HOOFDSTUK 8: TAAL
1. SPREKEN (PRODUCTIEVE TAAL)
Verwerving van taal maakt nieuwe soorten cognitieve & sociale interacties mogelijk
2-3 jaar: Gebruiken ze de taal relatief goed
5 jaar: Kennen ze de belangrijkste grammaticale regels al
1.1. ONTWIKKELING VAN TAAL: VAN BRABBELEN NAAR ZINNEN
Niet-verbale communicatie aanwezig vanaf de geboorte
- Leren in de baarmoeder
- Richten van aandacht
- Voorkeur voor gezichten
- Imiteren van gezichtsuitdrukkingen
- Reflexief huilen en glimlachen
1.1.1. VOORLOPERS VAN DE TAAL
Alle kinderen overlopen dezelfde ontwikkelingsstadia wat betreft taal
Deel v/d eigenschappen is aangeboren ander deel wordt prenataal geleerd
5 stadia: van reflexief huilen naar doelgerichte geluiden
Kind is stilaan in staat om doelgericht geluiden te produceren om gevoelens & intenties duidelijk te maken
- Eerst klinkers & gemakkelijke medeklinkers
- Vanaf 8 maanden duidelijke invloed van de omgevingstaal (veel vroeger al een voorkeur om die taal te
horen)
Men onderscheidt 5 stadia bij het gaan van reflexief huilen naar het produceren van doelgerichte geluiden
waarmee ze intenties & gevoelens duidelijk maken (zie volgende puntje)
Prelinguistische taalontwikkeling: vijf stadia
Min of meer dezelfde ontwikkeling bij alle kinderen
Leeftijd Stadium Kenmerken
0-8 weken 1: reflexief huilen & vegetatieve Huil wanneer hij/zij zicht niet goed voelt
geluiden
8-20weken 2: kirren & lachen Geluidjes van plezier
16-30 weken 3: vocale spelletjes Enkelvoudige, duidelijk herkenbare
lettergrepen
25-50 weken 4: herhaald brabbelen Reeksen van klinkers & medeklinkers
(Medeklinkers later want die vereisen een
stop in de luchtstroom & dus een grotere
spiercontrole)
9-18 maanden 5: niet herhaald brabbelen & Patroon van klemtoon & intonatie
expressief jargon
1.1.2. EERSTE WOORD
- Vanaf iets meer dan een jaar
- Grote individuele verschillen, bijv. in het tijdstip waarop het kind 50 woorden kan zeggen
- Vroegste: < 18 maanden
- Laatste: 30 maanden
- 1ste woorden zijn niet allemaal zelfstandige naamwoorden, maar alle woorden die belangrijk zijn voor het
kind & zijn/haar sensomotorische ontwikkeling
Er zijn grote verschillen in de snelheid waarmee ze de 1 ste woorden ontwikkelen & in het type woorden. Meeste
woorden zijn zelfstandige naamwoorden (2/3 de) maar voor de rest varieert het type woorden dus
1
, 1.1.3. TELEGRAFISCHE SPRAAK
- Vanaf 50 woorden explosie in het aantal woorden dat gekend is (1-3 nieuwe per dag)
- Tss 18-24 maanden beginnen kinderen korte zinnen te vormen
- Rond die tijd ook telegrafische spraak
- Zinnen bestaan uit combinaties van inhoud woorden (eerst 2 woorden, daarna meer)
- Gebruiken geen functiewoorden (zoals bv lidwoorden of hulpwerkwoorden)
- Betekenis door de volgorde van de woorden & door de klemtoon die gelegd wordt
- Gradueel meer & meer grammatica
Telegrafische spraak De korte zinnen die kinderen vormen
2 regels hierbij bepalen deze uitingen
- De volgorde v/d woorden signaleren de betekenis
- Nederlandse kinderen nemen al snel de basis aan zoals bv schoen tafel (de schoen staat op de tafel)
- Betekenis wordt ook gesignaleerd door de intonatie
1.1.4. VERDERE ONTWIKKELING
Hoe meet je grammaticale kennis zonder confound van betekenis?
