
Je kan niet kiezen
Dus toch niet in strijd met het recht.
Nemen verwijtbaarheid weg
Voornemen = opzet
Opzet om delictsomschrijving te voltooien
Voornemen dader voorwaardelijk opzet heeft op gronddelict --> dader is zich bewust van de aanmerkelijke
kans dat hij een bepaald delict gaat plegen en dit gevolg op de koop toeneemt.
Begin van uitvoering
Objectief criterium als er een daadwerkelijk begin is gemaakt met het voltooien van het delict.
Subjectief criterium gekeken naar bedoeling dader als uit handelingen van dader blijkt dat hij bedoeling heeft
om delict te voltooien.
Vrijwillige terugtred je bent als begonnen met het plegen van een misdrijf, maar voordat het voltooid is, stop
je ermee, die reden om te stoppen moet uit jezelf komen.
Art. 46b Sr 1 voorwaarde + --> dader maakt nieuwe afweging van dezelfde
omstandigheden --> ziet af van plan. Bijvoorbeeld je durft niet meer.
Verdachte art. 27 Sv. –schuld betekent hier: gedaan hebben
Belangrijk om te weten, aangezien strafvordering diverse bevoegdheden kent die alleen tegen verdachte
gebruikt mogen worden.
Redelijk vermoeden van schuld moet uit feiten/ omstandigheden voortvloeien. Niet alleen in ogen van
opsporingsambtenaren, maar het vermoeden moet ook redelijk zijn op zichzelf.
Als er verdachte is strafvordering bevoegdheden toe aan bepaalde ambtenaren namens overheid die tegen
verdachte gebruikt kan worden bewegingsvrijheid verdachte wordt beperkt.
Staande houden art. 52 Sv.
Een opsporingsambtenaar mag alleen vragen naar persoonsgegevens door bv. Stopteken/vastpakken,
(wildplas)
Aanhouden art. 53 &54 Sv.
Zeggen tegen verdachte je bent aangehouden (mag geweld) bv. Mishandeling. Beroven vrijheid verdachte om
hem op te houden voor onderzoek naar plaats verhoor te begeleiden.
hoe daarmee moet worden omgegaan.
Gebaseerd op: vergelding (achteraf)
Voorkomen (voor – en achteraf)
Strafbaar feit
Als het om een menselijke gedraging gaat,
- Gewilde spierbeweging
- Nalaten (had spierkracht kunnen uitoefenen --> niet gedaan)
- Kan ook rechtspersoon zijn --> functioneel leiderschap
Die valt binnen de delictsomschrijving – wettelijk zijn vastgelegd
En die wederrechtelijk – in strijd met het recht
Aan schuld te wijten is – verdachte moet verwijt kunnen worden gemaakt, het moet hem kunnen worden
toegerekend, als verdachte anders had kunnen handelen, maar niet gedaan.
Bestandsdelen: onderdelen waar delictsomschrijving uit bestaat, altijd in tenlastelegging opgenomen en door
rechter bewezen worden verklaard.
Elementen: ongeschreven voorwaarden om iemand te kunnen straffen, schuld & wederrechtelijk.
Misdrijf Overtredingen
Boek 2 Sr Boek 3 Sr
Gevangenisstraf geldboete/hechtenis
Rechtbank kantonrechter
Materiële delicten formele delicten
Wat is strafbaar, mag niet? Sr hoe gaan we met overtreding van regels om? Sv
Gaat om het gevolg (doodslag) gaat om handhaving
Commissiedelicten Omissiedelicten
Delicten die bepaald handelen strafbaar stellen stelt nalaten strafbaar, wie wordt welk nalaten verweten,
bv. Art. 450 Sr.
Gronddelict = bepaalde gedraging is strafbaar gesteld.
Gekwalificeerd delict = ernstiger dan gronddelict vaak extra bestandsdeel toegevoegd, zwaardere
strafbedreiging.
Geprivilegieerd delict = lichtere strafbedreiging. Variatie gronddelict
Bestandsdeel wederrechtelijk
Betekenis 1 zonder toestemming rechthebbende, kan ook rechtelijke bevoegdheid zijn --> leer van Remmelink
Betekenis 2 in strijd met het recht.
Tenlastelegging = beschuldiging verdachte door officier
Opzet = bestandsdeel
In het dagelijks leven : expres
In het strafrecht : willens en wetens iets gedaan
Boos opzet Kleurloos opzet
Willens en wetens naar handeling gekeken
Wist handelen strafbaar maakt niet uit
Opzet als bedoeling
Wil dat gevolg intreedt --> handelt
Oogmerk
Opzet als zekerheidsbewustzijn
Weet zeker dat gevolg intreedt. (je weet dat het gaat gebeuren)
,Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn
Gevolgen die waarschijnlijk zullen intreden
Voorwaardelijk opzet (lichtste)
Het is mogelijk dat gevolg intreedt. Willens en wetens + weten wat het gevolg is en toch handelen,
aanmerkelijke kans dat bepaald gevolg intreedt en gevolg op koop toeneemt.
Bewuste culpa
Onbewuste culpa
Latijnse term schuld (bestandsdeel als gesproken over culpa)
Element
Toe te rekenen
schuld = een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid
hieraan toetsen risico’s nemen die door maatschappij
onaanvaardbaar worden gezien.
