Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting SMVT Introductie Revalidatie | Universiteit Gent | 2025/26

Rating
-
Sold
-
Pages
53
Uploaded on
18-06-2026
Written in
2025/2026

Zeer uitgebreid samenvatting van introductie tot revalidatie en kinesitherapie van Prof. Van Tiggelen en E. Witvrouw, bevat het boek, de PowerPoint-presentaties en alle aantekeningen. Met deze samenvatting heb ik een uitstekend cijfer gehaald.

Show more Read less
Institution
Module

Content preview

Revaki deel 1
Definities;

Wat is revalidatie;

Revalidatie is een herstelproces waarbij men probeert om iemand die een ziekte of letsel heeft gehad, opnieuw
zo normaal mogelijk te laten leven en werken. Het doel is om de fysieke en mentale conditie te optimaliseren,
de autonomie te herwinnen, en de vaardigheden die nodig zijn voor het dagelijks leven aan te leren of opnieuw
aan te leren.

Wat is kinesitherapie;

Kinesitherapie betekent letterlijk; therapie door beweging. Het doel van kinesitherapie is om; de functionaliteit
(het vermogen om dingen te doen), en de beweging te verbeteren, onderhouden oh herstellen.

Wat is wetenschappen;

Wetenschap is wat mensen leren op een georganiseerde manier en wat gecontroleerd kan worden.
Wetenschappen is kennis die we op een systematische manier verkrijgen, die controleerbaar en
reproduceerbaar is. Alles in wetenschappen verdwijnt niet, ze komt altijd terug want testen en resultaten blijven
hetzelfde.

Revalidatie per lichaamssysteem;

De revalidatie van een patiënt kan worden opgedeeld volgens de verschillende stelsels (systeem) van het
menselijk lichaam. Elk stelsel kan zijn eigen specialismen en beroepsbekwaamheden hebben binnen de
kinesitherapie.

De belangrijkste lichaamsstelsels zijn;

- Beenderstelsel - Spierstelsel - Ademhalingsstelsel
- Bloedvatenstelsel - Verteringstelsel - Zenuwstelsel
- Huid - Voortplantingstelsel - Urinestelsel
- Hormoonstelsel - Lymfestesel

De patient is meer dan enkel de som van zijn stelsels. Er bestaat een interactie tussen de verschillende stelsels,
maar daarnaast spelen ook;

o Een psychologische component
o Een sociale component
o Herstelproces

Een patiënt moet dus altijd als een geheel bekeken worden, niet alleen als een anatomisch lichaam.



De voornaamste domeinen waarin kinesitherapeuten werken zijn;

o Muscoskeletale aandoeningen (spieren, beenderen, gewrichten)
o Cardiovasculaire aandoeningen (hart en bloedvaten)
o Respiratoire aandoeningen (longen en ademhaling)
o Neurologische aandoeningen (zenuwstelsel, hersenen, ruggenmerg)
o Pediatrie (kinderen)
o Geriatrie (ouderen)
o Urogynaecologische (urinaire en bekkenbodemproblemen)
o Psychiatrie (mentale gezondheid)

De oudheid; oorsprong van revalidatie en kinesitherapie;

Eerste vormen van behandeling

Revalidatie in haar meest primitieve vorm bestond al duizenden jaren geleden. In oude China (rond 1000 VC) en
in het oude Griekenland werden patiënten behandeld met;

 Hydrotherapie (behandeling met water)
 Oefeningen
 Massages en manuele technieken

,Men geloofde dat het lichaam kon genezen door beweging, aanraking en natuurlijke elementen. Men
observeerde het lichaam en trol daaruit conclusies, zoals;

De kleur van het bloed (donker of rood) werd gebruikt om gezondheid te beoordelen. Behandelingen gebeurden
vooral via handoplegging (vandaar het woord behandeling, van hand).

Ontwikkeling in het oude Griekenland;

Herodikos, een thracische arts, was de eerste die therapeutische oefeningen gebruikte bij ziekten. Hij
combineert wandelen, gewichtheffen, massages en dieetvormen. Hij wordt beschouwd als de eerste sportarts.

Hippocrates, de vader van de geneeskunde, nam dit over en schreef ook oefentherapie voor om kracht te
herwinnen.

Gaelnus, bij de Romeinen bevestigde het nut van massage, mobilisatie en manuele technieken bij herstel.

Over verschillende culturen heen, China, Egypte, Griekenland, Rome, Japan, bleven massage en beweging
centrale onderdelen van genezing.

Renaissance (15de – 16de eeuw);

Tijdens de Renaissance zien we Ambroise Paré, een Franse chirurg, die een groot voorstander was van
massage en fysiotherapie. Hij beschreef in zijn werk “oeuvres concrètes” de indicaties voor deze behandelingen.
Hij schreef massages en fricties voor aan zijn geopereerde patiënten.