- Kinderen breidden hun woordenschat voortdurend uit
- Zinnen worden ook langer
- Zinnen die de betekenis gedetailleerd beschrijft dan bij telegrafische taal
Hiervoor moeten de kinderen dus grammaticale regels onder de knie krijgen, dit
gebeurt meestal tussen 2 & 5 jaar. Een onderzoek gaat dit na a.d.h.v. wuggentest
waarbij de kinderen een wugdiertje wordt voorgesteld & men verder aanvult & zo
Wuggen-test om
de regels op bv meervoud of verleden tijd test. grammaticale kennis te
meten
1.2. PROCESSEN BIJ HET VERWOORDEN VAN DE BOODSCHAP:
Van preverbale boodschappen naar spraakklanken
Ontwikkelen v/e losse zin gebeurt ook in aantal fasen, begint bij idee dat men boodschap wil verwoorden &
eindigt bij klanken die men produceert
Boodschap die men wilt
Verschillende stappen
communiceren
1 Formuleren v/d pre verbale boodschap
Betekenis wordt geactiveerd v/d boodschap die men wil verwoorden
2 Concepten activeren (context)
Welke boodschap er geactiveerd wordt zal afhangen v/d context v/h gesprek
3 Lemma’s
Kiezen v/d activeren
bijhorende
Lemma’s zijn abstracterepresentatie van woorden die de grammaticale eigenschappen v/h woorden bevatten,
woorden
maar nog niet de uitspraak (bv zijn, dit is nog niet vervoegd)
4 Bijhorende woordvormen of lexemen worden geactiveerd (de juiste woordvormen; de)
Zijn nu klaar voor het beginnen v/d uitspraak
2
1. SPREKEN (PRODUCTIEVE TAAL)
Verwerving van taal maakt nieuwe soorten cognitieve & sociale interacties mogelijk
2-3 jaar: Gebruiken ze de taal relatief goed
5 jaar: Kennen ze de belangrijkste grammaticale regels al
1.1. ONTWIKKELING VAN TAAL: VAN BRABBELEN NAAR ZINNEN
Niet-verbale communicatie aanwezig vanaf de geboorte
- Leren in de baarmoeder
- Richten van aandacht
- Voorkeur voor gezichten
- Imiteren van gezichtsuitdrukkingen
- Reflexief huilen en glimlachen
1.1.1. VOORLOPERS VAN DE TAAL
Alle kinderen overlopen dezelfde ontwikkelingsstadia wat betreft taal
Deel v/d eigenschappen is aangeboren ander deel wordt prenataal geleerd
5 stadia: van reflexief huilen naar doelgerichte geluiden
Kind is stilaan in staat om doelgericht geluiden te produceren om gevoelens & intenties duidelijk te maken
- Eerst klinkers & gemakkelijke medeklinkers
- Vanaf 8 maanden duidelijke invloed van de omgevingstaal (veel vroeger al een voorkeur om die taal te
horen)
Men onderscheidt 5 stadia bij het gaan van reflexief huilen naar het produceren van doelgerichte geluiden
waarmee ze intenties & gevoelens duidelijk maken (zie volgende puntje)
Prelinguistische taalontwikkeling: vijf stadia
Min of meer dezelfde ontwikkeling bij alle kinderen
Leeftijd Stadium Kenmerken
0-8 weken 1: reflexief huilen & vegetatieve Huil wanneer hij/zij zicht niet goed voelt
geluiden
8-20weken 2: kirren & lachen Geluidjes van plezier
16-30 weken 3: vocale spelletjes Enkelvoudige, duidelijk herkenbare
lettergrepen
25-50 weken 4: herhaald brabbelen Reeksen van klinkers & medeklinkers
(Medeklinkers later want die vereisen een
stop in de luchtstroom & dus een grotere
spiercontrole)
9-18 maanden 5: niet herhaald brabbelen & Patroon van klemtoon & intonatie
expressief jargon
1.1.2. EERSTE WOORD
- Vanaf iets meer dan een jaar
- Grote individuele verschillen, bijv. in het tijdstip waarop het kind 50 woorden kan zeggen
- Vroegste: < 18 maanden
- Laatste: 30 maanden
- 1ste woorden zijn niet allemaal zelfstandige naamwoorden, maar alle woorden die belangrijk zijn voor het
kind & zijn/haar sensomotorische ontwikkeling
Er zijn grote verschillen in de snelheid waarmee ze de 1 ste woorden ontwikkelen & in het type woorden. Meeste
woorden zijn zelfstandige naamwoorden (2/3 de) maar voor de rest varieert het type woorden dus
1
, 1.1.3. TELEGRAFISCHE SPRAAK
- Vanaf 50 woorden explosie in het aantal woorden dat gekend is (1-3 nieuwe per dag)
- Tss 18-24 maanden beginnen kinderen korte zinnen te vormen
- Rond die tijd ook telegrafische spraak
- Zinnen bestaan uit combinaties van inhoud woorden (eerst 2 woorden, daarna meer)
- Gebruiken geen functiewoorden (zoals bv lidwoorden of hulpwerkwoorden)
- Betekenis door de volgorde van de woorden & door de klemtoon die gelegd wordt
- Gradueel meer & meer grammatica
Telegrafische spraak De korte zinnen die kinderen vormen
2 regels hierbij bepalen deze uitingen
- De volgorde v/d woorden signaleren de betekenis
- Nederlandse kinderen nemen al snel de basis aan zoals bv schoen tafel (de schoen staat op de tafel)
- Betekenis wordt ook gesignaleerd door de intonatie
1.1.4. VERDERE ONTWIKKELING
Hoe meet je grammaticale kennis zonder confound van betekenis?
- Kinderen breidden hun woordenschat voortdurend uit
- Zinnen worden ook langer
- Zinnen die de betekenis gedetailleerd beschrijft dan bij telegrafische taal
Hiervoor moeten de kinderen dus grammaticale regels onder de knie krijgen, dit
gebeurt meestal tussen 2 & 5 jaar. Een onderzoek gaat dit na a.d.h.v. wuggentest
waarbij de kinderen een wugdiertje wordt voorgesteld & men verder aanvult & zo
Wuggen-test om
de regels op bv meervoud of verleden tijd test. grammaticale kennis te
meten
1.2. PROCESSEN BIJ HET VERWOORDEN VAN DE BOODSCHAP:
Van preverbale boodschappen naar spraakklanken
Ontwikkelen v/e losse zin gebeurt ook in aantal fasen, begint bij idee dat men boodschap wil verwoorden &
eindigt bij klanken die men produceert
Boodschap die men wilt
Verschillende stappen
communiceren
1 Formuleren v/d pre verbale boodschap
Betekenis wordt geactiveerd v/d boodschap die men wil verwoorden
2 Concepten activeren (context)
Welke boodschap er geactiveerd wordt zal afhangen v/d context v/h gesprek
3 Lemma’s
Kiezen v/d activeren
bijhorende
Lemma’s zijn abstracterepresentatie van woorden die de grammaticale eigenschappen v/h woorden bevatten,
woorden
maar nog niet de uitspraak (bv zijn, dit is nog niet vervoegd)
4 Bijhorende woordvormen of lexemen worden geactiveerd (de juiste woordvormen; de)
Zijn nu klaar voor het beginnen v/d uitspraak
2