Je aanvaardt de gevolgen niet
In het dagelijks leven : expres
In het strafrecht : gaat het om de fout die is gemaakt door verdachte.
Garantenstellung iemand heeft bepaalde deskundigheid --> strengere eisen aan die persoon.
Bewuste schuld en onbewuste schuld
Redenen onderscheid:
1. Drukt onvoorzichtigheid uit
2. Grens voorwaardelijk opzet en schuld beter aan te kunnen geven.
Bewuste schuld voorwaardelijk opzet
Overeenkomst: verdachte in beide gevallen bewust van bepaald risico
Verkeerde inschatting risico gemaakt, Risico op koop toegenomen
dacht juist goed
onbewuste schuld als verdachte iets heeft gedaan/ nagelaten waarvan hij had moeten weten, dat hij anders
had moeten handelen. (niet nagedacht over gevolgen, had wel gemoeten).
Poging een nog niet voltooid misdrijf
Cito-arrest : als buitenstaander kan zien wat bedoeling dader is.
Relatief ondeugdelijke poging normaal lukt het nu even niet. (wel strafbaar)
Absoluut ondeugdelijke poging hoe dan ook niet gelukt zijn --> (niet strafbaar)
Je bent strafbaar als je begint met poging art. 45 Sr.
Wanneer verdachte succesvol beroep kan doe op strafuitsluitingsgrond wederrechtelijk X
rechtvaardigingsgrond
Schuld X schulduitsluitingsgrond
Feit is niet strafbaar
Dader niet strafbaar
Bij poging, verwijtbaarheid + wederrechtelijkheid testen
, Strafuitsluitingsgronden
Rechtvaardigingsgronden schulduitsluitingsgronden
Overmacht noodtoestand ontoerekeningsvatbaarheid
Art. 40 Sr. Art. 39 Sr.
Acute nood --> direct keuze maken psychische overmacht
Noodweer art. 40 Sr.
Art 41 lid 1 Sr. Nu In strijd met het recht niet kiezen wet wel/niet overtreden
Vw. : 1. Ogenblikkelijke en wederechtelijke aanranding acute drang
2. Van eigen/andermans lijf, eerbaarheid/goed noodweer excess
3. Geboden door noodzakelijke verdediging lijf art. 41 lid 2 Sr.
niet proportioneel handelt
Proportioneel :verdediging in verhouding met aanval onbevoegd gegeven ambtelijk bevel
Subsidiariteit: je moet voor lichtste methode kiezen art. 43 lid 2 Sr.
Bevoegd gegeven ambtelijk bevel verkeerde been gezet
Art. 43 lid 1 Sr. Afwezigheid van alle schuld (ongeschr.)
Ambtelijk bevel opvolgen --> strafbaar feit dwaling + die dwaling moet verschoon-
Wettelijk voorschrift baar zijn.
Art. 42 Sr.
Ontbreken materiële wederrechtelijkheid (ongeschr.)
Vee – arrest
Je hebt een keuze je hebt je strafbaar gedragen, maar
kon er niks aandoen.
Nemen wederrechtelijkheid weg
Je kan niet kiezen
Dus toch niet in strijd met het recht.
Nemen verwijtbaarheid weg
Voornemen = opzet
Opzet om delictsomschrijving te voltooien
Voornemen dader voorwaardelijk opzet heeft op gronddelict --> dader is zich bewust van de aanmerkelijke
kans dat hij een bepaald delict gaat plegen en dit gevolg op de koop toeneemt.
Begin van uitvoering
Objectief criterium als er een daadwerkelijk begin is gemaakt met het voltooien van het delict.
Subjectief criterium gekeken naar bedoeling dader als uit handelingen van dader blijkt dat hij bedoeling heeft
om delict te voltooien.
Vrijwillige terugtred je bent als begonnen met het plegen van een misdrijf, maar voordat het voltooid is, stop
je ermee, die reden om te stoppen moet uit jezelf komen.
Art. 46b Sr 1 voorwaarde + --> dader maakt nieuwe afweging van dezelfde
omstandigheden --> ziet af van plan. Bijvoorbeeld je durft niet meer.
Verdachte art. 27 Sv. –schuld betekent hier: gedaan hebben
Belangrijk om te weten, aangezien strafvordering diverse bevoegdheden kent die alleen tegen verdachte
gebruikt mogen worden.
Redelijk vermoeden van schuld moet uit feiten/ omstandigheden voortvloeien. Niet alleen in ogen van
opsporingsambtenaren, maar het vermoeden moet ook redelijk zijn op zichzelf.
Als er verdachte is strafvordering bevoegdheden toe aan bepaalde ambtenaren namens overheid die tegen
verdachte gebruikt kan worden bewegingsvrijheid verdachte wordt beperkt.
Staande houden art. 52 Sv.
Een opsporingsambtenaar mag alleen vragen naar persoonsgegevens door bv. Stopteken/vastpakken,
(wildplas)
Aanhouden art. 53 &54 Sv.
Zeggen tegen verdachte je bent aangehouden (mag geweld) bv. Mishandeling. Beroven vrijheid verdachte om
hem op te houden voor onderzoek naar plaats verhoor te begeleiden.