De 19de eeuw markeert de overgang van ervaringsgeneeskunde naar wetenschappelijke geneeskunde.
Observaties werden systematisch genoteerd, getest en herhaald.

Per Henrik Ling (1776-1839) – Zweedse gymnastiek

Ling introduceerde de Zweedse gymnastiek: een systeem va groep gymnastiek, met of zonder toestellen.
Gebaseerd op Chinese gevechtsoefeningen en massage. Doel; kracht, lenigheid en houding verbeteren.

 Voordelen; 1 instructeur kon veel patiënten tegelijk begeleiden.
 Nadeel; er was gekwalificeerd personeel nodig om het correct uit te voeren echte kinesitherapeuten
bestonden nog niet.

Gustav Zander (1835-1920) – Mechanotherapie

Zander, ook Zweed, wilde het tekort aan personeel opvangen met mechanische toestellen. Hij creëerde
apparaten die actieve (door de patiënt) of passieve (door motoren) bewegingen uitvoerden. Dit was het begin
van mechanotherapie en de voorloper van moderne fitnessapparaten.

Bijdrage; toestellen voor elk lichaamsdeel, opgedeeld in klassen.

o A-klasse: bovenste ledematen (12 toestellen)
o B-klasse: onderste ledematen (13 toestellen)
o C-klasse: romp (11 toestellen)
o D t/m L: toestellen voor evenwicht, massage, stretchen, trilapparaten gecontroleerd uitvoeren.

Mechanotherapie = het gebruik van machines om bewegingen therapeutisch te sturen, met nauwkeurige
controle va richting, kracht en snelheid.

De wetenschap bloeit;

De geneeskunde evolueerde sterk door wetenschappelijke ontdekkingen;

Rondgenstalen; 1895, Wilhelm Conraad, Rontgen, maakte botten en letsels zichtbaar zonder operatie 
gerichtere revalidatie.

Bloedgroepen, 1901, Karl Landsteiner, veilige bloedtransfusies mogelijk.

Electrocardiogram, 1903, Willen Einthoven, toonde hartactiviteit aan  da-diagnose van hartziekten.

Immunologie, 1880, Louis Pasteur, vaccins, inzicht in afweermechanismen.

Endocrinologie, 1900, studie van hormonen  behandeling van diabetes.

Anesthesie, 1900, maakte complexe operaties mogelijk.

Vitaminen, 1900, betere voeding  sneller herstel bij revalidatie.

,De 4 grote therapievormen;

o Medische gymnastiek; groepen of individuele oefentherapie
o Mechanotherapie; gebruik van toestellen (actief/passief)
o Elektrotherapie; elektrische stimulatie van spieren
o Fysiotherapie; manuele technieken, massage, warmte/koude behandeling

De eerste wereldoorlog;

Tijdens WO moesten duizenden gewonden soldaten leren revalideren; in Engeland bestond als sinds 1894 een
bewening voor fysiotherapie. In België was dat nog onbekend.

In het begin; Engelse en Zweedse verpleegkundige kwamen helpen, ze werkten samen met militaire
turnleraren. Ze gebruikten de methodes van Ling en Zander. Probleem; Zanders toestellen waren van staal, dat
tijdens de oorlog nodig was voor wapens, de toestellen kwamen uit Duitsland, dat niets meer leverde.

 Belgische revalidatiecentra maakten toen eigen toestellen, van hout, touwen en katrollen. Deze werden
eenvoudiger, lichter en aanpasbaar, de voorlopers van de moderne pulleys in kinesitherapie fitness.

Na de oorlog; na de WO ontstonden de eerste scholen voor fysiotherapie in België. De ervaring uit de oorlog
(massaal veel gewonden en amputaties) toonde het belang van revalidatie aan. Elke crisis leidde tot
nieuweondekkingen en technische vooruitgang bijvoorbeeld verbeterde prothesen.

Actualiteit en toekomst van revalidatie kinesitherapie;

De revalidatie revolutie staat niet los van wat er in andere domeinen gebeurt. Nieuwe technologieën zoals
mobiele apps, draagbare toestellen en digitale communicatieplatformen vinden steeds meer hun weg naar de
revalidatiesector.

Het is essentieel om technologische innovaties te observeren, evalueren en integreren in functie van hun
meerwaarde voor de patiëntenzorg.

Digitale communicatie; we leven in een tijdperk van mobiele communicatie. De jongere generaties patiënten
communiceren anders dan oudere generaties, via smartphones, video’s, apps en sociale media.

 Dat betekent dat therapeuten verschillende communicatiekanalen moeten gebruiken om de patiënten te
informeren, te motiveren en om te bewegen, en hun vooruitgang te volgen.

Het doel blijft altijd hetzelfde: de functionele verbetering van de patiënt, maar de middelen om dat te
bereiken veranderen continu.

