Voorwaarden voor een sociaal probleem :objectieve vaststelling, subjectieve ervaring,
afhankelijk van groep, verbeterbaar
sociologische verbeelding :Een levendig bewustzijn van de band tussen
(persoonlijke,dagelijkse) ervaring en de ruimere samenleving. Het vermogen om afstand te
nemen van de actuele toestand en een alternatief standpunt in te nemen.
Wet der drie stadia :Comte stelt dat de geschiedenis noodzakelijkerwijs leidt tot een toename
van de redelijkheid. Hij onderscheidt drie fases: het theologische, het metafysische en het
positieve stadium
cultuur :alles wat aangeleerd is en betekenis heeft (voor een bepaalde groep)
symbool :al wat door leden van een bepaalde groep wordt herkend als drager van betekenis
materiële cultuur :materiële voorwerpen die een belangrijke plaats innemen in het leven van
een bepaalde groep of samenleving
culturalist :iemand die meent dat een verandering in de cultuur een verandering in de
structuur als gevolg heeft
structuralist :iemand die meent dat een verandering in de maatschappij een verandering in de
cultuur teweeg zal brengen
co-evolutie :cultuur speelt een rol in de evolutie en omgekeerd
genetic pools :de mens is er niet op gericht zelf eeuwig te leven, maar om zijn genen te laten
overleven
instinct :aangedreven door een aangeboren complex gedragspatroon
reflex :aangedreven door een eenvoudige respons
drift :aangedreven door behoeftes
sociale institutie :Durkheim: manieren van denken, voelen en handelen die al bestonden voor
we geboren werden. --> extern aan individu en moreel dwingend
vroeggeboorte :Arnold Gehlen: de mens wordt geboren voor hij alleen levensvatbaar is als
gevolg van de toename van de herseninhoud
instinctarmoede :Gehlen: de mens wordt geboren als een hulpeloos wezen zonder instincten.
Instituties zijn instinctvervangend
achtergrondfunctie :Gehlen: instincten voor dieren en instituties voor mensen hebben een
achtergrondfunctie. Ze worden niet bewust ervaren.
, Spätkultur :Wanneer de mens instituties in vraag stelt, vindt er een desinstitutionalisering
plaats. De instituties vallen weg
cultuurrelativisme :opvatting dat je je eigen cultuur, normen en waarden niet mag opdringen
aan andere culturen; idee dat alle culturen gelijkwaardig zijn en dat de eigen culturele
waarden betrekkelijk zijn. Je kan onderscheid maken tussen absoluut relativisme (moreel vlak)
en relatief (in het onderzoek de eigen cultuur tussen haakjes zetten)
etnocentrisme :beoordeling van andere culturen met je eigen cultuur als norm, waarbij soms
de eigen cultuur als superieur wordt opgevat
acculturatie :in contact komen met en het overnemen van elementen uit andere culturen,
gaat vaak gepaard met betekenisverschuiving
enculturatie :het opnemen van culturele elementen uit de cultuur waarin men geboren is;
socialisatie
socialisatie :Het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groep(en) en de
samenleving waar mensen toe behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en
andere vormen van omgang met anderen.
regressieve socialisatie :opvoeding die focust op het bestraffen van eigen initiatieven van het
kind, oudergerichte opvoeding
participatieve/tolerante opvoeding :opvoeding die de autonomie van het kind stimuleert,
kindgerichte opvoeding
ontwikkeling van het spel door Mildred Parten :solitair spelen, parallel, associatief en
coöperatief
primaire socialisatie :ononderbroken en noodzakelijke socialisatie tussen mensen die direct
met elkaar verbonden zijn, binnen een primaire groep in daartoe gerichte instituties
secundaire socialisatie :Door secundaire socialisatie leert men hoe zich te gedragen in formele
omstandigheden en omgevingen. Gebeurt vooral op school en in andere organisaties
(verenigingen, bedrijven). De toegang tot deze formele organisaties houdt meestal zelf een
socialisatieproces in; collectieve rituelen spelen daarbij een niet te onderschatten rol.
'Inburgering' is een belangrijke vorm van socialisatie voor nieuwkomers van buitenlandse
herkomst.
hersocialisatie :identiteitsomvorming door mortificatie van de oude identiteit en opnieuw
gesocialiseerd worden
total institution :een institutie gericht op hersocialisatie. Alle aspecten van het leven daar
gebeuren op dezelfde plaats, onder één autoriteit, in gezelschap van anderen en met een
strikt dagschema.
afhankelijk van groep, verbeterbaar
sociologische verbeelding :Een levendig bewustzijn van de band tussen
(persoonlijke,dagelijkse) ervaring en de ruimere samenleving. Het vermogen om afstand te
nemen van de actuele toestand en een alternatief standpunt in te nemen.
Wet der drie stadia :Comte stelt dat de geschiedenis noodzakelijkerwijs leidt tot een toename
van de redelijkheid. Hij onderscheidt drie fases: het theologische, het metafysische en het
positieve stadium
cultuur :alles wat aangeleerd is en betekenis heeft (voor een bepaalde groep)
symbool :al wat door leden van een bepaalde groep wordt herkend als drager van betekenis
materiële cultuur :materiële voorwerpen die een belangrijke plaats innemen in het leven van
een bepaalde groep of samenleving
culturalist :iemand die meent dat een verandering in de cultuur een verandering in de
structuur als gevolg heeft
structuralist :iemand die meent dat een verandering in de maatschappij een verandering in de
cultuur teweeg zal brengen
co-evolutie :cultuur speelt een rol in de evolutie en omgekeerd
genetic pools :de mens is er niet op gericht zelf eeuwig te leven, maar om zijn genen te laten
overleven
instinct :aangedreven door een aangeboren complex gedragspatroon
reflex :aangedreven door een eenvoudige respons
drift :aangedreven door behoeftes
sociale institutie :Durkheim: manieren van denken, voelen en handelen die al bestonden voor
we geboren werden. --> extern aan individu en moreel dwingend
vroeggeboorte :Arnold Gehlen: de mens wordt geboren voor hij alleen levensvatbaar is als
gevolg van de toename van de herseninhoud
instinctarmoede :Gehlen: de mens wordt geboren als een hulpeloos wezen zonder instincten.
Instituties zijn instinctvervangend
achtergrondfunctie :Gehlen: instincten voor dieren en instituties voor mensen hebben een
achtergrondfunctie. Ze worden niet bewust ervaren.
, Spätkultur :Wanneer de mens instituties in vraag stelt, vindt er een desinstitutionalisering
plaats. De instituties vallen weg
cultuurrelativisme :opvatting dat je je eigen cultuur, normen en waarden niet mag opdringen
aan andere culturen; idee dat alle culturen gelijkwaardig zijn en dat de eigen culturele
waarden betrekkelijk zijn. Je kan onderscheid maken tussen absoluut relativisme (moreel vlak)
en relatief (in het onderzoek de eigen cultuur tussen haakjes zetten)
etnocentrisme :beoordeling van andere culturen met je eigen cultuur als norm, waarbij soms
de eigen cultuur als superieur wordt opgevat
acculturatie :in contact komen met en het overnemen van elementen uit andere culturen,
gaat vaak gepaard met betekenisverschuiving
enculturatie :het opnemen van culturele elementen uit de cultuur waarin men geboren is;
socialisatie
socialisatie :Het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groep(en) en de
samenleving waar mensen toe behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en
andere vormen van omgang met anderen.
regressieve socialisatie :opvoeding die focust op het bestraffen van eigen initiatieven van het
kind, oudergerichte opvoeding
participatieve/tolerante opvoeding :opvoeding die de autonomie van het kind stimuleert,
kindgerichte opvoeding
ontwikkeling van het spel door Mildred Parten :solitair spelen, parallel, associatief en
coöperatief
primaire socialisatie :ononderbroken en noodzakelijke socialisatie tussen mensen die direct
met elkaar verbonden zijn, binnen een primaire groep in daartoe gerichte instituties
secundaire socialisatie :Door secundaire socialisatie leert men hoe zich te gedragen in formele
omstandigheden en omgevingen. Gebeurt vooral op school en in andere organisaties
(verenigingen, bedrijven). De toegang tot deze formele organisaties houdt meestal zelf een
socialisatieproces in; collectieve rituelen spelen daarbij een niet te onderschatten rol.
'Inburgering' is een belangrijke vorm van socialisatie voor nieuwkomers van buitenlandse
herkomst.
hersocialisatie :identiteitsomvorming door mortificatie van de oude identiteit en opnieuw
gesocialiseerd worden
total institution :een institutie gericht op hersocialisatie. Alle aspecten van het leven daar
gebeuren op dezelfde plaats, onder één autoriteit, in gezelschap van anderen en met een
strikt dagschema.