1. TAALONTWIKKELEND LESGEVEN (TOL)
3 PIJLERS/ 3 HOEKEN VAN DE KAPSTOK
- Taalsteun: De leerkracht zorgt voor een goed taalaanbod, dit moet zinvol en relevant zijn. Als
tweede moet het taalaanbod correct en rijk zijn voor de kinderen.
- Interactie: kinderen leren taal door in interactie te gaan met anderen. Ze leren niet enkel uit
gesprekken met de leraar, maar ook met andere kinderen
- Context: een herkenbaar, veilige en rijke leeromgeving waar ze taal kunnen leren.
INTERACTIE
1. Veel spreekkansen bieden
o Leerkracht met kinderen & kinderen onderling
Interactieve werkvormen, werken in kleine groep, routines benutten, spontane
kansen grijpen,…
2. Actief-productieve interactiestijl hanteren
Interactiestijl waarbij de leerkracht veel open vragen stelt en de kleuters veel ideeën
mogen inbrengen. De kleuters zijn gelijkwaardige gesprekpartners
3. Kwaliteitsvolle interacties
Interacties die:
Taal en denken ontwikkelen
Aansluiten bij de zone van de naaste ontwikkeling
Plaatsvinden binnen een betekenisvolle context
Vb. ik ga in interactie met het kindje in de poppenhoek
CONTEXT
1. Veilige, positieve, rijke leeromgeving met veel ervaringskansen en kansen om die
ervaringen te koppelen aan taal
2. (taal)-activiteiten (betekenisvolle activiteiten, hoeken, routines, spel,…)
3. Geen focus op meer taalactiviteiten maar op meer taal in alles
Vb. ik breng de kinderen nieuwe woordenschat bij tijdens het knutselen
TAALSTEUN
1. Rijk taalaanbod (correct, begrijpelijk, uitdagend, op maat
2. Extra ondersteuning (verbaal of visueel verduidelijken, helpen verwoorden,…)
3. Feedback geven op taal (corrigeren en expanderen)
Vb. ik corrigeer kinderen tijdens een gesprek in de kring.
, 2. CONTEXT
2.1. WAT IS EEN KRACHTIGE TAALLEEROMGEVING?
DE DRIE CIRKELS VAN EEN KRACHTIGE TAALLEEROMGEVING (CENTRUM VOOR TAAL &
ONDERWIJS (CTO))
Luisteren en spreken
Opschoolniveau: taalbeleid (visie en aanpak)
Opklasniveau
o Emotioneel veilig leerklimaat
o Betekenisvolle taken of ervaringen
(Behoeftegericht & motivationeel doelgericht) in verbondenheid met anderen
o Productieve interactie in groepsverbondenheid
Interactiestijl, sustained shared thinking, rijke taak gebruiken en veel taal uitlokken,
fouten maken mag, impliciet corrigeren en expanderen)
DE GELETTERDE TAALLEEROMGEVING
Lezen en schrijven
Beginnende geletterdheid: de fase die het lezen en schrijven van woorden vooraf gaat
4 ELEMENTEN OM EEN STIMULERENDE LEES- EN SCHRIJFOMGEVING TE BIEDEN
Modelgedrag
Voorbeeldfunctie van de leerkracht. De leerkracht moet schriftelijke
communicatie zo veel mogelijk integreren in het handelen.
Visuele boodschappen
De klasomgeving moet een geletterde uitstraling hebben.
Lees- en schrijfmaterialen
In de klas worden verschillende schrijfmaterialen gebruikt (krijt, potlood,…) maar ook
leesmaterialen (boeken, kalender,…)
Interactie rond schriftelijke communicatie
In het bijzijn van de kleuters vertellen wat je doet en waarom je iets doet.
2.2. WERKEN MET BOEKEN IN DE KLEUTERKLAS
INLEIDING
4 COMPONENTEN VAN GOED LEESONDERWIJS
Leesbeleid
Leesdidactiek
Leesomgeving
Leesmonitoring