De impact van coronacrisis;

Tijdens de covid pandemie ontstonden er nieuwe trends in de Belgische revalidatie; telerevalidatie. Patiënten
konden thuis begeleid worden via videoconferentue, online oefenprogramma’s of apps. Ook huisartsen
gebruikten tijdens de crisis videoconsultaties. Hoewel niet alle methodes bleven bestaan na de crisis, bleven
sommige digitale oplossingen duurzaam ingeburgerd.

M Health; mobile Health in België; er bestaan duizenden gezondheidsapps, van fitness tot chronische ziektes. In
België waakt de overheid over veiligheid en kwaliteit. Er werd een controle en validatieplatform opgericht.
Verschillende instanties beoordelen apps en erkennen ze als medisch hulpmiddel.

De MHEALTH-piramide; om orde te scheppen, werden apps ingedeeld volgens de MHEALTH-piramide. Deze geeft
aan hoe betrouwbaar en functioneel een app is. Van eenvoudige welzijnsapps tot medische hulpmiddelen met
klinische validatie.

In 2025 zijn 7 gezondheidspas volledig terugbetaald door de Belgische ziekteverzekering.

Een patiënt heeft niet enkel een app nodig maar ook empathie begeleiding en motivatie.

Van biomedische naar bio psychosociaal denken;

In de gezondheidszorg is een grote verschuiving gebeurd; men is afgestapt van puur biomedische model en
overgestapt naar het bio psychosociaal model. Deze verandering weerspiegelt een bredere kijk op gezondheid,
waarin de mens niet langer gezien wordt al enkel lichaam met organen, maar als een combinatie van
biologische, psychologische en sociale factoren.

Het biopsychosociaal model werd ontwikkeld door George Engel in 1977, maar kreeg pas echt
invloed in de zorg vanaf de 21eeuw.

, Het biomedische model;

Het biomedische model is het traditionele model waarop geneeskunde eeuwenlang gebaseerd was.
Kenmerken;

o Richt zich op biologie en pathologie
o Ziet ziekte als het gevolg van biologische of fysiologische afwijkingen.
o Werkt met objectieve data; scans, bloedtesten, anatomische afwijkingen.
o Gezondheid = de afwezigheid van ziekten
o De patiënt wordt niet als persoon in zijn geheel bekeken, maar als een verzameling organen of
functies.

De behandeling relaties;

De therapeut bepaalt de behandeling op basis van medische diagnose. Er is weinig samenwerking of dialoog
met de patiënt. Het subjectieve gevoel van de patiënt wordt niet meegenomen.

De medische test of scan vertelt niet altijd wat de patiënt voelt. 2 patiënten met dezelfde diagnose kunnen heel
anders functioneren. Het model houdt geen rekening met; de leeftijd, de levensstijl, de sociale of emotionele
situatie of de persoonlijke betekenis van de aandoening.

Conclusie; het biomedische model is te beperkt om functioneren van een mens volledig begrijpen.

Het biopsychosociale model;

Het biopsychosociale model bindt een holistische visie op gezondheid en revalidatie. Het bekijkt de mens als
een geheel, waarin biologische, psychologische en sociale factoren samen bepalen hoe iemand ziek wordt, pijn
ervaart en herstelt.

o Biologisch; leeftijd, genetica, anatomie, fysieke basis van de aandoening.
o Psychologisch; emoties, stress, motivatie, bepaalt hoe de patiënt met zijn aandoening omgaat.
o Sociaal; relaties, familie, werk, financiële situatie, cultuur, steun, beïnvloedt het herstelproces en
therapietrouw.

Het model erkent dat gezondheid multifactorieel is; de interactie tussen deze 3 domeinen het
functioneren en welzijn van de patiënt.

Toepassing; eenzelfde biomedisch letsel kan heel verschillende gevolgen hebben afhankelijk van de persoon
en zijn context.

o Professionele sporter; hoge mentale druk om snel te revalideren, grote impact op zijn carrière en
toekomst, psychologische stress en frustratie.
o IT-specialist; fysiek minder belemmerd voor werk, herstel kan rustig verlopen.

Biomedische gezien is het dezelfde blessure, maar functioneel en psychologisch zijn de gevolgen totaal
verschillend.

Rol van kinesitherapeut; kijk niet alleen naar de biologie, maar ok naar de psychologie en sociale context van
de patiënt. En past de behandeling aan. Dat vraagt, individueel aangepast communicatie empathie en motivatie
coaching, en inzicht in hoe gedrag en omgeving het herstel beïnvloeden. De therapeut werkt dus samen met de
patiënt niet alleen voor de patiënt.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
June 18, 2026
Number of pages
53
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

£9.38
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
jademidavaine

Get to know the seller

Seller avatar
jademidavaine Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
2 months
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions